- blad nr 5
- 9-3-2013
- auteur . Overige
- Redactioneel
Positieve concepten zijn in trek
Tekst Joëlle Poortvliet
Positieve onderwijsconcepten zijn in trek. Naar schatting een derde van de basisscholen werkt inmiddels met een vorm van handelingsgericht werken. Het centrale uitgangspunt daarbij is wat het kind nodig heeft, niet wat het heeft of mankeert. Ook is er groeiende belangstelling voor de methode Feuerstein die kinderen laat leren ‘zonder plafond’. En voor Schoolwide Positive Behaviour Support (SWPBS wordt vaak afgekort tot PBS), een gedragsaanpak waarbij duidelijkheid en complimenten centraal staan.
Scholen moeten enerzijds wel. Passend onderwijs komt er aan en daarmee een meer uitdagende leerlingenpopulatie. De omslag van denken in problematiek - wat heeft dit kind en waar kan ik het kwijt? - naar denken in mogelijkheden – hoe kan dit kind zich optimaal ontwikkelen? - is noodzaak voor het reguliere basisonderwijs. Maar het optimisme lijkt tegelijk ook de leerkrachten zelf aan te spreken.
Noëlle Pameijer stond aan de basis van handelingsgericht werken (HGW): “HGW geeft grip op de groep en biedt een manier om bewust met verschillen tussen leerlingen om te gaan. Het is een kapstok voor het vakmanschap van de leraar.”
Intern begeleider Lidy Peters vertelt over de effecten van HGW. De Violenschool in Hilversum is een early adapter. Het team werkt al sinds vijf jaar volgens de handelingsgerichte principes. Onder andere de houding van leerkrachten is veranderd. Peters: “Natuurlijk moet iedereen wel eens spuien over die ene leerling die zo lastig is, maar je merkt dat het denken in handelen de overhand krijgt. Wat kan ik doen om dat kind verder in ontwikkeling te brengen? Gechargeerd gezegd willen we niet meer horen dat ‘Daniël geen seconde op zijn stoel kan zitten’, maar: ‘Daniel is altijd heel behulpzaam’. Vanuit deze vaardigheid kan de leerkracht hem taken geven zodat hij even lekker in beweging kan komen.”
Pluskinderen
Zelfs kleuters worden op de Violenschool al op hun eigen niveau begeleid. Juf Mariska van Broekhuizen oefent het begrip ‘evenveel’. Eerst met de hele groep, daarna werkt ze met een snel afgeleid meisje nog even door. Van Broekhuizen: “Zij gaat vaak nog zomaar iets doen. Vorige week hebben we dezelfde oefening gedaan en mocht ze evenveel koekjes als haar gezinsleden vingerverven.” Van Broekhuizen wijst op een van de tekeningen aan een slinger dwars door het lokaal. Er staan twee halve koekjes op. “Ze moet leren haar hersenen aan het werk te zetten. Eerst tellen hoeveel mensen er thuis wonen, vervolgens koekjes tellen en dan die hoeveelheid schilderen. We sporen de ouders ook aan om thuis meer spelletjes met haar te doen waarbij ze in stapjes leert denken.”
Een paar lokalen verder, in groep 5, geeft Karlijn Wuisman rekenles. HGW is haar op de pabo met de paplepel ingegoten. Ze weet niet beter dan haar groep in te delen in zogenoemde basis-, weer-, en meerkinderen. Na een gezamenlijke instructie mogen de snelle leerlingen met hun ‘routeboekje’ zelfstandig werken. De basiskinderen doen nog een paar sommen mee en gaan ook zelfstandig aan de slag. Wuisman oefent met twee meisjes de getallenlijn tien minuten langer. Leerlingen die moeite hebben om een som binnen een redelijke tijd te maken, werken met een kookwekkertje. In Wuismans klas draait ook een meisje mee met het syndroom van Down. Wuisman: “De structuur van HGW maakt al dat differentiëren makkelijker. Maar voor mij persoonlijk is het misschien nog het belangrijkst dat ik zo de pluskinderen niet vergeet. Als zij geen extra uitdaging krijgen, gaan ze zich vervelen en slecht presteren.”
