- blad nr 2
- 26-1-2013
- auteur S. Ridder
- hier & daar
Meer regels en rituelen in België
De laatste vier jaar van zijn schooltijd op de ‘primaire school’ deed Nik in België omdat zijn vader bij de Europese Unie werkt. Ook pikte hij nog een half jaar op het secundaire onderwijs mee. “Die overgang van een Franstalige naar een Vlaamstalige school was wel vreemd, omdat de scheiding best hard is. Je moest echt opletten welke taal je sprak, want ze hechten in ieder gebied erg aan hun taal. De Franstalige school vond ik het moeilijkst, gewoon vanwege de taalachterstand die ik natuurlijk had. Ik begreep het vaak wel, maar ik kon me niet altijd goed uitdrukken in het Frans. Gelukkig kreeg ik extra lessen, hoewel ik nooit in zo’n speciale ‘onthaalklas’ heb gezeten.” Met het onthaalonderwijs vangen Belgen kinderen op die Vlaams of Frans niet als moedertaal hebben.
Het verschil in schoolcultuur is Nik nooit heel zwaar gevallen. “In België staan de leraren wel iets verder van je af, je moet u zeggen bijvoorbeeld. En er zijn meer regels en rituelen. Zo moesten we ons na de pauze opstellen in rijen. Elke klas in z’n eigen rij en dan liepen we samen naar binnen.” Terugkijkend stelt Nik dat hij dat eigenlijk wel zo prettig vond. “Het geeft wel rust, je kunt nooit te laat naar binnen gaan. Je weet waar je aan toe bent.”
Geen tussenuur
Toch voelt Nik zich in Nederland meer op zijn gemak. “Het is allemaal wat losser, er is meer ruimte. Letterlijk en figuurlijk. In België had je nooit een tussenuur, een zieke docent werd altijd vervangen. Of je moest in de studieruimte onder begeleiding aan het werk. Je kon nooit eens een uurtje lekker hangen op het schoolplein, in de kantine of in de aula. In Nederland is het schoolgebouw ook van jou; je mag bijna overal komen. In België mag je alleen ergens komen als je er echt moet zijn. Ook na school heb je in Nederland meer vrijheid. Je kunt bijvoorbeeld nog even aan het werk in de mediatheek, of je kunt samen aan een project werken. In België ging iedereen meteen naar huis.”
Ook in de manier van leren geeft het Belgische onderwijs minder ruimte volgens Nik. “Het was veel rijtjes stampen, dingen uit je hoofd leren. In Nederland wordt je geleerd zelfstandig te leren. Dat is fijner, je kunt meer je eigen manier van leren ontdekken. In België was het dan wel weer fijn dat je eerder een voldoende kreeg. Een 5 werd al gezien als een voldoende als het hoogste cijfer een 10 was. Overigens ging de puntentelling vaak tot 20, maar dan had je met een 10 dus nog een voldoende gescoord.”
Rumoerige klas
Nik komt na de scheiding van zijn ouders in 2009 met zijn moeder en broertje in Sneek wonen. Halverwege het eerste schooljaar stroomt Nik in op het Magister Alvinus. “Vooraf zag ik er nogal tegenop om wéér ergens overnieuw te beginnen, zeker omdat de klas al een half jaar bij elkaar was. De groepjes waren natuurlijk al gevormd.” Tot zijn eigen verbazing maakte hij snel vrienden. “Ik weet niet of het een cultuurverschil is, maar ik had het gevoel dat ik in Nederland makkelijker geaccepteerd werd.”
Volgens zijn lerares Nederlands Johanna de Boer is dit in ieder geval ook aan de schoolcultuur te danken. “Op het Alvinus word je snel opgenomen in de groep.” Ze weet nog goed hoe Nik zijn intrede deed in de klas. “Een stille, wat schuwe jongen die ook nog eens moest opboksen tegen een nogal rumoerige, chaotische klas. De dames in de klas waren nogal aanwezig en dan geef ik het zo’n twaalfjarige jongen te doen: een echtscheiding, een verhuizing naar een ander land, een andere school. Ik vind het heel knap dat hij alles zo snel oppakte.” Wat hielp is dat de gymnasiumleerling wat niveau betreft geen achterstand had. Nik: “Bij wiskunde liep ik zelfs iets voor. Bovendien vond ik het niveauverschil in de klas sowieso best groot, dus waar ik iets achterliep, zoals bij grammatica, viel het helemaal niet op.”
Vrije tijd
Nik maakt regelmatig de treinreis naar België omdat zijn vader er nog woont. Maar terug naar het Belgische onderwijssysteem wil hij niet, hoewel hij sommige dingen wel kan missen. Niet toevallig gaan die over hetzelfde: de vrije tijd. Nik: “In België had je lange pauzes, een lange zomervakantie en ik vond vooral de lange schoolreis heel leuk. In Nederland ga je een dag met elkaar op pad, in België ga je een paar dagen op kamp. En niet alleen op het secundair onderwijs is dat zo, ook op de basisschool. Ja, dat lijkt me nou wel weer leuk om te doen.”