- blad nr 7
- 6-4-2013
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Meldcode kindermishandeling komt er aan
Je gevoel zegt of iets niet pluis is
Rachelle heeft elke dag vieze kleren aan. Ze krijgt regelmatig geen brood mee van huis, ze is teruggetrokken en angstig in de klas, haar ouders komen nooit op de tienminutengesprekken. Haar moeder staat haar altijd op te wachten aan het einde van het schoolplein, en begint te schelden als Rachelle niet snel genoeg naar haar toe loopt. Rachelle komt ook regelmatig niet opdagen, en tijdens de gymles blijkt dat ze onder de blauwe plekken zit.
Bestaat de kans dat Rachelle thuis wordt mishandeld? Ja, natuurlijk. Als de signalen altijd zó duidelijk waren, was de nieuwe Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling helemaal niet nodig. Dan zag je als leraar zo wel voor welke leerling je het Advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK) ging inschakelen.
Oude kleren
De signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling, zijn in de praktijk echter vaak vaag, zegt Patricia Ohlsen, pedagoog en schrijfster van het boek ‘Kindermishandeling en dan - hoe te signaleren en handelen binnen het primair onderwijs’. “Soms hebben kinderen oude kleren aan omdat zij dan lekker kunnen ravotten. Sommige ouders hebben nu eenmaal wat minder aandacht voor de prestaties van hun kinderen. En dat kinderen soms angstig en teruggetrokken zijn, hoeft niet per se op kindermishandeling te wijzen. Trouwens, kinderen die thuis mishandeld worden, kunnen zich op school ook juist lastig en agressief gedragen. En van mishandeling krijg je niet altijd blauwe plekken: je kunt ook geestelijk mishandeld worden.”
Om leerkrachten en andere professionals te ondersteunen in het herkennen van kindermishandeling, wordt daarom deze zomer de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht. De code bestaat uit vijf stappen, en de eerste is: Breng de signalen in kaart. “Het herkennen van kindermishandeling begint doorgaans met het gevoel dat er iets niet pluis zou kunnen zijn”, zegt Ohlsen. Dan is het zaak om dat gevoel te objectiveren. Hoe vaak verzuimt de leerling? Komen de ouders echt nooit op tienminutengesprekken? Hoe vaak heeft de leerling geen lunch bij zich? Heeft de leerling blauwe plekken, en zo ja: wanneer viel dat je op? Maak objectieve observaties, en leg die vast in het leerlingdossier.
De tweede stap van de meldcode is om je vermoedens en de verzamelde gegevens te bespreken met een collega binnen de school. Wat vindt hij of zij ervan? De collega met wie je de zaak bespreekt is in de praktijk vaak de intern begeleider, zegt Ohlsen. “Steeds meer scholen hebben trouwens ook een ‘aandachtsfunctionaris’ op het gebied van kindermishandeling. Dat zijn vaak ib’ers die zich op dit gebied hebben bijgeschoold.” En als je er als collega’s en school zelf niet uit komt, kun je in dit stadium ook al aankloppen bij het AMK.
Klappen
De derde stap is de moeilijkste. Als jij en je collega het idee hebben dat de signalen inderdaad kunnen wijzen op kindermishandeling, moet je in bijna alle gevallen het gesprek aangaan met de ouders. Tenzij je bang bent dat zo’n gesprek volkomen uit de hand zal lopen, of dat het gesprek de situatie erger zal maken voor het kind. “Stel dat de ouders zich altijd al erg agressief opstellen”, zegt Ohlsen, “of dat je bang bent dat het kind na zo’n gesprek thuis klappen krijgt. In dat geval kun je er voor kiezen om rechtstreeks naar het AMK te gaan. Maar in principe moet je eerst je zorgen delen met de ouders.”
Daarbij hoef je echter zeker niet tegen de ouders te vertellen dat je vermoedt dat ze hun kind mishandelen. Je kunt volstaan met zeggen dat je je zorgen maakt om hun kind. “Houd je bij de feiten”, adviseert Ohlsen. “Zo van: ik zie dat uw kind regelmatig niet op school komt, gescheurde kleren aan heeft of stinkt.” Herkennen de ouders dat? En realiseren ze zich dat zoiets effect heeft op de schoolprestaties van hun kind? En realiseren ze zich dat andere kinderen daarom soms niet met hun kind willen spelen? “Dat kun je best bespreken. Je wilt als ouder en leerkracht immers allebei het beste voor het kind.”
Op trainingsdagen voor leraren neemt Ohlsen vaak een acteur mee, die allerlei typen ouders kan spelen: van teruggetrokken tot agressief. Daarop kunnen leraren hun gespreksvaardigheden oefenen. “Aan het begin van zo’n dag zijn er altijd wel leraren die zeker weten dat geen van hun leerlingen ooit mishandeld is. Maar aan het eind van de dag hoor ik dan vaak dat ze, nu ze weten op welke signalen ze moeten letten, waarschijnlijk toch een paar leerlingen gemist hebben.”
