- blad nr 5
- 9-3-2013
- auteur N. van Dam
- Redactioneel
45 jaar leraar
Een brugklasser kan mij nog steeds ontroeren
Toen ter sprake kwam of hij zou doorwerken na zijn pensionering, had hij zelf één voorwaarde: “Alleen als ik volwaardig kan meedraaien. Ik had geen zin in een voorkeurspositie. Dus ik ben gewoon mentor en ik draai volledig mee in het surveillancerooster. Daarnaast ben ik sectievoorzitter en ik coördineer al dertig jaar de uitwisseling van leerlingen. In maart gaan wij naar Italië, in april komen de Italianen hier. Het is een hele organisatie met alle gastgezinnen voor de leerlingen.”
Vorige maand vierde hij zijn 45-jarig jubileum op het Lyceum Bisschop Bekkers in Eindhoven, “de slimste regio van het land. De kinderen van al die kenniswerkers zitten bij mij de klas. Ik besef heus wel dat dat iets anders is dan de Schilderswijk en ik heb ook nog eens de betere leerlingen, want tegenwoordig heb ik niet eens havo-leerlingen meer.” Zijn school telt er zo’n achthonderd. “Een fijne, overzichtelijke omvang waar iedereen iedereen kent. Als het niet van naam is, dan toch van gezicht.”
Hij heeft een aanstelling van 0,6 fte als leraar Frans en een dag in de week is hij oppasopa. Als vrijwilliger geeft hij Frans aan gepensioneerden. Al 45 jaar fietst hij dagelijks tussen school en huis, twee keer een half uur per dag. “Zo spaar ik een sportschoolabonnement uit.” In zijn geval is het geen kwestie van volhouden, want “mijn werk is mijn hobby. Nog nooit ben ik in al die 45 jaar met tegenzin naar school gefietst. Ik houd ervan mijn kennis over te brengen. Dan zie je ze zo helemaal blanco binnenkomen - want dat zijn ze bij Frans - en dan weet je dat ze zich zes jaar lang gaan ontwikkelen.”
Goedkope kracht
Hij is inmiddels een goedkope kracht geworden met een jaarcontract. “Sociale lasten hoeven voor mij niet meer te worden afgedragen, geen pensioenpremie, ik heb geen recht op ww of op wao, voor mij geen risico op kostbare re-integratieprojecten. Als het onderwijs wil bezuinigen, moet het meer gepensioneerden aanstellen. Daar staat tegenover dat ik een arbeidsplaats bezet houd die een jongere ook zou kunnen vervullen.”
Bij zijn tips voor andere oudere leraren staat vakkennis op één. “Vanzelfsprekend moet je je vak beheersen en bijhouden. Op twee staat dat je het spannend moet brengen. Als een conferencier is te sterk gezegd, maar je moet de kracht van het woord hebben én humor. Geen saai verhaal houden, saaie mensen zou je eigenlijk moeten verbieden leraar te worden.”
Hij beheerst deze kant van het vak goed. “Pas begon V6 te applaudisseren nadat ik een literatuurles had gehouden over Sartre en het existentialisme, op woensdagmiddag nota bene. Nou dan fiets ik heel hard naar huis, hoor. Daar doe je het voor. Ik vind zoiets leuker dan een balletje in een gaatje gooien.”
Negende rector
Het belang van een goede schoolleiding is hij meer en meer gaan relativeren. “Het maakt niet zoveel uit wie de schoolleiding vormen. Rectoren die met wilde plannen komen en alles willen veranderen, redden het toch niet, die vertrekken weer snel. De omloopsnelheid van een rector is gemiddeld vijf jaar, ik ben aan mijn negende rector bezig. Ik zeg altijd: Als jullie maar zorgen voor stroom en verwarming, zoek ik het verder zelf wel uit.”
Toen hij begin zestig was kon hij financieel voordelig het onderwijs verlaten wegens veertig dienstjaren bij het onderwijs. “Mijn toenmalige rector raadde me aan te stoppen. Hele verhalen over veranderingen en computers en dat ik het allemaal niet meer aan zou kunnen. Hij wou wedden dat ik de 65 niet werkend zou halen. Nou, die weddenschap heb ik glanzend gewonnen.”
En die computer kan hij prima aan. “Bij het oefenen van de werkwoorden heb je zulke leuke filmpjes op YouTube. Dan laat ik wel eens even zo’n rapper zien die het werkwoord ‘aller’ rapt. Dat vinden de leerlingen geweldig en daarna zijn ze weer helemaal wakker.”
Dat ouders tegenwoordig mailen in plaats van bellen, vindt hij fijn. “Je kunt je reactie wat beter overdenken en je hebt nooit meer dat je kribbig reageert omdat ze ongelegen bellen. Ik krijg trouwens weinig mailtjes, want ik regel liever alles meteen met de leerling zelf. En ik kijk alles onmiddellijk na, zodat ze snel hun cijfer hebben. Vinden ze fijn.”
Een slecht cijfer kunnen de leerlingen tegenwoordig niet voor hun ouders verzwijgen. Hij vindt het leerlingnvolgsysteem big brother voor hen. En het beperkt hem: “Vroeger zei ik wel eens tegen zo’n huilende brugklasser die een 2 had gehaald: Oké, ik vergeet dit cijfer. Jij maakt het volgende week opnieuw, maar dit mag je aan niemand vertellen. Een week later haalde hij dan een hoger cijfer en ik had mijn doel bereikt. Nu had hij wel heel goed geleerd en ik kon bij hem niet meer kapot.”
Zonder woordenboek
De kwaliteit van het onderwijs in de Franse taal vindt hij aanzienlijk verlaagd. Erover mopperen doet hij niet, zeker niet tegen de leerlingen met verhalen dat vroeger alles beter was. Wel laat hij zijn leerlingen soms iets merken. “Ik laat V6 wel eens een examen van twintig jaar geleden maken, daar hebben ze merkbaar moeite mee. Ze kunnen bijna niet geloven dat je dat vroeger zonder woordenboek moest doen.”
Leerlingen en collega’s zeggen nu tegen hem: Op naar je vijftigjarig jubileum. En Nico van Gennip ziet het wel zitten. “Volgend jaar krijg ik V4 als mentor en het is policy dat je met zo’n groep meeloopt tot het examen, dus…”
{kadertje}
Groeiend aantal 65-plussers werkt door
In personen is het nog altijd een overzichtelijke groep die na de 65ste verjaardag doorwerkt, maar tussen 2007 en 2011 is het aantal bijna verdubbeld tot 895 mensen, blijkt uit cijfers van DUO. Procentueel is de groei met 123 procent in het basisonderwijs het grootst: van 157 naar 350. In het voortgezet onderwijs nam het aantal werkende 65-plussers toe van 268 naar 468. Ook in het sbao en (v)so nam het aantal mensen toe dat doorwerkte na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in de periode 2007-2011.