• blad nr 2
  • 26-1-2013
  • auteur . Overige 
  • Juridische rubriek

 

Een duur ontslag

Over het drankgebruik van de directeur had Juf Joke beter haar mond kunnen houden. Een gang naar de rechtbank en haar ontslag waren het gevolg. De stelt rechter haar uiteindelijk in het gelijk.

Tekst Joost Aarts en Hadewey van der Kamp, juridische dienst AOb

In het arbeidsrecht komt het regelmatig voor dat een werkgever en een werknemer niet meer door één deur kunnen. In dat geval heeft het vaak niet zoveel zin om het dienstverband te laten voortbestaan: daar komt alleen maar ruzie en onheil van. Maar vaker blijkt vooral de werkgever uitgekeken op zijn werknemer. En dán mag de juridische dienst van de AOb bekijken wat daar dan nog aan te doen is.
Joke was een groepsleerkracht die prima functioneerde en waar ouders en leerlingen erg tevreden over waren. Het was duidelijk dat ze niet alleen veel plezier in haar werk had maar dat ze zich bovendien bovengemiddeld inzette waar het haar lessen betrof. Dat bleek ook wel uit de met haar gehouden functioneringsgesprekken.
Haar collega's vonden Joke wel een beetje een Einzelgänger, die erg veel aandacht aan haar werk besteedde. Joke kon daar wel mee leven, ze werd immers betaald voor haar werk als groepsleerkracht en niet voor het onderhouden van vriendschappen op school. Maar een feestje op zijn tijd sloeg ze natuurlijk niet af. Evenmin als haar directeur overigens, die een van de gelegenheden benutte de fysieke aantrekkelijkheden van zijn personeel met Joke te bespreken. Dat vond Joke vreemd, vertrouwde ze vervolgens aan haar collega Marian toe. "Ik denk dat hij toch wel aangeschoten was".
Dat Marian dat gesprek vervolgens maar beter niet aan haar directeur had kunnen melden, bleek al snel daarna. De directeur ontkende wat Joke had verteld en meldde aan zijn bestuur dat er een vertrouwensbreuk was ontstaan. Hij ging nog wat verder en vroeg aan het personeel of zij ook vonden dat Joke niet binnen het team paste en slecht functioneerde.
Daar was Joke het natuurlijk niet mee eens. Dat ze zich in het bijzijn van Marian had afgevraagd of de directeur niet iets teveel op had, mocht men haar niet kwalijk nemen. En dat Marian de vraag vervolgens aan haar directeur had gesteld, al evenmin. En dat was allemaal zeker geen reden om vervolgens aan het voltallige team te vragen hoe men over Joke dacht.
Ondersteund door de juridische dienst van de AOb besloot Joke de zaak aan de rechtbank voor te leggen. Die deelde de visie van Joke, en vond dat het bestuur veel te weinig gedaan had om uit de door de directeur geconstateerde impasse te komen. Zij vond dan ook dat het bestuur aan Joke een compensatie van vijfduizend euro moest betalen.
Omdat de rechtbank het bestuur veel verwijten maakte en Joke het toch wel een erg laag bedrag vond, besloot zij op advies van de AOb in hoger beroep te gaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het aandeel van Joke in de zaak zó klein was geweest, dat een vergoeding van vijftienduizend euro meer op zijn plaats was. En dat er geen enkele reden was om, zoals de rechtbank had gedaan, de vergoeding lager te stellen omdat Joke - gelukkig - al snel na het ontslag weer ander werk had gevonden.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.