Flexibel
Liesbeth Ruinemans is projectleider van het Feuerstein Kenniscentrum. Zij ziet - naast de komst van passend onderwijs en de wil van leerkrachten zelf - maatschappelijke veranderingen als derde oorzaak voor de omslag richting positief onderwijs. “Flexibilisering van de maatschappij vraagt om ander onderwijs. Welke twintiger of dertiger doet nog het beroep waarvoor hij is opgeleid? Dat percentage neemt af. Het is belangrijk om op jonge leeftijd te leren focussen, analyseren, informatiestromen scheiden enzovoorts.” Leerkrachten zouden volgens Ruinemans daarom niet alleen vanuit de methode moeten denken, maar steeds meer vanuit leerstrategieën en cognitieve vaardigheden.
Nederland is een typisch methodeland, stelt Emiel van Doorn. De oprichter van de Stichting ter Bevordering van de Cognitieve Ontwikkeling (Stibco) ziet de kansen voor Feuerstein toenemen door passend onderwijs, maar is sceptisch over hoe snel dat zal gaan. “Tot nu toe is de methodegerichtheid de bottleneck geweest voor Feuerstein. Maar aan de andere kant kan ik me niet voorstellen dat het níet gaat veranderen. Omgaan met verschillen staat helemaal centraal in deze concepten. Je denkt niet vanuit de stoornis, maar vanuit de ontwikkelkracht van een kind. Het gaat niet om autisme, maar om de cognitieve vaardigheden. Wat kan hij of zij wél.”
Hype
Maar in hoeverre zijn de positief getinte Feuerstein, PBS en HGW, niet ook een soort methodes en daarmee hype-gevoelig? Hun promotors hanteren bij voorkeur andere termen: werkwijze, kader of systeem. Als geen ander weten ze hoe gevoelig het Nederlandse onderwijs is voor het aannemen en vervolgens laten versloffen van iets nieuws. Pien Koppers werkt voor het kenniscentrum SWPBS en is zelf PBS-coach: “Men start vaak heel enthousiast, maar na een tijdje zakt de interesse weg. Leerkrachten volgen de structuur niet meer en het verwatert.” Binnen PBS is het daarom essentieel dat data over gedragsincidenten worden verzameld en dat daar nieuwe acties uit voortvloeien. Koppers: “Vanuit die cyclus blijf je vanzelf met PBS bezig.”
De overkoepelende ideeën achter Feuerstein, PBS en HGW zijn blijvend, meent Pameijer van HGW. “Een hype is iets dat heel kort en heftig in de belangstelling staat, maar handelingsgericht werken bijvoorbeeld heeft in vijftien jaar tijd heel geleidelijk zijn weg naar het onderwijs gevonden.” Steeds meer scholen werken vanuit data en de behoeften van de leerling, al verschilt het naampje soms. Pameijer: “Sommigen noemen het doelgericht werken aan gedifferentieerd onderwijs, of handelingsgericht opbrengstgericht werken.” Ondanks het succes kent de handelingsgerichte werkwijze geen verplichting, zoals bijvoorbeeld bij opbrengstgericht werken. Pameijer is daar absoluut niet rouwig om. “Het is beter als de motivatie van onderop komt, vanuit het team. HGW omdat het mag, in plaats van omdat het moet van het ministerie.”
Gemotiveerd
Goed voorbeeld van intrinsieke motivatie is de Hannie Schaftschool in Haarlem. Na aantreden van een nieuwe directeur en ib’er werd de leerkrachten gevraagd wat zij het liefst wilden veranderen. Gedrag stond boven aan de verlanglijst. Gemotiveerd ging het team aan de slag met PBS. Twee jaar later heeft de school zo’n goed klimaat dat zelfs leerlingen met gedragsproblematiek (odd, adhd) van omliggende scholen bij hen terecht kunnen. En ook hier is de toon veranderd. Ib’er en leerkracht Christa Munsterman: “Het complimenten geven zit er echt ingebakken. Soms heb je niet zo’n beste dag en dan moet je jezelf bewust weer even in die andere modus zetten. Of een collega spreekt je erop aan. Als een juf in de lerarenkamer alleen maar negatief over een leerling praat, zegt een ander: ‘Vertel nou eens een paar positieve dingen, wat zijn de kansen van dit kind?’.”
