- blad nr 2
- 26-1-2013
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Minder zwak, maar nog niet erg rooskleurig
In 2008 was één op de vijf basisscholen in de drie noordelijke provincies zwak of zeer zwak. Bijna twee keer zoveel als in de rest van het land. Er is heel hard gewerkt om de kwaliteit te verbeteren. In Groningen daalde het percentage (zeer) zwakke scholen van 13 naar 4,8 en in Friesland van 20 naar 4,2. Omdat het landelijk percentage op 3 ligt blijft het Noorden toch nog slechter scoren.
Ook de resultaten bij rekenen en taal liggen nog onder het gemiddelde en er komen bovendien steeds weer nieuwe zwakke scholen bij. Vaak ging het om problemen in de personele sfeer, schoolleiders en bestuurders die zich niet professioneel gedroegen.
Uit een deelonderzoek blijkt dat veel leerkrachten wel van mening zijn dat ze hoge verwachtingen moeten hebben van hun leerlingen, maar in de praktijk doen ze dat niet. Ook de leerlingen zelf hebben lage verwachtingen van hun prestaties. Als het gaat om de adviesprocedure voor het voortgezet onderwijs handelen zwakke scholen minder professioneel. Het aantal besturen is, mede door de krimp, fors gedaald naar 1068 voor 1104 scholen. Bijna de helft van deze besturen heeft maar één school. Deze zogenoemde eenpitters hebben vaker hun zaken niet op orde en hebben ook minder vaak beleid ontwikkeld voor de school die ze besturen. Landelijk heeft 21 procent van de scholen minder dan 100 leerlingen, in het Noorden is dat bijna de helft.