- blad nr 2
- 26-1-2013
- auteur M. van Nieuwstadt
- Redactioneel
Gewenst rekenniveau lijkt te hoog gegrepen
Onhaalbare eisen blijven onhaalbaar, ook als ze worden uitgesteld. Leerlingen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs kunnen bij hun examens voorlopig niet zakken op de nieuwe rekentoetsen die het ministerie wil invoeren. Vlak voor de kerstvakantie besloot minister Bussemaker om deze harde eis uit te stellen tot het schooljaar 2015-2016. Wel worden de resultaten – volgens de eerste serie proeftoetsen vaak dramatisch slecht – straks vermeld op het diploma. Daarmee is het probleem van de te moeilijke toetsen niet opgelost.
Denk aan een afbeelding van een doos van 35x35x40 centimeter met een lint eromheen, dat deels zichtbaar is. Dat plaatje staat in de zogeheten 2F-toets, met een rekenniveau dat elke Nederlandse burger volgens het kabinet zou moeten halen. “De opgave om de lengte van het lint uit te rekenen, is voor veel vmbo-leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg gewoonweg te hoog gegrepen”, zegt Ruud Jongeling, docent en rekencoördinator op het Da Vinci College in Roosendaal. “Deze kinderen haken af als het gaat om inzicht en het met elkaar in verband brengen van complexe zaken.”
Merendeel onvoldoende
De resultaten van proeftoetsen die in maart vorig jaar zijn afgenomen bij tienduizenden scholieren bevestigen dat beeld. Binnen de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo kwam het percentage onvoldoendes uit op 84. “Vmbo-leerlingen die een praktijkgerichte opleiding volgen gaan de rekentoets in zijn huidige vorm nooit halen”, bevestigt wiskundespecialist Peter van Wijk van onderwijsbureau APS.
Ook het merendeel van de havo- en mbo-leerlingen haalde niet de zwaardere rekeneisen (3F) die het ministerie aan het einde van hun opleiding wil stellen. Van de vwo’ers scoorde 72 procent wel een voldoende, maar volgens een commissie van rekenspecialisten onder leiding van Jan van de Craats, emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, ligt de lat voor deze groep leerlingen niet hoog genoeg.
Van de Craats bepleit hogere rekeneisen voor vwo-leerlingen, het zogenoemde niveau 3S. Denk aan hoofdrekensommen als (-493) x 251 of 17/25 : 7/15. Voorzitter Marian Kollenveld van de Nederlandse vereniging van Wiskundeleraren ziet het nut van deze hogere eisen voor vwo’ers niet in: “Het verschil tussen het niveau 3F en 3S zit voor een groot deel in het cijfermatig rekenen met meer of minder grote getallen. Dat heeft maatschappelijk geen nut en is voor de wiskunde in de bovenbouw van het vwo niet relevant.”
Nuttig
Het rekenniveau 2F dat alle Nederlandse burgers straks aan moeten kunnen, vraagt nog heel wat meer dan het bepalen van de lengte van een deels onzichtbaar verpakkingslint. Elke Nederlander – en dus ook elke vmbo-leerling – moet kunnen werken met groei- of afnamepercentages en ongelijknamige breuken bij elkaar kunnen optellen. Denk aan een opgave als: 1/5de van de werknemers komt met de bus en 1/4de met de auto. De rest gaat op de fiets. Welk deel van de mensen gaat op de fiets naar het werk? Verder gaat het om het aflezen van eenvoudige trends uit grafieken, becijferen hoeveel benzine er nodig is om thuis te komen bij een bepaald brandstofverbruik, het uitrekenen van kortingspercentages en weten hoeveel je nog kunt pinnen als je 92 euro rood staat met een limiet van 1000 euro.
Volgens het kabinet hebben mensen het verhoogde rekenniveau later nodig om te kunnen functioneren in de maatschappij en om een beroep goed uit te kunnen oefenen. Het gaat om nuttige vaardigheden dus. “Mensen moeten zich kunnen redden”, verklaart een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs. “Zelfstandigen zonder personeel mogen toch niet in de problemen raken doordat ze offertes maken die niet kloppen, waardoor er bij een aannemer allemaal rare vragen ontstaan.”
Beste van de wereld
In een brief die kort voor kerst is gestuurd aan de Kamer schrijft het kabinet dat de Nederlandse schoolresultaten op het gebied van rekenen achteruitgaan. De scores van het internationaal vergelijkend OESO-onderzoek PISA, onder vijftienjarige leerlingen, vertonen een dalende trend. Recenter wereldwijd onderzoek onder kinderen in groep 6 citeert het kabinet niet. Toch laat juist dit onderzoek zien, dat Nederland het onderwijs aan zwakke rekenaars aardig voor elkaar heeft.
Volgens Onderwijskundige Marja van den Heuvel van het Freudenthal Instituut scoren de zwakste Nederlandse leerlingen het best van de hele wereld in het jongste Amerikaanse Timss-onderzoek, dat de internationale rekenprestaties vergelijkt. “Het Nederlandse onderwijs lijkt goed in staat te zijn om de zwakke leerlingen op het basisniveau te brengen”, aldus Van den Heuvel. “Wel heeft Nederland vergeleken met andere landen weinig excellerende leerlingen. De laatste Timss-gegevens over de zwakke groep 6-leerlingen steken schril af bij de resultaten van de vmbo-leerlingen op de 2F toets. Natuurlijk kunnen die zwakke leerlingen in een paar jaar tijd zoveel zwakker zijn geworden, zeker als ze geen rekenonderwijs meer gehad hebben, maar met zulke extreem lage scores op de toets ligt het voor de hand dat er ook zeker iets mis is met de toets of met de verwachtingen over de scores van de vmbo-leerlingen.”
Ook Jan van de Craats, criticus van het door Freudenthal bepleite ‘realistische rekenen’, heeft begrip voor het uitstel. “Gezien de rampzalige uitgepakte pilots moeten we eerst maar eens een periode van bezinning inbouwen.”
Opkrikken
Ruud Jongeling is op het Da Vinci College in Roosendaal al drie jaar aan de slag met extra rekenonderwijs: “Kinderen die bij ons binnenkomen op het vmbo hebben al zes jaar lang vijf uur in de week rekenonderwijs gehad”, zegt hij. “In die tijd zijn ze niet verder gekomen dan het niveau van groep 6. Dat betekent vaak dat ze 1F niveau, vereist aan het einde van de basisschool, nog lang niet halen. Dan moeten wij dat niveau opkrikken naar 2F, binnen enkele jaren en in een paar uurtjes per week. Dat gaat dus niet lukken.”
“Er zijn drie dingen die vmbo-leerlingen met een Zorg & Welzijnprofiel, op de basisschool niet begrepen”, weet wiskundespecialist Van Wijk. “Dat zijn breuken, procenten en verhoudingen. Veel van die kinderen hebben wiskunde niet voor niets laten vallen. Nu moeten ze een nog veel moeilijkere toets gaan maken. Dat heeft geen kans van slagen.”
“Natuurlijk zou het veel beter zijn als het rekenonderwijs op de basisschool weer helemaal op orde was”, bevestigt Van de Craats. “Dan hoeft het rekenen in het voortgezet onderwijs niet meer te worden getoetst. Maar het zal nog wel een jaar of tien duren voordat het zover is.”