De voortgang hangt wel af van een enthousiaste directeur en ib’er, denkt Munsterman. “Als wij er tijdens vergaderingen niet actief op terug blijven komen, zijn er misschien twee leerkrachten die PBS uit zichzelf nog een jaar volhouden.” Al kan Munsterman zich nu niet voorstellen dat de school iets loslaat wat zo goed werkt. Pien Koppers van kenniscentrum SWPBS: “In een aantal Amerikaanse staten is PBS inmiddels zo diep ingevoerd dat het een way of life is geworden. Dat is een mooi doel, dat het gewoon onderdeel van het onderwijs wordt en je het niet meer apart benoemt.”
{kaders, mogen verspreid}
SWPBS: positief gedrag belonen
Hoe populair?
Schoolwide Positive Behaviour Support (vaak afgekort tot PBS) is in 2009 naar Nederland gehaald door onder andere TNO en de Drentse jeugdzorgaanbieder Yorneo. Datzelfde jaar nog verzorgt de Amerikaanse bedenker Annemieke Golly de eerste cursussen voor ambulant begeleiders, intern begeleiders en schoolbegeleidingsdiensten. PBS groeit gestaag. Op dit moment zijn 79 reguliere basisscholen bezig met de implementatie.
Wat is het?
PBS is een systeem voor positief gedrag op school. Het begint met de samenstelling van een team van leerkrachten, directie, maar ook ouders, conciërge en medewerkers van de tussen- en naschoolse opvang. Zij formuleren minimaal twee en maximaal vijf waarden die zij belangrijk vinden voor de school, denk aan veiligheid, respect, verantwoordelijkheid en plezier. Het wenselijke gedrag, gebaseerd op die waarden, wordt vervolgens vertaald naar twee of drie positief geformuleerde gedragsregels per ruimte. In de gymzaal bijvoorbeeld ‘hangen kinderen netjes hun kleren aan het haakje’ en in de gang ‘lopen leerlingen rustig’. Als een kind dan toch rent, volgt een vast menu aan vooraf afgesproken consequenties, variërend van een opmerking tot een time-out. Het doel is telkens om het kind de kans te geven wel het gewenste gedrag te laten zien. Tegenover elke berisping staan vier complimenten. PBS kent veel aandacht voor het positieve. Er worden bijvoorbeeld armbandjes of plaatjes uitgedeeld aan kinderen die positief gedrag laten zien. Daarnaast leunt het sterk op duidelijkheid en data. Buiten het zicht van de leerling worden incidentformulieren en checklists ingevuld, zodat duidelijk wordt waar nog gedragsuitdagingen zitten.
Werkt het?
In Amerika en Noorwegen zijn effectstudies naar PBS gedaan. Deze melden verbeteringen in sociaal gedrag, meer kennis bij leerlingen over sociale vaardigheden, maar ook een toename van de leertijd en betere schoolprestaties. Leerkrachten die met PBS werken zouden volgens Amerikaans onderzoek uit 2004 zelfs minder vaak ziek zijn en meer bevrediging vinden in hun werk.
{kader 2}
Feuerstein: leren zonder plafond
Hoe populair?
In Nederland wordt Feuerstein al jaren gebruikt in de individuele begeleiding van kinderen met een handicap of stoornis. De werkwijze is na de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld door onderwijzer en psycholoog Reuven Feuerstein. Voortbordurend op Feuerstein en zijn adepten, maar ook op hoogleraren als Jelle Jolles en Luc Stevens is in Nederland mediërend leren ontwikkeld. De Stichting ter Bevordering van de Cognitieve Ontwikkeling (Stibco) leidde sinds 1988 zo’n 1200 leerkrachten en ib’ers op in mediërend leren.
