• blad nr 2
  • 26-1-2013
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Het kan, met een sociaal plan: 

Krimp zonder gedwongen ontslag

Op veel scholen lopen de leerlingenaantallen terug. Die krimp hoeft echter niet tot gedwongen ontslagen te leiden, leert de praktijk. “Door ons sociaal plan gingen er voldoende mensen vrijwillig weg, waardoor alle ontslagen van tafel konden. Dat hebben we gevierd met taart.”

Slechter dan bij de scholen van de stichting Marenland wordt het niet snel, wat betreft de terugloop van het aantal leerlingen. Goed, veel basisscholen in het hele land krimpen op dit moment. Maar de meeste scholen van Marenland liggen in het gebied rond Delfzijl, waar de ontgroening het hardste toeslaat. Marenland verliest, volgens de prognoses, in totaal een derde deel van haar leerlingen.
Door de terugloop hebben al zestig mensen de scholen van Marenland verlaten. Maar het mooie is: geen van de vertrekkers ging echt tegen zijn of haar zin weg. De krimp is opgevangen zonder gedwongen ontslagen. Zelfs zonder dat er mensen in het RDDF (risicodragende deel van de formatie – het voorportaal van ontslag) hoefden te worden geplaatst. Het geheim? Een goed sociaal plan. Dat plan stelde leraren van Marenland bijvoorbeeld in staat om opleidingen te volgen voor functies in het speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, waar nog wel vacatures zijn. Andere leraren maakten gebruik van de mogelijkheid om vervroegd met pensioen te gaan, of om bijvoorbeeld – met ondersteuning - een eigen bedrijf te starten. “Er zijn mensen aan de slag gegaan als zelfstandig onderwijsadviseur of leerlingbegeleider”, zegt Dick Henderikse, directeur van Marenland. “Van sommigen nemen we een jaar lang diensten af, zodat ze een goede start kunnen maken.”

Koud ontslagbeleid
Dergelijke sociale plannen zijn niet standaard in het basisonderwijs. Was het maar waar, zegt AOb-rayonbestuurder Nasera Azzouz. In veel gevallen kiezen werkgevers voor simpel en koud ‘ontslagbeleid’. Daarbij wordt berekend hoeveel leerkrachten er door de krimp uit moeten, waarna vaak op basis van last in, first out wordt becijferd wie de klos is. Deze mensen worden in het risicodragende deel van de formatie gezet, en een jaar later gedwongen ontslagen.
Dat is weinig sociaal ten opzichte van jongere leerkrachten, die door last in, first out doorgaans als eerste worden ontslagen. En zij komen elders in een krimpregio natuurlijk ook moeilijk aan een nieuwe baan. “Die jongeren zijn net ingewerkt, ze hebben scholing gevolgd, er is in ze geïnvesteerd”, zegt Azzouz, “en door zo’n ontslag gaan ze dan verloren voor het onderwijs. Dat is zonde.”
De reden dat werkgevers vaak toch een ‘koud’ ontslagbeleid hanteren, is dat je als werkgever makkelijker van je personeel lijkt af te komen. Want bij ontslagbeleid blijven de vertrekkers, na in het RDDF te zijn geplaatst, maximaal nog slechts één jaar op de loonlijst staan. Bij een sociaal plan is dat vaak twee jaar.
Tenminste, in theorie. Want de grap is dat leraren bij een sociaal plan in de praktijk veel sneller weggaan dan leraren die verplicht ontslagen worden. “Soms stappen mensen uit zichzelf zelfs binnen een of twee maanden op”, zegt AOb-rayonbestuurder Eugenie Stolk. “Dan heb je als bestuur dus financieel tien of elf maanden salaris gewonnen. Een sociaal plan kost geld, maar verdient zich op die manier vaak terug.”

