• blad nr 5
  • 9-3-2013
  • auteur B. Hoogenboom 
  • Kleine column

 

Dorre aarde

Zoals veel lezers van het Onderwijsblad weten, voer ik samen met een paar collega’s overleg over een nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs. Dat dit niet van een leien dakje gaat, wekt geen verbazing: de middelen zijn beperkt en het verschil in visie tussen de VO-raad en de AOb is groot. Niet voor niets tekenden we de vorige cao niet omdat we niet tot afspraken konden komen over werkdruk.
Natuurlijk is het niet opportuun om in een column in te gaan op het verloop van de onderhandelingen. Maar mijn verbazing over de houding van mensen aan de andere kant van de tafel wil ik jullie toch niet onthouden. Ik krijg soms echt de indruk dat elk voorstel om inhoudelijk de grote thema's te bespreken in dorre aarde valt.
Slechts schoorvoetend zijn de werkgevers akkoord gegaan om eens in een andere setting de belangrijkste thema's te bespreken. Maar daarna was het weer snel over tot de orde van de dag. Praten over het verband tussen de steeds hogere eisen die aan de leraar worden gesteld, de budgettaire beperkingen, of het gebrek aan regelruimte van de leerkracht, krijgt zo geen kans. Aan zoeken naar inventieve oplossingen die school en leraar ten goede komen, komen we niet toe. Waarom niet gezamenlijk zoeken naar manieren om de kosten van langer doorwerken te verbinden met verbetering van de instroom van starters, zonder dat de bapo er aan moet? Waarom niet gezamenlijk optrekken naar het ministerie over de nullijn of de aanpassing Wet onderwijstijden? Een gebrekkige bekostiging hoef je niet te accepteren. En je kunt het budget zeker anders verdelen in de scholen.
De werkgevers lijken niet geïnteresseerd. Ze willen graag maximaal vertrouwen en vooral zoveel mogelijk overlaten aan de verschillende bestuurders in de regio. Als we maar aan de cao-tafel zoveel mogelijk financiële ruimte creëren.
Ik daag iedereen die met ons om tafel zit uit tot een sterk debat over wat er nodig is om toponderwijs in Nederland mogelijk te maken. Het kan niet dat er nauwelijks een reactie komt op ons verzoek samen inventief te zijn. Het boekhoudersperspectief, gekoppeld aan de vraag om zoveel mogelijk vrijheid aan de schoolleiders, kan wat mij betreft niet leidend zijn.
Iedereen heeft een mening over de kracht of het falen van ons onderwijs. Natuurlijk: een scherpe visie vergt een goed verhaal. Dat merken we bij de AOb ook als we zeggen dat uiteindelijk iedere meester een master moet worden. Op zijn minst zorgt zo’n stelling voor een levendig debat. Niets is dodelijker voor een belangenclub dan geen mening hebben.
Natuurlijk is het makkelijker onderhandelen in een gezonde economie. Maar ik hoop ook van ganser harte dat de houding van werkgevers alleen wordt gevoed door angst om iets wat lijkt op een toezegging te doen en niet door desinteresse. Die angst kan overwonnen worden door in gesprek te gaan. Anders houd ik mijn hart vast voor wat er gebeurt als ze die gedroomde autonomie ooit krijgen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.