• blad nr 7
  • 6-4-2013
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Nu al uitgeregeerd

Een paar weken terug zoeken de minister en haar staatssecretaris de media. Voor een campagne. De boodschap luidt: het onderwijs is goed, maar de leraar moet beter; de tijd van de koning in de klas is voorbij. In het televisieprogramma Buitenhof vraagt de interviewer of het dan niet logisch is de lerarensalarissen te ontdooien. Meer eisen is beter betalen. De staatssecretaris ontkent. Leraren praten met hem nooit over de hoogte van het loon. Zij weten dat ze niet rijk worden. Wel willen ze bij elkaar in de klas kijken. Professionaliseren heet dat. Even later scherpt de minister de missie aan. De seniorenregelingen verdwijnen. Geen geld voor oudere leraren die thuis zitten. Hup, de school in. Jonge leraren begeleiden. Nog meer professionaliseren. Het wordt hier als in Finland. Daar willen alle vrouwen met een leraar trouwen.
Inderdaad, een gek verhaal. Dat trouwen lijkt een beetje op die televisiereclame. Voor deodorant. Man spuit dat spul op zijn lichaam. Prachtige vrouwen stormen op hem af. Allemaal willen ze met hem trouwen. En de minister heeft gelijk, de Nederlandse leraar is bepaald geen deodorant. Op feesten en partijen reageren vrouwen nooit op de inbreng van mijn beroep met ‘wat een interessante man’. Hier trouwen vrouwen niet met een leraar. Ze worden het zelf. Om naast de zorg voor de kinderen wat te verdienen. Bovenop het marktconforme salaris van hun man. En ja, leraren weten dat ze niet rijk worden. Maar dat betekent niet dat ze blij zijn met de structurele verarming. Veertig jaar geleden woonden leraren op stand. Nu krijgen ze niet eens een hypotheek. Een beginner verdient veertien euro bruto per uur. Een werkster krijgt in dit land gemiddeld twaalf euro vijftig. Netto. Bij elke economische tegenslag dalen jij en ik op de carrièreladder. Ook nu gaat het weer hard. Bevriezen van de lonen. Jaren aan een stuk. Een koopkrachtverlies van tussen de 10 en 20 procent is het resultaat. En dan die riante seniorenregeling. Mijn collega maakt daar gebruik van. Vrijdag vrij. De andere vier dagen geeft hij 27 lessen. Zijn examenklassen tellen het vierde kwart van het jaar namelijk amper mee in de taakbelasting. Volgens zijn directie doet hij dan niks. Dus werkt hij die drie andere kwarten extra. Tot slot dat voortdurend vergelijken met Finland. Stop daarmee. De arbeidsomstandigheden van beide landen hebben niks met elkaar gemeen. In Finland is twintig leerlingen per klas genoeg. Hier kunnen er na nummer 32 nog wel een paar bij. De Finse leraar geeft 550 uur les per jaar. Zijn Nederlandse collega 750.
De mediacampagne van de bewindslieden leert dat ze geen idee hebben van wat speelt op de werkvloer. Begeleiding van jonge leraren en van elkaars lespraktijk leren is namelijk al decennialang een wens. Van leraren. Maar de dagen zijn gevuld met andere zaken. Die moeten eerst. Van politici en bestuurders. Op recepties, congressen en in overleg gaan deze minister en staatssecretaris vast plezierig om met de onderwijselite. Voor leraren zijn ze nu al uitgeregeerd.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.