- blad nr 4
- 23-2-2013
- auteur T. van Haperen
- Column
Hersenspinsels
En zo is het, denk ik, laat in de middag, als ik mezelf terugvind met een 2 mavo-klas. Hun les Frans valt uit. Ik neem het over. De opdracht luidt: woordjes leren op de computer. We zoeken een lokaal. De kinderen nemen plaats achter een beeldscherm en vragen waarom ze niet naar huis mogen. Dit is hun laatste lesuur. De enige reden dat zij en ik tot elkaar veroordeeld zijn, is een inspectiebezoek, precies op de dag dat de eindexamenresultaten binnenkwamen. Een overbelaste administratie moest ook nog even de voorgenomen en gegeven lesuren overleggen. En snel. Een normaal mens zegt dan: “En nu mijn school uit met je flauwekul.” Maar regels en controle devalueren de betekenis van het woord normaal. En dus ging iedereen rennen. De school belandde in een categorie ‘het deugt niet helemaal met die duizend uur’. Gevolg? Ik vul met 2 mavo 0,8 promille van hun jaarlijkse lestijd op. En de minister heeft gelijk, ik houd me aan de regels, geef het initiatief uit handen, laat 2 mavo niet naar huis gaan. In plaats daarvan zeg ik: “drie kwartier woordjes leren achter de computer, het kan nooit kwaad.”
En nee, dit is niet handig. Maar ik ken ook de andere kant. Maria van der Hoeven was van 2002 tot 2007 minister. Zij was de hogepriesteres van de zelfregulering. Bekend van de operatie ‘kappen in dor hout’. Honderden ministeriële regelingen zijn geschrapt. Het gemiddeld het aantal leerlingen per leraar daalde van dertien naar tien. Mijn klassen bleven echter even groot. Het aantal niet-lesgebonden taken groeide. Lokalen werden omgebouwd tot kantoren. De macht van de autonome besturen piekte. Lesgeven was bijzaak. Die duizend uur, niemand maakte zich daar druk om. Terwijl die regel toch al echt even bestond.
Meer of minder regels is helemaal geen kwestie. Een vrijblijvende nationale onderwijspolitiek is dat wel. In dezelfde week dat Bussemaker pleit voor minder regels, spreekt een Kamermeerderheid zich uit tegen ouders die het gezag van leraren ondermijnen. Zo, die zit. En waarom doen de geachte volksvertegenwoordigers dat? Vanwege de gezagscrisis! Maar echt, die gezagscrisis bestaat niet, het is een hersenspinsel, een mediahype. En dan nog. Wat denkt zo’n parlementariër daar aan te doen? In mijn klaslokaal? Een wet maken? Zet deze hilarische vorm van micro-management naast de nationale sturing op klassengrootte. In Finland ligt de klassengrootte gemiddeld op twintig leerlingen. In de VS op 23. Dat weten we van het gerenommeerde onderzoeksinstituut OESO. Maar in de statistiek voor Nederland is het vakje niet ingevuld. Waarom? De Nederlands politiek heeft het niet geregeld. Zo ongeveer als enige! De gekke Henkie van de wereld! Maar 25 kinderen in een lokaal is toch genoeg? Regel dat dan, minister. Dat is je werk. En de keiharde ‘audits’ van de inspectie op de urennorm en de klassengrootte, ik kijk er naar uit!