- blad nr 2
- 26-1-2013
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Slimme leerling blijkt gat in de markt
Iedere school een plusklas
`Ben jij leergierig? Heb je talent voor leren? Maar wil je niet naar het klassieke gymnasium, waar je Latijn en Grieks krijgt? Dan is VWO Plus iets voor jou!´ Deze wervende tekst van het Montessori College in Nijmegen had net zo goed van een andere school voor voortgezet onderwijs kunnen zijn. Je telt tegenwoordig niet meer mee als je de slimme leerling niet wat extra´s te bieden hebt. Vooral in het vwo zijn plusklassen populair, maar ook de havo en de theoretische leerweg van het vmbo proberen de aandacht van ouders te trekken met een aanbod dat eruit springt. Volgens onderzoekster Clarien Veltkamp van het CPS doen scholen hun uiterste best om de slimme leerling te bedienen. “Maar het is vaak een probleem om al dat extra´s bekostigd en ingeroosterd te krijgen. Het vraagt ook om docenten die bijgeschoold moeten worden. Scholen moeten daarom vooral bedenken wat ze ermee willen bereiken.”
“Wij wilden slimme leerlingen een alternatief bieden voor het gymnasium”, zegt Gabriëlla Franquinets, docent Duits van het Montessori College Nijmegen, dat geen gymnasiumafdeling heeft. Het college heeft nu een plusklas die de eerste drie jaar van het vwo in kortere tijd doet. Daardoor blijft er tijd over voor vakken als Spaans, filosofie en het volgen van de cursus Cambridge Engels. Eén middag per week werken de leerlingen aan een eigen onderzoek, waardoor ze al veel ervaring opdoen voor hun profielwerkstuk in de bovenbouw. In Nijmegen moet de school, als het gaat om de slimme leerling, concurreren met het Stedelijk gymnasium en een aantal scholengemeenschappen met een gymnasiumafdeling. Toch zitten er nu in korte tijd al 26 leerlingen in de plusklas. Financieel en roostertechnisch is het momenteel goed te doen. Hoewel Franquinets waarschuwt dat er in het opzetten van de klas veel tijd is gestoken. “Hoe ga je met hoogbegaafden om? Er is een vast team van docenten verantwoordelijk, sommigen hebben daar speciaal een cursus voor gedaan. De leerlingen worden van tevoren geselecteerd, we praten vooral met ze over hun motivatie om dit te doen. Ze moeten natuurlijk een vwo-advies hebben plus een cito-score van 545 of hoger. We overleggen bovendien altijd met de basisschool. We hadden ooit een jongen met een score van 538 die het toch fantastisch gedaan heeft.” Franquinets, die ook mentor is van de groep, verklaart het succes van de plusklas ook uit de behoefte van deze leerlingen om bijelkaar te zitten. “Dat is denk ik een belangrijk aspect, dat ze allemaal een beetje dezelfde insteek hebben.” De nieuwe klas is een aanwinst voor de school, tegelijkertijd is het een verantwoordelijkheid. “Je moet het wel waar kunnen maken.”
Uit het onderzoek Evaluatie Plusklassen van het CPS blijkt vooral dat iedere school er een eigen invulling aan geeft, terwijl het beestje wel altijd dezelfde naam heeft. De plusklas ontstond in het basisonderwijs en was ooit uitsluitend bedoeld voor hoogbegaafde leerlingen die ook op sociaal emotioneel gebied veel ondersteuning nodig hadden. Op de meeste scholen doen de talentvolle leerlingen een keer per week extra vakken of werken ze aan een project. Er zijn zelfs plusklassen op regionaal niveau waar leerlingen van diverse scholen een keer per week naar toegaan. “Het aanbod is heel divers,” zegt Clarien Veltkamp. ”Het vertrekpunt is altijd wel dat scholen tegemoet willen komen aan de behoefte van leerlingen om iets extra´s te doen. Dat hoeven niet per se hoogbegaafden te zijn. Maar er wordt nog weinig nagedacht wat ze er met dat extra’s willen bereiken en de resultaten worden nauwelijks geëvalueerd.”
