• blad nr 20
  • 15-12-2012
  • auteur B. Hoogenboom 
  • Kleine column

 

De houdbaarheid van een lelijk compromis

Ik weet niet precies hoe het met de etiquette zit in Haagse kringen, maar op veel instellingen en in het bedrijfsleven komt het zelden voor dat een nieuw managementteam alle recente beslissingen van de vorige ploeg ongedaan maakt. Als men daar in de Hoftoren voorzichtig mee dient om te gaan, dan zit minister Bussemaker de komende jaren met een lelijk compromis in de maag: de Wet onderwijstijd.
Zelden heb ik leraren in het voortgezet onderwijs zo kwaad gezien als rond de vorige jaarwisseling. Toenmalig minister Van Bijsterveldt was weken niet te vermurwen geweest: ze schiep in een wet over onderwijstijd een mogelijkheid om zich te bemoeien met de vrije dagen van docenten en ze tuigde de medezeggenschap op zo’n manier op dat ouders en scholieren zich met de inhoud van de les konden bemoeien.
Er werd gestaakt, maar de minister volhardde. De wetswijziging – ooit bedacht om de ophokuren voor scholieren weg te poetsen door 1000 lesuren per scholier te verplichten in plaats van 1040 - werd helemaal een karikatuur toen Van Bijsterveldt de lesuren weer als vanouds vaststelde op 1040 contacturen om via de PVV een krappe meerderheid te kunnen vasthouden.
We hebben een nieuwe ploeg op OCW. Eentje die bovendien niet langer is gebonden aan de PVV. En dus vragen we minister Bussemaker nog eens heel goed naar ‘Onderwijstijd’ te kijken. Een wet die met klem werd ontraden door scholieren, leraren en werkgevers vanwege een onnodige eis tot 1040 lesuren. Een wet die de minister de kans geeft zich te bemoeien met zaken waar we echt met de VO-raad wel uitkomen - hoe moeilijk die relatie soms ook is. Die de vakantiedagen speelbal maakt van de politiek: een van de weinige voordelen die een hoogopgeleide nog naar het onderwijs kan trekken.
De AOb heeft altijd gezegd: het gaat niet om de hoeveelheid lesuren, het gaat er om wat je met de tijd die je krijgt kunt doen. Als beroepsgroep kunnen wij 1000 kwalitatief sterke lesuren garanderen. Bij 1000 lesuren horen voorbereidingstijd en de mogelijkheid de methodiek te evalueren met naaste collega’s. Duizend lesuren zijn goed te vullen zonder dat de vakantietijd geweld wordt aangedaan.
Ingrijpen in arbeidsvoorwaarden zoals de vakantieplanning - het past de overheid niet. Dat weten wij. Dat weten de werkgevers. Dat weten veel politici eigenlijk ook wel. Een wet met daarin een plan met roostervrije dagen waarop leraren moeten vergaderen of zich kunnen laten scholen, getuigt niet van het inzicht dat de praktijk vaak een stuk weerbarstiger is. Gelukkig mag de medezeggenschap bepalen wat er met die roostervrije dagen gebeurt: scholieren vrij, dan wij ook vrij. Tenzij we zelf iets anders kiezen.

Ben Hoogenboom, lid dagelijks bestuur

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.