In 2012 is het Feuerstein Kenniscentrum opgericht om de Feuersteinwerkwijze ook binnen het reguliere onderwijs te bevorderen. Op dit moment worden leerkrachten van het Overijsselse schoolbestuur Catent opgeleid. Nederland kent twee basisscholen die Feuerstein/mediërend leren door alle klassen heen en met gecertificeerde leerkrachten hebben ingevoerd.
Wat is het?
Feuerstein gaat uit van het breinpotentieel, van cognitieve vaardigheden en leerstrategieën. Leerbarričres zijn het vertrekpunt, niet het plafond, en de relatie met het kind is heel belangrijk. Als die goed zit, wordt op een zintuiglijke en cognitieve manier lesmateriaal aangeboden. Als een leerling bijvoorbeeld in de war raakt bij een verhaaltjessom, gaat de leerkracht deze niet uitleggen. Volgens Feuerstein is de gedachtegang van de leerkracht niet altijd te volgen door het kind. Bovendien zou de leerling zo niets leren over het metacognitieve proces: hoe dit rekenkundige probleem aan te pakken? Dus probeert de leraar te achterhalen wat het kind wel begrijpt. Dat er bijvoorbeeld meer informatie in de verhaalsom staat dan hij nodig heeft. De leerkracht helpt de leerling vervolgens bewust cognitieve vaardigheden in te zetten, zoals elimineren en hoofd- van bijzaken scheiden, en begeleidt het kind zo door de som heen.
Werkt het?
Wereldwijd laten zo’n 2000 wetenschappelijke studies en ontelbare casestudies met verschillende leerpopulaties zien dat de methode Feuerstein zorgt voor verbetering in denkvaardigheid en leertechnieken.
{kader 3}
HGW: niet praten, maar aan de slag
Hoe populair?
Handelingsgericht werken (HGW) is in 1992 door Noëlle Pameijer en Tanja van Beukering in Nederland geďntroduceerd. Naar schatting werkt zo’n 30 procent van de Nederlandse basisscholen min of meer handelingsgericht. De implementatie verschilt enorm. Sommige scholen pakken alleen de kindgesprekken of ouderbetrokkenheid op. Anderen gaan er helemaal voor, vaak in combinatie met de invoering van de zogenoemde 1-zorgroute. Dit programma past de HGW-principes toe en levert houvast in de vorm van formats en checklists, een jaarplanning en een ‘route’ voor een leerling die extra aandacht nodig heeft.
Wat is het?
Waar voorheen diagnostiek (bijvoorbeeld autisme of adhd) leidde tot een slagboomsituatie (naar welke speciale school kan dit kind?), richt HGW zich op wat die leerling nodig heeft om te leren en wat dit betekent voor de aanpak door leerkracht en ouders. HGW is een planmatige en cyclische manier van werken. De leerkracht werkt met groepsoverzichten en groepsplannen, waarbij het groepsoverzicht een evaluatie is van ongeveer drie maanden onderwijs. Het bevat van alle leerlingen toetsscores en relevante gegevens uit observaties en gesprekken: hoe staat de groep er voor in werkhouding, rekenen, lezen en spelling? Voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben, benoemt de leerkracht onderwijsbehoeften: wat hebben zij nodig om de (bijgestelde) doelen te behalen of om zich niet te vervelen? Deze informatie vormt de basis voor de groepsplannen. Afhankelijk van hoe snel leerlingen lesstof oppakken, wordt de klas doorgaans in drie (flexibele) groepen verdeeld. Daarbinnen krijgen kinderen op hun eigen niveau instructie.
Ouders spelen bij HGW een belangrijke rol. Een opmerking als ‘leerling A heeft volgens haar vader de concentratie van een fruitvlieg’ krijgt een plekje in het groepsoverzicht.
Werkt het?
Handelingsgericht werken is (nog) niet evidence based. Dat betekent dat er geen wetenschappelijke studies naar het totaal zijn gedaan, al is dat ook lastig gezien de veelomvattendheid. Wel is HGW een vorm van methodisch werken en doorspekt van best practices: onderdelen waarvan men vanuit de praktijk weet dat ze werken, zoals het betrekken van de leerling bij zijn eigen doelen en effectieve instructie.