• blad nr 5
  • 9-3-2013
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Goed onderwijs vraagt om stabiliteit en vertrouwen

De leraar werd de afgelopen jaren stevig op een voetstuk gezet. Internationaal onderzoek wijst immers uit dat na het sociaal milieu de leraar de belangrijkste factor is voor het schoolsucces. En zo begon direct daarna de jacht op de leraar, want hoeveel toegevoegde waarde heeft die precies? AOb-voorzitter Walter Dresscher kijkt liever naar de Finse aanpak: “Vertrouwen.”

Of kranten alsjeblieft willen ophouden met het publiceren van de prestatiecijfers van individuele leraren. Dat vroeg onderwijsminister Arne Duncan onlangs aan de Amerikaanse media. ‘Daar zit namelijk niet zoveel winst aan, terwijl het wel een ontzettende domper is voor leraren. We leven in een tijd dat het moreel onder leraren historisch laag is… we moeten leraren versterken, verheffen en ondersteunen.’
Een opmerkelijk geluid. Amerika is namelijk helemaal in de ban van value-added scores om de kwaliteit van scholen, leerlingen én leraren vast te leggen. Omdat het land bovendien een zeer open cultuur heeft als het gaat om gegevens – tot aan salarissen en inkomstenbelasting toe – worden de plussen en minnen van elke leraar in sommige kranten met naam en toenaam gepubliceerd. Dat moet toch maar niet, vindt Duncan nu.
Arne Duncan is 13 en 14 maart in Nederland tijdens de derde internationale Teacher Summit. Het is een initiatief van Duncan en president Obama, waarbij overheden, onderwijsbonden en leraren bij elkaar komen. In twee eerdere sessies werd bekeken hoe de onderwijskwaliteit kon worden verbeterd en wat de rol van de docent daarbij was.
Die conclusie was snel getrokken: na het ouderlijk milieu is de leraar de belangrijkste factor voor de schoolprestaties. Zo werd de leraar op een voetstuk geplaatst. AOb-voorzitter Walter Dresscher was er beide keren bij. “In het verleden werd wel eens gedacht dat het onderwijssysteem als systeem doorslaggevend is, maar dat is niet het geval. Het draait om de leraar. Die moet inspireren, goed opgeleid zijn en over de juiste vaardigheden beschikken.”

Prestatiebeloning
In de Verenigde Staten was er door de introductie van prestatiebeloning al een trend om de kwaliteit van elke individuele leraar te meten. Neem de resultaten van de leerlingen bij het begin van het jaar, vergelijk die met de scores aan het eind, en je weet wat een leraar waard is.
Prestatiebeloning is vanwege de enorme kosten van de bonussen in veel staten een stille dood gestorven, maar het meten van de ‘toegevoegde waarde’ van leraren in één jaar, is in een flink aantal schooldistricten gebleven. Nadat de leraar eerst op een voetstuk werd geplaatst, begon de jacht op bad teachers.
Een geluid dat ook wel opdook in Nederland, toen VVD-Kamerlid Ton Elias slechte leraren tot het grootste taboe in onderwijsland stempelde. Maar ook het meten van de toegevoegde waarde staat hier nog op de agenda van bestuurders: pak de kleutertest, neem de Cito-score en kijk wat de school daaraan heeft toegevoegd.

Meetsysteem
Het thema komt op de derde summit in Amsterdam uitvoerig aan de orde. Hoe wordt het werk van leraren geëvalueerd? Door de toegevoegde waarde per leraar of per school te meten? Door onderlinge beoordelingen van leraren? Door het oordeel van leerlingen mee te wegen? En wat zijn de mogelijkheden voor verbetering van collega’s? Welke meetsysteem is succesvol?
Voor AOb-voorzitter Walter Dresscher is het antwoord op die laatste vraag wel duidelijk. “Net als in Finland moeten wij het vertrouwen in docenten centraal stellen.” Finland kent namelijk een heel andere aanpak dan het meetlatsysteem, benadrukt Dresscher. “Het onderwijsproces is te ingewikkeld om door relatieve leken langs een meetlat gelegd te worden. Kritische succesfactoren zijn het opleidingsniveau, engagement, integriteit, onderlinge beoordeling en professionalisering.”
In Finland ziet hij dat terug. Docenten hebben allemaal een academische opleiding. Het zijn leraren die samen het programma vaststellen, er is geen enorme toetsdruk en een onderwijsinspectie ontbreekt. Er is alleen met zestien jaar één nationaal examen. Binnen hun baan hebben de docenten uitgebreid de tijd voor professionalisering, onderlinge evaluatie en onderwijsontwikkeling. Het aantal lesuren ligt er 20 tot 25 procent lager. Maar er is meer, signaleert Dresscher.
“Een collega stuurde onlangs een analyse uit The Economist over het Finse succes. Dat tijdschrift zegt dat in het internationale debat belangrijke zaken over het hoofd worden gezien. Trust and stability. Finland heeft zijn onderwijssysteem in de jaren zeventig ingevoerd en sindsdien vrijwel ongemoeid gelaten. Hier zien we met iedere nieuwe regering weer nieuwe plannen. Eerst wel maatschappelijke stages, dan weer niet. Culturele vorming als vak, en opeens toch niet. Terwijl goed onderwijs stabiliteit en vertrouwen vraagt.”


[kader]

Nationaal Onderwijs Actieplan

De kwaliteit van het onderwijs en de rol van onderwijspersoneel daarbij staat centraal op de internationale Teacher Summit, die 13 en 14 maart in Amsterdam wordt gehouden. De Algemene Onderwijsbond mist in het Nederlandse debat een duidelijke toekomstvisie. Dat moet anders. De AOb presenteert daarom een Nationaal Onderwijs Actieplan, dat als bijlage bij dit Onderwijsblad is gevoegd. Kort samengevat de zeven hoofdpunten:

1.Het begint met een bevoegdheid
Het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs begint met bevoegde leraren voor de klas. Net zomin als we artsen en advocaten toestaan zonder diploma, moeten we dit ook niet toestaan voor leraren.
2.Van meester naar master
Het streven zou moeten zijn dat net als in andere landen, bijvoorbeeld in 2025, een masteropleiding de basis wordt voor het leraarsberoep. We nemen daar de tijd voor, want het vraagt een compleet nieuw opleidingsstelsel en cursussen voor alle leraren die nu nog geen masteropleiding hebben.
3.Tijd voor kwaliteit
Met de huidige werkdruk is in het onderwijs de voorbereiding haastwerk, nakijken een weekendklus en vernieuwing onmogelijk. Wil het kabinet echt werk maken van versterking van de onderwijskwaliteit en de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep, dan moet de werkdruk omlaag.
4.Het lerarenregister: van, voor en door leraren
Door leraren zelf de tijd en de middelen in handen te geven die nodig zijn voor de registratie werken zij mee aan een sterke beroepsgroep.
5.Een aantrekkelijk salaris
Voor de AOb is het vrij simpel: willen we in Nederland voldoende en goede docenten hebben, dan moet de salariskloof met vergelijkbare sectoren worden weggewerkt.
6.Versterking positie leraar in de wet
Hoogopgeleide leraren vragen om een uitdagend beroep met voldoende professionele vrijheid. De AOb heeft hiervoor al een wetsvoorstel klaarliggen.
7.Vasthouden van talent
De AOb wil afspraken over fatsoenlijke contracten voor starters en daarnaast een vorm van leeftijdsbewust personeelsbeleid, wanneer leerkrachten hun werk tot het 67ste jaar moeten uitoefenen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.