- blad nr 2
- 26-1-2013
- auteur . Overige
- Opinie
De waarheid over jongens
Tekst Lydia Sevenster en Ingrid Houten Beeld Typetank
1. De schoolprestaties
Op elke 100 meisjes worden er 105 jongens geboren, op elke 100 VWO-meisjes stromen er 100 jongens het VWO binnen, op elke 100 meisjes halen 85 jongens een VWO-diploma. Ook halen minder jongens een havo-diploma. In 2011 ging dit om een verschil op het vwo van 2600 en op de havo van 1600 leerlingen. We zien een tendens: steeds meer jongens dan meisjes stromen af van vwo naar havo én van havo naar vmbo. Op achttienjarige leeftijd zitten jongens veel vaker in de lagere regionen van het mbo en stromen ze minder vaak door naar hbo en wo dan meisjes.
Wij noemen dit verspilling van jongenstalent: een school hoort zowel meisjes als jongens op het niveau te houden dat bij hen past! Menige school, maar ook menig ouder voelt de toegenomen druk om leerlingen een trede lager te plaatsen voor een goede presentatie in de Elsevier- of Volkskrant-enquête met alle gevolgen vandien. Wij stellen dat als leerlingen van groep 8 een schooladvies krijgen, zij ook het bijbehorende diploma moeten kunnen halen, eventueel met een keer doubleren.
Van de Meent stelt dat mannen nog steeds bijna alle topposities bezetten, maar dat kan geen reden zijn om ontoereikend onderwijs aan veel jongens goed te praten. Lang niet allen bereiken topposities, integendeel, een deel verdwijnt naar de rand van de maatschappij. Verder ‘bieden in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst’: diploma’s zijn van steeds groter belang in deze meritocratische samenleving.
2.Hersenontwikkeling
Ook wij volgen het belangwekkende werk van neuropsychologen Crone en Jolles bijvoorbeeld over de invloed van hersenontwikkeling van adolescenten op hun onderwijsresultaten. Van de Meent stelt dat jongeren niet zozeer een onrijpe prefrontale cortex hebben maar een flexibele, die prima werkt als er maar een beloning in het vooruitzicht wordt gesteld. Helaas stopt zij na de mededeling dat ’docenten alleen de juiste beloningsprikkels moeten zien te vinden’ en wel ’vooral bij jongens’. Nu is onze vraag hoe wij in het onderwijs aan deze vage tip handen en voeten moeten geven. Wat bovendien onvermeld blijft, is dat mannelijke pubers voornamelijk op de korte termijn werken terwijl het moderne middelbaar onderwijs met zijn toetsweken nu juist van leerlingen vergt dat ze hun krachten op de langere termijn effectief verdelen. Aan meisjes is die boodschap nog wel besteed, maar uitgerekend de jongens demonstreren in de onderwijspraktijk bij herhaling een veel te late eindsprint.
3. Het studiehuis
Van de Meent stelt dat ‘meisjes meer van de nieuwe studieomgeving profiteren maar jongens zeker niet het slachtoffer zijn van het studiehuis’. Het percentage leerlingen dat op havo/vwo zit, is in twintig jaar gestegen van 40 naar 46. De jongens zijn dus wel vooruitgegaan maar niet navenant.
De tweede fase is ingevoerd op verzoek van het hoger onderwijs om de aansluiting vo-wo te verbeteren. De leerlingen zouden zelfstandiger en verantwoordelijker voor hun eigen resultaten moeten worden. Voor de invoering is niet uitgezocht welke invloed deze aanpak op jongens en meisjes zou kunnen hebben. Samenwerken, plannen, werkstukken produceren, het zijn allemaal dingen die voor jongens lastiger zijn dan voor meisjes. Juist daarin hebben zij meer actieve begeleiding en uitdaging nodig. Meisjes vragen makkelijker hulp. Docenten zouden hier alerter op moeten zijn en jongens hulp moeten bieden, ook als ze er niet om vragen.
Inmiddels is op veel faculteiten een werkcollegeplicht ingesteld. Hier wordt ingespeeld op het gebrek aan discipline en getracht door deze intensieve methode de betrokkenheid bij de studenten te vergroten. Dit is een omgekeerde ontwikkeling dan die de tweede fase beoogde.
4. Mannen voor de klas
Van de Meent poneert dat ITS Nijmegen in 2004 zou hebben vastgesteld dat het noch voor jongens noch voor meisjes uitmaakt of er een man of een vrouw voor de klas staat. Dit onderzoek vond plaats op basisscholen terwijl de meeste jongens juist in de onderbouw van het vo uitvallen! Bovendien twijfelen wij aan de juiste opzet van dit onderzoek aangezien een controlegroep met een 50/50-verhouding in het Nederlandse basisonderwijs niet meer te vinden is en er zijn ook onderzoeken met een andere uitslag.
Uit verschillende onderzoeken komen aanwijzingen dat jongens in de kinderopvang en het primair onderwijs aanzienlijk meer negatieve feedback krijgen dan meisjes. Hun voorkeur voor leren door trial en error wordt wellicht te vaak gefrustreerd in plaats van benut en begeleid. Of dit mogelijk resulteert in een ‘latente schoolhekel, die in de onderbouw van de middelbare school manifest wordt’ vraagt om nader onderzoek. Ook de resultaten van een AOb-enquête uit 2004, die Van de Meent zelf aanhaalt, toont aan dat 75% van de leerkrachten van het basisonderwijs de feminisering een gevaar vindt voor het onderwijs. Wordt er wel voldoende naar de leerkrachten geluisterd? Mannelijke en vrouwelijke docenten kunnen elk met hun eigen inbreng veel betekenen.
5. Andere manieren van leren
Verwarrend genoeg schakelt Van de Meent in punt 5 over op een door haar onderschreven waarheid en niet een van de ‘vijf hardnekkige misvattingen’. Zij poneert dat jongens wel een andere leerstijl hebben dan meisjes, wat wij met onze onderwijservaring volledig onderschijven.
Ons pleidooi is dat scholen bewuster met jongens omgaan door meer in te spelen op hun voorkeursgedrag en hen de kans geven om te rijpen op het onderwijsniveau dat bij hen past.
Wij zijn blij met het meisjessucces maar gunnen het de jongens ook.
Lydia Sevenster is docent biologie op het Stedelijk Gymnasium in Haarlem en houdt workshops voor docenten en ouders, zie ook jongensenonderwijs.nl
Ingrid Schouten is oud-docent en actief in de huiswerkbegeleiding
Het artikel kwam tot stand met medewerking van
Lauk Woltring, gedragsdeskundige bureau ‘Werken met Jongens’
Louis Tavecchio, emeritus hoogleraar pedagogiek UvA
Ministerie van Onderwijs: handreiking voor begeleiding van jongens op school op basis van resultaten van APS en Kohnstamm-instituut,2012 http://handreikingjongensmeisjes.slo.nl/