Nood
In Amsterdam-Noord gaat het niet om één klas, maar een heel nieuwe school die zich vwo-plus noemt, het Hyperion Lyceum. In 2011 was de nood in de hoofdstad weer hoog, veel leerlingen konden niet terecht op de vwo-school van hun voorkeur. Het Bredero Lyceum sprong in het gat. Sandra Newalsing is directielid van Voortgezet Onderwijs van Amsterdam (VOvA), het bestuur waar het Bredero Lyceum onder valt. Ze herinnert zich de teleurstelling van de uitgelote kinderen nog. “In Amsterdam was er in de afgelopen jaren veel vraag naar hoogwaardig vwo. Op de populaire scholen in zuid en het centrum kwamen steeds teveel leerlingen af die allemaal hoge Cito-scores halen. Wij zijn gestart met 40 uitgelote leerlingen in een gymnasium- en een atheneumklas. Niet ieder kind wil Grieks of Latijn, daarvoor in de plaats krijgen ze vakken als Logica & Argumentatieleer, Grote Denkers of Lifestyle Informatics.” De formule sloeg aan, werd zelfs een groot succes, want in 2012 kozen er 135 nieuwe leerlingen voor Hyperion. Van de gemeente kreeg de school een tijdelijk noodgebouw. Newalsing is blij. “We waren erg trots, ze kozen echt voor deze school, nu was het geen tweede keuze.” De school vraagt een vwo-citoscore (545) met hetzelfde schooladvies. Nu hun vwo-afdeling op deze manier verzelfstandigd is, wil het Bredero Lyceum dezelfde plusformule toepassen op de havo. Het hele onderwijsprogramma wordt vernieuwd, veel meer toegesneden op de typische havo-leerling. De resultaten van de havo vielen de afgelopen jaren tegen. Newalsing wijt de slechte scores aan het toelatingsbeleid. “Er werden teveel twijfelgevallen toegelaten, dus leerlingen die tussen de mavo en havo inzaten. Bovendien richtten we ons niet genoeg op wat een havo-leerling nodig heeft. Die is praktischer ingesteld. Vorig jaar was het nog een pilot, komend schooljaar start de nieuwe havo.” Ook hier geldt dat er geen ruimte meer is voor twijfelgevallen. “Voor dit programma moet je echt de havo aankunnen. De plus zit hem hier in een breder onderwijsprogramma waarin gewerkt wordt aan competenties die nodig zijn om succes te hebben op het hbo. Newalsing vindt dat de opleiding de uitstraling moet krijgen van een categorale havo. “In Nederland bestaat er nog maar één categorale havo, daar zijn we gaan kijken. Wij willen dat voorbeeld van een eigen school met een eigen cultuur volgen. Ik zou het ook erg leuk vinden als de havo ook een eigen gebouw krijgt, maar zover is het nog niet.”
Trekpleister
De vmbo-tl-plusklas op het DaCapo College in Sittard is er vooral op gericht om zoveel mogelijk leerlingen klaar te stomen voor de havo. De plusklas gebruikt dezelfde methoden als de havo. Marcel de Groot, algemeen directeur van het DaCapo College, is zich ervan bewust dat dit zijn grote trekpleister is. “Financieel moet er soms een offer gebracht worden als de klas klein is, maar je moet keuzes maken. Het legt ons geen windeieren, want 50 tot 60 procent stapt over naar havo 2 en blijft daar. Het vmbo heeft een moeilijk imago, dus je moet je profileren met deze mogelijkheid voor leerlingen om door te stromen naar de havo.” Als oud mavo-directeur kent hij het klappen van de zweep. “We halen uit de kinderen wat er in zit, voeren intensieve gesprekken met de basisscholen. Bij ouders is het bekend dat als ze eenmaal in deze klas zitten er grote kans is dat ze toch naar de havo gaan. Vooral vanwege de krimp in het zuiden kunnen we deze extra instroom goed gebruiken.”
Alphons den Heijer, directeur van het Christelijk Zandvlietcollege in Den Haag, verklaart de opleving van plusklassen uit de groeiende aandacht voor excellentie. “Laatst was er nog in het nieuws dat Nederland wel goed is in het bij de les houden van de zorgleerlingen, maar dat de begaafde leerling er wat bekaaid afkwam.”
Het Zandvlietcollege kwam al in 2007 in het nieuws met de mogelijkheid voor havisten om in bepaalde vakken op vwo-niveau eindexamen te doen. De havo+. “Dat is nog steeds mogelijk,” zegt Den Heijer, maar het enthousiasme is inmiddels wat gezakt. “Als school hebben we er weinig aan, omdat inspectie die examens optelt bij de vwo-resultaten. Dat we zulke goede havo-leerlingen hebben, telt dan niet. Bovendien zijn de exameneisen inmiddels verscherpt, dus heb je op een havo-lijst een hoog cijfer nodig om de minder goede te compenseren.”
Op het Zandvliet kunnen leerlingen ook masterklassen doen na schooltijd of in de bovenbouw vakken volgen op de universiteit. Maar alweer geeft hij aan dat dit allemaal wat minder is geworden. “Sinds de exameneisen verscherpt zijn moeten we nu inzetten op examentrainingen.” Hij ziet in Den Haag, net als in Amsterdam, de grote onderlinge concurrentie van de scholen om de betere leerling binnen te halen. “Al dat extra´s is best, ze kunnen hier ook de Cambridge cursus doen, maar ik wil toch vooral naar de ouders toe een onderwijskundig verhaal houden. Goed en degelijk onderwijs geven vind ik het belangrijkste.”