Politie
De vierde stap in het proces is om de aard en de ernst van de kindermishandeling te wegen. Daarbij kan ook het AMK ondersteunen. En als vijfde stap wordt dan beslist wat er verder met de zaak gebeurt: laat je het zitten omdat er een onschuldige verklaring is voor de signalen die je hebt opgevangen, organiseer je als school zelf hulp, of meld je de zaak bij het AMK?
Voor die laatste stap schrikken scholen en leraren vaak terug, weet Ohlsen. Want ‘kindermishandeling’ is een zware beschuldiging. “Leraren denken dat ze eerst absolute zekerheid moeten hebben dat er inderdaad sprake is van mishandeling. Maar dat hoeft helemaal niet. Ook het AMK hoeft dat niet zeker te weten: het verzamelen van bewijs is een zaak voor de politie. Een gegrond vermoeden is genoeg.”
En stel een melding vooral niet onnodig uit. Ohlsen: “In de praktijk zie je dat meldingen van kindermishandeling vaak net vóór een vakantie binnenkomen. Dan heeft de leraar een tijdje getwijfeld, en het vooruitzicht om het kind een paar weken niet meer in het oog te kunnen houden is dan net de druppel.” Maar wacht niet te lang. “Kindermishandeling houdt niet vanzelf op. Als niemand iets doet, blijft het voortduren.”
{Kader 1}
Hoezo kindermishandeling?
Je denkt als leraar, intern begeleider of leerlingbegeleider dat een kind thuis wordt mishandeld. Dus je kaart de zaak aan bij het Advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK). Bedenk dan wel dat ouders naar de klachtencommissie kunnen stappen als de school niet zorgvuldig genoeg heeft gehandeld.
Sommige ouders doen dat ook, en verscheidene klachtencommissies hebben dergelijke klachten al gegrond verklaard. Dat hoeft echter geen reden te zijn om leerlingen niet meer bij het AMK te melden, zegt Anke Visser, adviseur bij het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum. Maar wel om de melding goed te onderbouwen, en om je bezorgdheid eerst met de ouders te delen.
“Scholen hebben in het recente verleden zo’n aanmelding bij het AMK wel eens onhandig aangepakt”, zegt Visser. “De melding kwam dan bijvoorbeeld voort uit fingerspitzengefühl van één persoon, zonder dat er eerst systematisch werd geregistreerd welke signalen nu precies zouden wijzen op kindermishandeling.”
De Landelijke klachtencommissie van de stichting Onderwijsgeschillen, die de afgelopen twee jaar vijf van deze zaken behandelde, stelt in een uitspraak dan ook: ‘Juist in zaken als deze dient uitsluitend informatie te worden verstrekt die op zijn juistheid verifieerbaar is. De school is daar onvoldoende in geslaagd.’
Verder stapten de scholen soms rechtstreeks naar het AMK, en passeerden daarbij de ouders. Visser: “Als de ouders niet weten dat jij hun gezinssituatie gaat aanmelden bij het AMK, doe je dat in feite achter hun rug om. Dan worden ze boos.”
‘De school behoort ouders vooraf te informeren indien er contact wordt opgenomen met het AMK’, stelt de klachtencommissie in een uitspraak. ‘Tenzij de veiligheid van het kind of die van een ander in het geding is, of tenzij wachten onverantwoord is als gevolg van een urgente kwestie.’
Overigens merkt Visser dat er verwarring heerst over de vraag of scholen door de nieuwe Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, verplicht worden om een vermoeden van mishandeling te melden bij het AMK. “Dat is niet het geval, maar je moet als school wel de stappen van de meldcode doorlopen. Een meldplicht bestaat alleen voor een vermoeden van seksueel misbruik van een minderjarige leerling, waarbij de dader een medewerker van de school is.” In dat geval moet er altijd een melding worden gedaan aan het bevoegd gezag van de school en aan de politie.
{Kader 2}
De vijf stappen
Stap 1
Breng de signalen in kaart die erop zouden kunnen wijzen dat een leerling thuis wordt mishandeld. Concreet!
Stap 2
Overleg over deze signalen met een collega, of raadpleeg eventueel het Advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK).
Stap 3
Bespreek je zorgen altijd met de ouders (tenzij het gevaar echt levensgroot is dat dit de situatie alleen maar erger maakt voor het kind).
Stap 4
Weeg de aard en de ernst van de kindermishandeling.
Stap 5
Organiseer zonodig hulp voor het kind, of doe een melding bij het AMK.