• blad nr 4
  • 23-2-2013
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

 

Tijdelijk werk is geen ramp

Hoe kun je starters behouden voor het onderwijs? Verhuizen is niet nodig zegt de arbeidsmarktanalist over Groningen. Hij vindt het geen ramp als kleine scholen moeten sluiten. De directeur en de vakbondsman zien de toekomst somberder in. Als er niet meer geïnvesteerd wordt, moeten jonge docenten ander werk gaan doen.

Arbeidsmarktanalist Van Dijk: “Verhuizen is niet nodig”
Het plan om leerkrachten naar de Randstad te laten verhuizen, vindt Jouke van Dijk maar onzin. De hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse aan de Rijksuniversiteit Groningen liet in het Dagblad van het Noorden van 10 december weten dat zoiets voor Groningen helemaal niet nodig is. In de regio Groningen-Assen groeit de bevolking juist, alleen aan de randen van de provincies is er krimp. Van Dijk is niet somber over de toekomst, er is zeker geen massale werkloosheid. “In het Noorden is er eerder sprake van een herverdeling dan van krimp”, legt hij uit. “Inderdaad moeten er veel kleine scholen sluiten op het platteland omdat mensen vertrekken naar de grotere steden. Persoonlijk vind ik dat geen ramp, een school moet minimaal honderd leerlingen hebben. Die mening wordt mij niet in dank afgenomen, maar als je een heel kleine school in stand houdt waar misschien ook nog eens een slechte onderwijzer op zit, dan heb je het als leerling niet getroffen. Ik vraag me af of dat wel goed is voor de kwaliteit van het onderwijs. Uit onderzoek blijkt dat er voor de samenhang van een dorp niet per se een school hoeft te staan. Het kan ook een ander ankerpunt zijn, zoals een winkel. Als er maar iets is waar mensen elkaar tegenkomen. Cruciaal voor de leefbaarheid is ook dat je bijvoorbeeld goede buren hebt.”
Volgens Van Dijk is de werkloosheid onder hoger opgeleiden in het Noorden niet hoger dan de rest van Nederland, zo’n 3 tot 4 procent. “De werkloosheid onder laaggeschoolden is wel hoger dan gemiddeld. Dat zijn meestal vroegtijdig schoolverlaters, zoals vmbo’ers. Hoger opgeleiden verhuizen vanuit Groningen wel naar de Randstad, maar ze komen ook weer deze kant op. Er is zeker geen sprake van een massale leegloop. Van de pas afgestudeerden vertrekken meestal de economen en juristen naar de Randstad, terwijl de mensen met een onderwijsopleiding en de medici honkvaster zijn. Die blijven liever hier.”
Dat de pabo minder studenten kreeg dit jaar heeft volgens hem eerder te maken met het beroepsperspectief en het salaris dan met krimp. ”Er is vooral sprake van kortzichtig beleid, want er wordt nu bezuinigd door scholen waardoor de situatie op de onderwijsarbeidsmarkt erg ongunstig is.”
Dat starters nu vooral veel tijdelijk werk hebben, is volgens Van Dijk niet direct een ramp. “Als je net bent afgestudeerd lijkt het me wel goed als je eerst eens op vier of vijf scholen werkt. Dan kun je je een beetje oriënteren.” Ook in een regio waar echt veel minder leerlingen zijn, is er volgens Van Dijk geen reden om te verhuizen. “Je kunt makkelijk met de auto naar veel andere steden, in een straal van 30 kilometer ben je overal.”

Directeur Gerritsen: “Straks staat er een juf van 67 voor de kleuters”
Veel schoolbesturen maken zich zorgen over het gebrek aan werk voor jonge leerkrachten. Hans Gerritsen, directeur van het Openbaar Primair Onderwijs Rivierenland (OPO-R) spreekt zelfs van een ‘dramatische situatie’. Hij heeft in de afgelopen jaren al vijftien mensen moeten ontslaan op een totaal van 170. “Het zijn allerlei factoren tegelijkertijd die nu spelen. Het aantal leerlingen daalt omdat veel meer mensen verhuizen naar grotere steden en in een stad als Culemborg, hier vlakbij, ligt de bouw plat, er zijn 400 woningen minder gebouwd. De bezuinigingen van de overheid zoals op 2 procent extra BTW op de loonlasten, hakt erbij ons in. Doordat de mogelijkheid van vervroegde uittreding is vervallen, blijven mensen doorwerken. Ik noem de situatie dramatisch omdat ik niemand meer kan aanstellen en dat geldt voor alle scholen in Rivierenland.” Volgens Gerritsen pakt het langer doorwerken desastreus uit voor krimpgebieden. “Ik heb vijftien groepen met 34 kinderen, grote klassen omdat we ons niet anders kunnen permitteren. Op die groepen staan allemaal mensen die ouder zijn dan 58 jaar. We moeten een ouderenbeleid voeren, maar van welk geld? We lopen de kans dat leerkrachten met 67 jaar nog voor de kleuters staan. Er wordt van stratenmakers gezegd dat die niet langer doorkunnen na een bepaalde leeftijd. Hoe zit dat dan met kleuterjuffen?”