Vertrekbonus
In veel sociale plannen wordt ook een financiële bonus gezet op snel vertrek. Stolk: “Ik ken een school waar een acuut financieel probleem was. Wie vóór 1 december wegging, kreeg een forse premie – in de maanden daarna werd die premie snel lager. Een aantal mensen besloot snel op te stappen, waardoor de school zes ton heeft bespaard.”
Directeur Henderikse van Marenland onderschrijft dat een sociaal plan duur is, maar ook veel geld oplevert. “Ons sociaal plan kostte tot nu toe zo’n acht ton. Dat is veel geld voor een bestuur als het onze. Maar een behoorlijk aantal mensen is dankzij de regelingen uit dat sociaal plan snel gestopt. Die hadden anders nog een hele tijd op de loonlijst gestaan, en dat zou ons minstens evenveel geld hebben gekost.”
Ook Riekje Meijering, directeur van het bestuur Allure in Opmeer, kent het ‘inverdieneffect’ (het effect dat mensen eerder weggaan dan de maximale termijn die op papier staat). “In januari 2012 zijn we een reorganisatie gestart, waarbij we vijftien leerkrachten in het risicodragende deel van de formatie hebben gezet. Maar er maakten zoveel oudere leerkrachten gebruik van de vertrekmogelijkheden in het sociaal plan, dat er geen ontslagen meer nodig waren. Iedereen die in het risicodragende deel van de formatie stond, kon blijven. Dat hebben we met bloemen en taart gevierd.”

Gouden handdruk
De inhoud van sociale plannen is altijd maatwerk, maar de twee belangrijkste regelingen zijn doorgaans: een vertrekpremie en een premie om minder te gaan werken. Denk bij zo’n vertrekpremie niet aan een gouden handdruk á la de top van het bedrijfsleven, waarschuwt AOb-rayonbestuurder Stolk. “Maar iemand die heel snel besluit weg te gaan, krijgt soms wel eens acht maandsalarissen mee. Vooral ouderen maken gebruik van die vertrekpremies, waarmee ze de WW - die ze in sommige gevallen na hun vertrek krijgen - kunnen aanvullen tot aan hun pensioen.”
Ook maken ouderen nogal eens gebruik van de mogelijkheid om minder uren te gaan werken, al dan niet gestimuleerd met een premie. Dat is ook voor mensen met jonge kinderen aantrekkelijk, zegt Stolk. “Ik ken vrouwen voor wie zo’n sociaal plan net het zetje is om uren in te leveren. Soms is in zo’n plan ook afgesproken dat de mensen na een aantal jaar weer méér kunnen gaan werken, als er voldoende ruimte is in de formatie.”
Daarnaast kunnen werknemers in zo’n sociaal plan op allerlei manieren worden ondersteund om elders aan de slag te gaan. AOb-rayonbestuurder Azzouz: “Je kunt leerkrachten helpen bij de aflossing van hun hypotheek als ze willen verhuizen naar een regio waar meer banen zijn. Ik ken ook een conciërge die een lasapparaat van tienduizend euro meekreeg om een eigen zaak te beginnen. De regelingen die we in zo’n sociaal plan afspreken, verschillen per bestuur.”
Een leerkracht van het bestuur Allure heeft bijvoorbeeld op kosten van het sociaal plan een rijbewijs gehaald, omdat ze dat nodig had voor een eigen zaak, zegt directeur Meijering. “Een andere docent hebben we via ons netwerk aan een baan in het voortgezet onderwijs geholpen, en een OOP’er doet nu de opleiding tot dierenartsassistente. Sommige mensen lopen al heel lang rond met het plan om eens iets anders te gaan doen, en dan kan zo’n sociaal plan net het laatste zetje geven.”

Emotioneel
Het kost soms wel wat tijd voordat docenten en OOP’ers in zo’n plan gaan geloven, merkt Stolk van de AOb. Want hard ontslagbeleid – last in, first out, zonder sociaal plan – heeft gek genoeg ook voordelen. In elk geval emotioneel. “Bij zo’n beleid worden de jongeren doorgaans als eerste ontslagen, dus de mensen met een behoorlijk aantal dienstjaren zitten goed. Die hoeven zich geen zorgen te maken”, zegt Stolk.
Bij een warme reorganisatie, met sociaal plan, moet iedereen gaan nadenken over zijn of haar toekomst. Als dat sociaal plan niet het gehoopte aantal vertrekkers oplevert, is er vervolgens toch een ontslagfase nodig. En bij die ontslagen kunnen dan ook de ouderen aan bod komen. Bijvoorbeeld omdat wordt afgesproken om de ontslagen per leeftijdscategorie over de organisatie te verdelen. Dat is even slikken, weet Stolk. “Dat geeft onzekerheid, maar die zorgt er ook voor dat mensen gaan nadenken.” Dat heeft weer tot resultaat dat, uiteindelijk, in de eerste plaats de mensen weggaan die ook weg wíllen gaan. En die mensen maken daardoor ruimte voor anderen, die graag willen blijven.
Communicatie is het sleutelwoord bij een reorganisatie, vindt directeur Meijering van Allure. “Je moet de tijd nemen en je moet je mensen mee zien te krijgen. Dan lukt het.” Binnen Allure was zelfs een procedure met de medezeggenschapsraad afgesproken om te voorkomen dat leraren door de reorganisatie, tegen hun zin op andere basisscholen van het bestuur zouden moeten gaan werken. “Die procedure heeft goed gewerkt”, zegt Meijering. “Het is allemaal heel netjes verlopen en er is tot nu toe ook niemand gedwongen ontslagen. Daar ben ik erg blij mee.”

