- blad nr 2
- 26-1-2013
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Voorrang voor de academische juf
De eerste lichting van naar verwachting 25 studenten van de Universitaire Pabo van Amsterdam (UPvA) krijgt over anderhalf jaar haar diploma. De Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam begonnen in 2010 samen deze opleiding die een student zowel een pabo-diploma als een bachelor pedagogiek oplevert en de Vrije Universiteit startte in 2009 al met een academische pabo. De D66-fractie in de hoofdstad vindt dat deze groep academici na hun afstuderen voorrang moet krijgen bij een deel van de openstaande vacatures in het basisonderwijs. Ineke Schaveling, opleidingsmanager van de UPvA, is voorstander van een kwart academisch geschoolde leraren in het basisonderwijs. “Het zou mooi zijn op een school met acht klassen twee leerkrachten met onderzoekskennis en verdiepte vaardigheden in te zetten.” Schaveling voorziet dat hbo-afgestudeerden in de knel kunnen komen. “Het is een kwestie van marktwerking dat scholen voor academici zullen kiezen. Maar in verhouding leiden we te weinig universitair geschoolden op en dan komt de hbo’er in zicht.”
Overigens komt er meer concurrentie aan, kondigt Schaveling aan. “De universitaire pabo start in september met een versnelde opleiding voor studenten die al een afgeronde universitaire bachelor in sociale wetenschappen hebben.” Het gaat om de studies algemene sociale wetenschappen, sociologie, pedagogiek, onderwijskunde, psychologie en communicatiewetenschap.
“De besturen hebben nog geen uitspraak gedaan over het geven van voorrang aan leerkrachten met een universitaire achtergrond”, zegt Herbert de Bruijne. Hij is voorzitter van het bestuurlijk overleg Amsterdamse basisscholen en algemeen directeur van het bestuur Openbaar onderwijs aan de Amstel. Hij vervolgt: “Ik verwacht niet dat er snel voorrang zal komen. Daarmee zou je hbo-studenten diskwalificeren.” De Bruijne acht academische leerkrachten ook niet op voorhand beter. “Een hbo’er die een aantal jaren werkervaring heeft, is vaak een waardevolle leerkracht. Dat moeten academici nog in de praktijk waarmaken.” Toch verwacht hij wel dat deze leerkrachten snel een baan zullen vinden. “Scholen zoeken door de functiemix gerichter naar bijvoorbeeld een taalspecialist of een zorgspecialist. Daar zullen academische leerkrachten vaker voor in aanmerking komen”, denkt hij.
Onderzoekende houding
Het katholieke bestuur ASKO in Amsterdam werkt zowel met het hbo als de academische pabo samen bij het opleiden van leerkrachten op academische opleidingsscholen. Sanne van der Linden, bovenschools coördinator van de ASKO-opleidingsscholen, kan zodoende de twee varianten goed vergelijken. “Onderzoek staat bij beide opleidingen centraal, maar bij de universitaire pabo is het onderzoek op academisch niveau. Ik verwacht dat academici een meer onderzoekende houding hebben en beter kunnen analyseren, waardoor ze kritischer kijken naar hun eigen handelen en naar schoolontwikkelingen.” Ze vindt het opvallend dat leerkrachten goed zijn in het in gang zetten van nieuwe onderwijsontwikkelingen, maar vaak niet goed meten wat dat heeft opgeleverd. “Leraren met een universitaire bachelor kunnen beter meten of de kwaliteit is verbeterd en zijn daarmee in staat het onderwijs te verbeteren.”
Het betekent wel dat een school een onderzoekende cultuur moet hebben, vervolgt Van der Linden. De academische opleidingsscholen van ASKO stemmen de onderzoeksagenda af op het schoolontwikkelingsplan. “Studenten doen samen met leerkrachten onderzoek, waardoor studenten de onderzoeksvaardigheden van medewerkers een impuls geven. Dat maakt het succesvol. Ze onderzoeken bijvoorbeeld hoe scholen kunnen voldoen aan de verwachtingen van Cito zonder het concept van ontwikkelingsgericht onderwijs tekort te doen. En hoe we digiborden effectief kunnen inzetten bij themalessen binnen de visie van de school. De neiging is daarmee frontaal les te geven en dat is niet ontwikkelingsgericht.”
Opkomst
De roep om (meer) academisch geschoolde leraren in het basisonderwijs klinkt al langer. In het plan ‘In tien jaar naar de top’ uit 2010 van de PO-raad staat al het streven naar 5 procent leraren met een academische opleiding in 2020. Een ambitieuze doelstelling omdat er in tien jaar tijd dan 6650 leerkrachten door academische pabo’s opgeleid moeten worden. In het regeerakkoord staat de doelstelling om de kwaliteit van leraren te verbeteren. De ambitie is om tot de top 5 van landen met het beste onderwijs wereldwijd te behoren. Helpen universitaire juffen en meesters daarbij? “Daar gaan we van uit”, reageert Ineke Schaveling van de UPvA. “Deze leerkrachten krijgen meer kennis van onderzoek, waarmee ze aanpassingen kunnen doen om het onderwijs te verbeteren.” Ook Van der Linden denkt dat academisch geschoolde leerkrachten een ‘enorme kwaliteitsimpuls aan het onderwijs kunnen geven’.