Vakbondsman Zwartjes: “Het ziekteverzuim stijgt onder jonge docenten”
In Limburg kampt het voortgezet onderwijs niet alleen met de krimp van leerlingen. Vooral de bezuinigingen spelen de besturen nu parten. AOb-bestuurder Ben Zwartjes schetst een somber scenario. Hij is docent natuurkunde op het Dendroncollege in Noord-Limburg en zit in de gmr van het Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), waar negentien scholen onder vallen. “Het rare is dat we door de krimp aan de ene kant te veel docenten hebben, maar dat er aan de andere kant ook weer tekorten dreigen voor bepaalde vakken. Doordat de minister niet meer alle kosten vergoedt moet er ingeteerd worden op de reserves, dat gaat om miljoenen. Er moeten locaties worden gesloten en er moeten mensen uit om niet in de rode cijfers te raken.” Zwartjes zou het liefst een realistische meerjarenplanning maken om ook voor de toekomst mensen te behouden voor bepaalde vakken. “Het LVO wil wel mensen omscholen, maar dat heeft zijn grenzen. Je kunt moeilijk aan de conciërge vragen om docent wiskunde te worden. Momenteel zijn er al 22 boventalligen, de tijdelijke aanstellingen worden niet verlengd. Tegelijkertijd krijgen de andere docenten meer taken en worden de groepen groter. Je ziet nu al dat het ziekteverzuim stijgt onder jonge docenten, die alles op hun bordje krijgen.”

Wat is uw advies aan Jet Bussemaker?

Jouke van Dijk: “Los de problemen in de Randstad op door de arbeidsomstandigheden te verbeteren. In Groningen zijn geen overschotten. De vergrijzing is nergens zo groot als in het onderwijs. Op termijn van tien jaar, als de crisis voorbij is en de arbeidsmarkt aantrekt, worden de mensen met een pabo-diploma ook weer weggelokt.”

Hans Gerritsen: “Dit is een overbruggingsperiode waarin je juist niet moet bezuinigen in het onderwijs. Straks zijn er geen jonge leerkrachten omdat niemand meer naar de pabo gaat.”

Ben Zwartjes: “Het ministerie moet méér gaan bekostigen, anders zie ik de toekomst somber in. Heel veel docenten die straks hard nodig zijn, krijgen nu geen vaste aanstelling. Ik zie het bij onze sectie Natuurkunde gebeuren, het aantal tekortvakken kan wel stijgen tot tien of twaalf.”


{Onderstaande vier portretten van starters mogen willekeurig over alle pagina’s verspreid}

Lisa Catz: ’Ik had twee maanden geen werk’
Beeld Joost Grol
Het eerste jaar vond Lisa Catz (23) het eigenlijk niet vervelend om alleen invalwerk te hebben. Ze woont in Arnhem, kwam in augustus 2011 van de pabo en had zich ingeschreven bij drie invalpools. “Ik wilde zoveel mogelijk werken. Voor mij was het een mooie gelegenheid om rond te kijken, want scholen gebruiken andere methodes taal en rekenen en hebben andere regels. Maar toen ik na de zomervakantie twee maanden geen werk kreeg, begon ik wel te twijfelen. Bij zo’n pool heb je een nul-urencontract, maar je moet wel iedere ochtend klaarstaan. Je kunt ondertussen geen ander werk doen. Ik had gelukkig gespaard, maar ik heb drie maanden geen inkomen gehad. Ik moest een uitkering aanvragen, dat is natuurlijk vervelend. Het zette mij aan het denken of ik niet nog iets anders moest gaan studeren of ander werk moest gaan zoeken. Toen ik in 2007 begon met studeren waren er nog heel veel banen in deze regio. Door de bezuinigingen gingen scholen grotere groepen maken en omdat de arbeidsmarkt slecht is, gingen er ook weer veel mensen terug naar het onderwijs. Gelukkig heb ik vanaf vorige week een eigen groep op een school omdat ze daar een kleutergroep gesplitst hebben. Ze hebben mij gevraagd, dus daar ben ik erg blij mee. Nu ben ik ben weer vol goede moed, ik hoop dat dit tot vast werk leidt.”