Pensioengolf
Een extra voordeel van een sociaal plan is dat de jonge leerkrachten hierdoor binnenboord kunnen blijven. Zij zijn namelijk hard nodig als vanaf 2015 de pensioengolf komt. Er gaan dan zoveel ouderen met pensioen dat die de krimp van de leerlingenaantallen ruimschoots opvangen. Zelfs in de regio Delfzijl, zegt directeur Henderikse van de stichting Marenland. “De krimp van de leerlingenaantallen gaat hier door tot 2030, maar we hebben nog slechts twee moeilijke jaren voor de boeg. Daarna gaan er zoveel mensen met pensioen dat we moeten oppassen dat we niet met onvervulde vacatures blijven zitten. En ik verwacht dat we die twee laatste moeilijke jaren ook zonder gedwongen ontslagen door gaan komen – dankzij het sociaal plan.”



{Kader 1}

‘Sociaal plan was buitenkans’

Rob Turksma (61) had verwacht dat hij tot een half jaar ná zijn vijfenzestigste verjaardag zou moeten doorwerken. Daar zag hij, eerlijk gezegd, wel een beetje tegenop. “Het werk van een leraar blijft hectisch, en je energie wordt toch minder op deze leeftijd.” Toen gingen er bij zijn schoolbestuur, waar hij al 37 jaar werkte, verhalen de ronde over daling van de leerlingenaantallen en over grote financiële problemen. Lang verhaal kort: er kwam een reorganisatie en een sociaal plan, en in 2011 stopte Turksma met werken.
Natuurlijk had hij wel een gat in zijn pensioenopbouw, maar dat kon hij gedeeltelijk vullen met zijn vertrekpremie. En hij krijgt nu WW: eerst 78 procent van zijn laatstverdiende loon, de jaren daarna 70 procent. “Maar het geeft me een goed gevoel dat jonge collega’s, die hun hele carrière nog voor zich hebben, dankzij mijn vertrek aan de slag kunnen blijven.”
Uiteraard moet Turksma, omdat hij in de WW zit, solliciteren. Dat doet hij ook keurig: “Ik zou gek zijn als ik niet aan die verplichting voldeed.” Maar er blijken weinig vacatures te zijn voor leerkrachten.
Turksma vindt dat hij bij de reorganisatie goed is geholpen door de AOb. “Rond de beëindiging van het arbeidscontract moeten er veel zaken op papier worden gezet, en dat moet zorgvuldig gebeuren. Anders kun je bijvoorbeeld later problemen krijgen met je WW-uitkering. De jurist van de AOb heeft alle overeenkomsten gecontroleerd voordat ik ze ondertekende, en heeft alles nagerekend. Hij heeft ook een foutje ontdekt in de berekeningen, en daar bezwaar tegen gemaakt. Dat heeft geresulteerd in een hogere uitkering. Ik ben blij dat ik AOb-lid ben.”

{Kader 2}
‘Krimp verhoogt de werkdruk’

Op scholen waar de leerlingenaantallen afnemen, stijgt de werkdruk. Dat concludeert de Onderwijsinspectie in het rapport Krimpbestendige onderwijskwaliteit.
Het primair onderwijs zal de komende acht jaar krimpen met zo’n honderdduizend leerlingen. De inspectie bezocht in het zuiden van Nederland bijna tweehonderd scholen waar krimp al een feit is. Door de krimp ontstaan er meer combinatiegroepen en, doordat schaarse leerlingen geconcentreerd worden, per saldo vaak grotere klassen. Daardoor stijgt de werkdruk.
De inspectie constateert dat de meeste scholen er nog wel in slagen om tijdens de krimp hun onderwijskwaliteit op een voldoende niveau te houden.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.