In Finland, dat steevast hoog eindigt in internationale onderwijsranglijsten, zijn alle leraren academisch opgeleid. Moet Nederland ook die kant op? “Als directeur van de academische pabo zeg ik: dat zou het ideale model zijn, daar geloof ik in. Tegelijkertijd wil ik niet alle hbo-opgeleiden afserveren, want daar zit ook kwaliteit. Een pabo-opleiding hoeft niet automatisch te betekenen dat je geen goed niveau hebt. Het is wel een ander type leerkracht.” Het systeem in Finland is bovendien anders, zegt ze. “Het beroep heeft er een veel hogere status en alleen de beste studenten worden geselecteerd. De universitaire pabo’s in Nederland hebben ook selectieprocedures en ook het hbo is daarmee bezig. Dat is een goede maatregel om de kwaliteit te verbeteren.”
De Bruijne vindt het Finse model niet helemaal vergelijkbaar. “Daarmee zou je zeggen dat het onderwijs nu waardeloos is en daar doe je zittende leerkrachten tekort mee. Een mix van hbo en universitair is prima en daar gaan we naar toe. Scholen zullen de afweging maken wat voor hun de beste kandidaat is.”
Leerkrachtenplus
Voor ASKO is het, gezien de bezuinigingen, een uitdaging om de academische leerkrachten te faciliteren. Sanne van der Linden: “Deze leerkrachten die meer onderzoeksvaardigheden hebben, zijn heel interessant voor ons. We willen ze graag binden aan onze scholen, maar we zijn zoekende hoe we ze kunnen faciliteren zodat ze onderzoek kunnen doen.”
Ook denkt ze dat het lastig kan zijn om ze als leerkracht in dienst te houden. “Het is een enorme uitdaging om ze voor de klas te houden. Als mensen groeien in het onderwijs, zie je vaak dat ze uiteindelijk niet meer voor de klas staan. We denken na over de wijze waarop we deze leerkrachten vast kunnen houden door het werk voor hen nog aantrekkelijker te maken. Daarvoor moet je wel de financiële middelen hebben.”
Een hogere salariëring zal daarin niet direct een rol spelen. Ook academici beginnen normaliter in een LA-functie, verwachten Van der Linden en De Bruijne. “Ze zullen in LA beginnen omdat ze onder meer minimaal twee jaar leservaring moeten hebben om voor LB in aanmerking te komen. Maar ik zie zeker mogelijkheden dat deze groep zich sneller richting LB ontwikkelt”, denkt Van der Linden. De Bruijne is er geen voorstander van dat mensen met een LB-functie beginnen. “De ingezette lijn binnen de functiemix is dat leerkrachten pas voor schaal LB in aanmerking komen als zij voldoen aan het daarvoor geldende functieprofiel. Tenzij je gericht zoekt naar een specialist in LB, maar dat kan ook een hbo’er met ervaring zijn. Ik verwacht wel dat academici de komende jaren sneller doorgroeien door hun positie in de school en doordat ze meer bezig zijn met schoolontwikkeling.”
{kader}
Dekker:’Gemixt personeelsbestand verstandig’
Staatssecretaris Sander Dekker van onderwijs vindt academisch geschoolde leraren en leerkrachten met een masteropleiding een goede ontwikkeling, laat hij weten in een schriftelijke reactie. ‘Diverse steden zijn daarmee aan de bak en dat soort ontwikkelingen dragen bij aan nog beter onderwijs voor leerlingen. Dat hoeft niet per se te betekenen dat juffen en meesters op de basisschool academisch gevormd zijn, maar meer leraren met een masteropleiding op een basisschool, daar hebben leerlingen baat bij. Ook voor zittend personeel is een masteropleiding relevant.’ Hij wil daar geen percentage aan koppelen.
Moeten zij voorrang krijgen, zoals D66-Amsterdam wil? ‘Wij steunen het initiatief van de academische pabo waar we maar kunnen. Maar de aantallen studenten die nu de academische pabo volgen zijn echt niet voldoende om de instroom van reguliere pabo-studenten te vervangen. En het aannamebeleid van nieuwe docenten lijkt mij echt een schoolzaak. Maar dat scholen kiezen voor een meer gemixt personeelsbestand vind ik niet meer dan logisch en zelfs verstandig.’
Dekker is er van overtuigd dat de onderwijskwaliteit met meer masteropgeleiden omhoog gaat. ‘De laatste jaren is het opbrengstgericht werken centraal komen te staan. Daarbij is het essentieel dat prestaties van leerlingen systematisch worden gevolgd, en dat op basis van de uitkomsten het onderwijsleerproces waar nodig wordt bijgesteld. Die data-interpretatie is nou een voorbeeld van een vaardigheid die docenten sterker leren in een master dan in een bachelor. Die vaardigheden zijn essentieel voor de toekomst.’
Zijn meer academisch geschoolde leerkrachten de manier op de kabinetsambitie waar te maken om tot de top-5 van landen op onderwijsgebied te behoren? ‘Zoals ik aangaf, denk ik zeker dat docenten met een masteropleiding bijdragen aan een beter onderwijs. En daar gaat het mij om.’