Susanne Mooren: ‘Ik heb geluk gehad’
Beeld Johannes Timmermans
Ze woont in Noord-Limburg, een plek waar de banen niet echt voor het oprapen liggen. Toch had Susanne Mooren (27) weinig moeite er een te vinden. “Misschien komt dat omdat ik natuurkunde geef, dat is een tekortvak, plus dat ik een vrouw ben. In onze sectie zitten verder alleen mannen. Ik heb dus nooit zo die sollicitatiestress ervaren. Ik werk nu anderhalf jaar op mijn school en heb inmiddels een vaste aanstelling. Ik heb geluk gehad. Andere collega’s moeten bijvoorbeeld heel ver reizen of zijn altijd onzeker of ze volgend jaar terug kunnen komen.” “Ik merk wel dat er bezuinigd wordt op personeel bij ons. Ik heb 25 lesuren en moet daarnaast voor de vwo-plusklas een project doen, waar ik maar twintig uur voor krijg. Verder heb ik mijn mentoraat en we gebruiken een nieuwe methode. Ik kan het natuurlijk niet vergelijken omdat ik nog maar kort werk, maar ik vind het heel druk. Mijn vriend dacht altijd dat docent zijn een heel chill baantje was met veel vakantie. Nu we een tijdje samenwonen en hij ziet hoe druk ik het altijd heb, heeft hij daar wel een andere mening over gekregen. Ik hoorde dat er al veel jonge collega’s overspannen zijn geweest. Jonge docenten krijgen natuurlijk alles op hun bordje, ook omdat die nog overal enthousiast voor zijn.”

Jörn Krüger: “De onzekerheid vind ik zwaar”
Beeld Johannes Timmermans

Waar Jörn Krüger (27) vooral van baalt, is dat hij nooit zeker weet of hij volgend jaar nog een baan heeft. “Ik ben nu vier jaar bezig, heb al op drie scholen gewerkt en ben ook drie maanden werkloos geweest. In mijn regio rond Kerkrade zijn weinig vacatures, dus rij ik nu al anderhalf jaar 200 km per dag naar Noord-Limburg omdat ik daar wel terechtkon. Het eerste jaar krijg je alle kilometers vergoed, maar daarna slechts een kwart. Ik betaal dus elke maand 250 euro om daar te werken. Het alternatief is niet werken. Ik heb dit vak niet gekozen om rijk te worden, maar op deze manier wordt het wel zwaar.” “Ik wilde altijd al leraar worden, eerst geschiedenis, maar ik heb tenslotte toch voor natuurkunde/scheikunde gekozen. Het is een leuk vak, maar als je nooit zeker weet of je kunt blijven, sta je er toch anders in. Dan zeggen ze ‘we weten niet of we volgend jaar nog uren voor je hebben’. Tot op de laatste dag voor de vakantie blijf je in onzekerheid en dan blijken er toch opeens nog uren te zijn. De strategie van de besturen is nu dat ze alle mensen met een tijdelijk contract er eerst uitgooien om maar niet het risico te lopen dat ze iemand een vaste aanstelling moeten geven. Andersom is dat voor de kwaliteit van het onderwijs dodelijk, want je investeert niet in een baan als je denkt dat je er aan het eind van het schooljaar weer uitvliegt. Ik kan slecht verhuizen naar een andere regio omdat mijn vrouw wel een baan heeft in Kerkrade. Ik wil daar trouwens zelf ook graag blijven. Volgende maand ga ik naar een nieuwe school die dichterbij is, daar hoop ik wat langer te blijven. Maar ook dat is onzeker. Je blijft steeds zaken uitstellen als je geen vaste baan hebt. We willen ons graag settelen, maar daar komt het nog niet van.”

Vincent Moll: “Wij zijn een verloren generatie”
Beeld Joost Grol

Vincent Moll (35) is geen starter meer, na vijf jaar invallen besloot hij ander werk te gaan zoeken. “Ik deed de verkorte opleiding omdat ik met mijn studie communicatie weinig kans had op een baan. Iedereen vond mij wel een echte onderwijsman en omdat er een tekort aan mannen is in het basisonderwijs, dacht ik dat ik daar wel kans maakte op een baan. Ik weet niet wat er gebeurd is in de tussentijd, maar toen ik afstudeerde in 2004 kon je in de regio Nijmegen alleen nog invalwerk doen. Ik vond het leuk werk, maar ik miste echt een eigen klas. Meestal was het maar een paar dagen, af en toe wat langer. Ik heb dat vijf jaar volgehouden, achteraf gezien te lang. De meesten hielden het na één jaar invalpool wel voor gezien. Nee, aan verhuizen heb ik nooit gedacht, inmiddels had ik twee kinderen en mijn vrouw heeft wel een vaste baan. Ik heb nu een andere baan als assistent-leidinggevende bij de naschoolse opvang. Daar ben ik heel blij mee. Ik zou misschien wel terug willen naar het basisonderwijs, maar ik denk dat ik weinig kans maak. Dat verhaal van die vergrijzing hoor ik nu al heel lang, maar ondertussen blijft iedereen langer werken doordat de pensioengerechtigde leeftijd verlengd is. Wij zijn een verloren generatie. Ik heb bijvoorbeeld geen gymdiploma, dat werd indertijd niet geëist en nu weer wel. Dus ook als er wel weer banen komen, zijn wij kansloos.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.