- blad nr 4
- 23-2-2013
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Bestuurders willen hun eigen cao
De beloning van bestuurders. Het is een onderwerp dat gevoelig ligt, zegt voorzitter Pieter Hettema van de Vereniging van toezichthouders in onderwijsinstellingen (VTOI) de afgelopen weken tijdens verschillende gesprekken aan de telefoon.
Hij weet er alles van. Zijn handtekening staat onder een cao voor bestuurders van (speciale) basisscholen, die bij het afronden van dit verhaal op het ministerie van Onderwijs ter goedkeuring lag. Die beloningsregeling had begin dit jaar al van kracht moeten worden, gelijktijdig met de wet Normering Topinkomens (WNT). Maar het liep net wat anders dan voorzien. En het ministerie neemt bij zo’n precair onderwerp de tijd om de afspraken door te vlooien. Het is niet iets waar nieuwe bewindslieden zich de vingers aan willen branden.
Leerlingaantal
Hoeveel een bestuurder mag verdienen, wordt gekoppeld aan het gewogen leerlingaantal van de organisatie. Een deel van de po-besturen omvat ook scholen voor speciaal en voortgezet onderwijs. Die leerlingen tellen extra mee in het gewicht. Speciaal basisonderwijs en regulier voortgezet onderwijs met een factor twee, (voortgezet) speciaal onderwijs met een factor vier. Tot en met 500 leerlingen geldt de laagste salarisschaal, vanaf vijfduizend de hoogste.
De conceptversie van de cao kent vijf salarisschalen met elk tien tredes. Daarin loopt het jaarsalaris uiteen van een kleine 63 duizend euro tot ruim 112 duizend euro. Dat is inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering, maar exclusief reiskostenvergoeding, onkostenvergoeding en pensioenbijdrage. Volgens een toelichting in de cao zou de hoogste beloning inclusief onkostenvergoeding en pensioenpremie uitkomen op ruim 130 duizend euro.
Reiskosten vallen overal buiten in het onderhandelaarsakkoord. Over de vergoeding van woon-werkverkeer en dienstreizen mogen bestuurder en toezichthouder onderling afspraken maken. Voorwaarden of beperkingen worden niet genoemd.
Onttrekken
In het primair onderwijs stappen steeds meer schoolbesturen over op een college van bestuur, met daarboven een raad van toezicht. Bijna veertig procent van de schoolbesturen kende een cvb in 2011, tegen een op de vijf het jaar ervoor, aldus de Eindrapportage Monitor Goed Bestuur Primair Onderwijs 2010-2012.
De afgelopen jaren onttrokken steeds meer bestuurders in het basisonderwijs zich aan de reguliere personeels-cao. Zo bleek begin 2011 uit onderzoek van het Onderwijsblad dat sommige bestuurders in het primair onderwijs ruim boven de hoogste cao-schaal worden betaald, ingeschaald aan de hand van beloningscodes uit het voortgezet onderwijs of voor de rijksambtenaren.
In de bestaande, reguliere cao voor het basisonderwijs loopt de hoogste schaal (DE) tot 5.713 euro per maand. Omgerekend komt dat neer op zo’n kleine 80 duizend euro op jaarbasis, exclusief onkosten- en pensioenvergoedingen.
Onderhandeld
Om te kunnen onderhandelen over een cao, hebben de bestuurders oktober vorig jaar een eigen vereniging opgericht. Net zoals eerder gebeurde in het voortgezet onderwijs, waar al in oktober 2011 een bestuurders-cao uit de hoge hoed werd getoverd. De rol van werkgevers wordt vertolkt door de vereniging van onderwijstoezichthouders, de VTOI. Onderling hebben ze de cao opgesteld. Het ministerie van Onderwijs ziet daarin geen probleem.
En de sociale partners? Bij de beloningsafspraken voor bestuurders, die gefinancierd worden uit de algemene pot met onderwijsgeld, zijn de vakbonden buiten spel gezet, aldus AOb-bestuurder Liesbeth Verheggen. “Twee partijen maken onderling afspraken over een cao voor bestuurders die wordt betaald uit de lumpsum voor het primair onderwijs. De PO-raad en de vakcentrales hebben allebei geen bemoeienis met deze partijen die wel een claim leggen op het onderwijsbudget. Pas daarna mogen wij als erkende sociale partners aanschuiven om over de rest van de lumpsum te praten. Dat klopt niet.”
Overstappen
Eigenlijk maakt de cao voor bestuurders een vreemde spagaat. In andere onderwijssectoren verdedigen bestuurders hun hogere salaris met het feit dat ze buiten de bovenwettelijke sociale zekerheden vallen die voor de rest van het personeel in de cao zijn afgesproken. Maar in het basisonderwijs zijn nog steeds niet alle arbeidsvoorwaarden gedecentraliseerd. Daardoor gelden bepaalde regelingen over arbeidsongeschiktheid en werkloosheid óók voor bestuurders, zelfs als ze zich buiten de reguliere cao plaatsen. Om die reden ligt de beloningsgrens in de bestuurders-cao rond de 130 duizend euro, en niet op de 162 duizend euro die anders zou gelden.
Het is aan de bestuurder zelf of hij wil overstappen naar de eigen cao. Als hij zijn oude dienstverband voor onbepaalde tijd blijft aanhouden, bijvoorbeeld omdat die lucratiever is, geldt er een overgangsregeling die kan oplopen tot zeven jaar, vergelijkbaar met die in de wet Normering Topinkomens. De eerste vier jaar wordt het oude salaris gerespecteerd, daarna moet het in drie jaar stapsgewijs omlaag worden gebracht naar het niveau van de bestuurders-cao.
Optuigen
Het onderhandelaarsakkoord lag al in november bij het ministerie van Onderwijs op tafel, maar daar wilden ze de cao bijgesteld zien. De hoogte van de beloning was aanvankelijk gekoppeld aan de ‘structurele jaarlijkse inkomsten’ van de organisatie, maar de controle daarvan zou te ingewikkeld zijn. Omzet als criterium is vervangen door gewogen leerlingaantallen.
Daarnaast leefde er bij OCW de vrees voor een opdrijvend effect dat van de beloningscode zou kunnen uitgaan, met name bij kleinere schoolbesturen. Daar staat vaak nog een traditioneel vrijwilligersbestuur aan het hoofd en heeft een directie de dagelijkse leiding. Niemand zit erop te wachten dat kleinere besturen en éénpitters en masse een college van bestuur gaan optuigen.
Eerder dit jaar heeft OCW zich gebogen over een bijgestelde versie van de cao. Nadat 1 januari onhaalbaar bleek, zou de regeling voor 1 februari groen licht krijgen, maar ook die datum werd niet gehaald. Om die reden wilde de Bestuurdersvereniging PO nog niet reageren op vragen voor dit verhaal: ze gaf te kennen eerst de cao-goedkeuring van het ministerie af te wachten.