- blad nr 2
- 26-1-2013
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Zware lastendruk door controle mbo-urennorm
Het toezicht op de urennorm in het mbo is in 2006 aangescherpt nadat was gebleken dat bij ruim een kwart van de opleidingen minder dan de afgesproken 850 uur aan onderwijstijd werd gerealiseerd. In het toezicht zit een dubbele controle ingebouwd. De instellingsaccountant bekijkt of een mbo-school voldoende onderwijstijd heeft geprogrammeerd. Ook de Onderwijsinspectie toetst dat, en daarnaast ook of die tijd is gerealiseerd. De inspectie controleert daarbij bovendien de controle van de accountant.
De minister van Onderwijs volgt een simpele lijn: als een instelling niet kan aantonen dat de urennorm is gehaald, wordt een deel van de rijksbijdrage teruggevorderd. De bewijslast ligt daarbij bij de instelling, maar volgens de Algemene Rekenkamer vinden schoolbesturen het oordeel van de Onderwijsinspectie onvoorspelbaar. Dat zit volgens de onderzoekers niet zozeer in de definitie van onderwijstijd, ‘maar meer in het bewijsmateriaal dat de toezichthouders wel of niet accepteren’, aldus het rapport.
De Rekenkamer baseert haar conclusies over de regeldruk op een niet-representatieve gevalsstudie onder vier mbo-instellingen en op een peiling onder de mbo-instellingen en hun accountants. Sinds het toezicht op de urennorm jaren terug is verscherpt, blijkt volgens de Rekenkamer uit cijfers dat er niet veel is verbeterd. In een reactie aan de onderzoekers laat het ministerie van Onderwijs weten dat het juist wel een flinke vooruitgang ziet; het ‘signaal over ervaren lastendruk’ zal OCW serieus nemen. Overigens ligt er een wetsvoorstel waarmee de urennorm in het mbo en ook het toezicht, de komende jaren op de schop gaan. Zo komen er onder andere gedifferentieerde normen voor begeleide onderwijstijd en beroepspraktijkvorming.