• blad nr 20
  • 15-12-2012
  • auteur Y. van de Meent 
  • Redactioneel

Wanbestuur en falend toezicht  

Datamassage Amarantis verhulde financiële ellende

Het begon met een financieel gat van dertig miljoen euro dat nog best te dichten was geweest. Als het college van bestuur van Amarantis zijn niet-realistische groeistrategie overboord had gezet en was gaan afslanken. Maar het bestuur stak de kop in het zand en stuurde de onderwijskolos rechtstreeks naar de financiële afgrond. De toezichthouders stonden erbij en keken ernaar.

Sociaalpsychologen ‘martelen’ hun onderzoeksdata soms net zo lang tot ze ‘bekennen’, weten we sinds de ontmaskering van wetenschapsfraudeur Diederik Stapel. Zover gingen de Amarantisbestuurders niet, maar zij masseerden hun jaarcijfers wel totdat er een vermogenspositie uitrolde die banken en toezichthouders acceptabel vonden, blijkt uit het eindrapport van de Commissie onderzoek financiële problematiek Amarantis, dat begin december het licht zag.
Huisbankier Rabobank geeft Amarantis in 2007 een krediet van vijftig miljoen euro onder de voorwaarde dat de solvabiliteit in drie jaar van 16 naar 20 procent stijgt, de ondergrens die ook de Onderwijsinspectie hanteert. En dat lukt. In 2010 is de solvabiliteit zelfs 21,1 procent. Maar als je alle kunstgrepen die daarvoor nodig waren schrapt, komt de solvabiliteit uit op een schamele 0,8 procent, blijkt uit een herberekening door de commissie.
Het is geen fraude, de richtlijnen voor de jaarverslaggeving bieden een college van bestuur deze interpretatieruimte, constateert de commissie. Maar dubieus is het wel. Dat vindt ook interim-bestuursvoorzitter Marcel Wintels, die begin dit jaar bij Amarantis aan de slag ging als puinruimer. “Door de manier waarop de jaarcijfers werden gepresenteerd, zagen de financiële problemen er minder urgent uit dan ze in werkelijkheid waren. Daardoor hadden alle controleurs en toezichthouders veel te laat door dat Amarantis in zwaar weer zat.”

Christelijke vluchtheuvel
Amarantis ontstond in 2007 door een fusie van de Amsterdamse vo-scholengroep ISA en roc Asa, een mbo-instelling met vestigingen in Utrecht, Amersfoort en Amsterdam. In 2009 sloten ook de Bakenscholen uit Almere zich aan en ontstond er een scholenreus met 30.000 leerlingen, verspreid over drie provincies. Het was geografisch geen voor de hand liggende krachtenbundeling; de drie christelijke instellingen zochten elkaar op om de concurrentiestrijd in de Randstad te overleven. Daarbij gebruikten ze hun identiteit als ‘vluchtheuvel’, constateert de commissie.
Direct na de eerste fusie komt er een flink lijk uit de kast. De gemeente Amsterdam die de huisvesting in het voortgezet onderwijs financiert, vordert miljoenen te veel uitgekeerde subsidie terug van ISA. Bij het boekenonderzoek dat vooraf hoort te gaan aan een fusie, kwam dat lek niet boven water. Omdat er geen volwaardig ‘due dilligence-onderzoek’ is gedaan, verklaarde commissielid Hendrik van Moorsel bij de presentatie van het onderzoek. De fusiepartners waren namelijk helemaal niet geďnteresseerd in financiële risico’s, maar slechts gefocust op de doorlopende leerwegen vmbo-mbo die ze wilden opzetten.
Na een grondige inventarisatie van alle huisvestingsprojecten blijkt dat ISA bijna dertig miljoen euro te veel heeft uitgegeven. Slechts 7,6 miljoen daarvan wordt direct afgeschreven, laat de laatste jaarrekening van ISA over 2006 zien, die het Onderwijsblad heeft opgevraagd. Over de resterende 20,6 miljoen euro die als waardevermeerdering van vastgoed op de balans verschijnt, wordt in de jaarrekening met geen woord gerept. “De bestuurders wilden het probleem slim en onzichtbaar oplossen en begaven zich daardoor op een glibberig pad”, stelt Wintels. “Ze losten niks op, maar schoven de problemen alleen maar voor zich uit.”
Amarantis bleef zich in de jaren daarna ook rijk rekenen. Incidentele inkomsten werden bijvoorbeeld bij de reguliere subsidies opgeteld, waardoor de structurele tekorten onzichtbaar bleven. Ook werden schulden van leerbedrijven buiten de boeken gehouden. Terwijl de problemen op te lossen waren geweest. De gecorrigeerde tekorten beliepen volgens commissielid Van Moorsel hooguit 1 of 2 procent van de begroting. Maar in plaats van te snijden in de veel te hoge huisvestingsuitgaven of in de uitgedijde stafdiensten, ging Amarantis steeds meer geld uitgeven. Want het bestuur bleef koppig vasthouden aan een leerlingengroei van 4 procent per jaar, die nooit is gerealiseerd.

Kind van de rekening
Het onderwijs was het kind van de rekening. De doorlopende leerwegen kwamen niet of nauwelijks van de grond; de uitval liep snel op; mbo-opleidingen werden berispt omdat er te weinig les werd gegeven; de kwaliteit van de examens was niet in orde en het aantal zwakke opleidingen groeide gestaag. De toezichthouders stonden erbij en keken ernaar. Instellingsaccountant Deloitte keurde de jaarrekeningen goed zonder op de risico’s te wijzen die de rooskleurige cijferopstelling met zich meebracht. De commissie vindt dat de accountant zich kritischer had moeten opstellen en de raad van toezicht beter had moeten informeren. De raad probeerde wel grip te krijgen op het college van bestuur maar was daarin ‘niet effectief’, meldt de commissie. Er werd vooral geruzied met het bestuur.
De Onderwijsinspectie had het financiële toezicht geďntensiveerd, maar holde voortdurend achter de feiten aan. De inspectie controleert aan de hand van jaarcijfers die vaak al achterhaald zijn als ze binnenkomen. Toezicht via de achteruitkijkspiegel, noemt de commissie dat. En bij het ministerie van Onderwijs kwamen genoeg signalen binnen waaruit bleek dat het op alle fronten misging bij Amarantis. Maar minister Van Bijsterveldt kwam niet in actie omdat zij wel verantwoordelijk is voor het onderwijsstelsel als geheel, maar niet voor het overleven van individuele scholen.
Kortom, Amarantis gleed ongehinderd naar de afgrond. Totdat er eind vorig jaar problemen ontstonden met de herfinanciering van leningen. De offerte die de huisbankier uitbracht was volgens het college van bestuur te duur. “Amarantis zat bij de Rabobank al in het bijzonder beheer omdat de solvabiliteit tekortschoot”, weet Wintels. En een bank die weet dat er verhoogde risico’s zijn, vraagt meer rente. ING en het ministerie van Financiën (dat als ‘schatkistbankier’ om een lening is gevraagd) wilden niet eens een offerte uitbrengen. Pas als BNG zich begin dit jaar terugtrekt als laatste potentiële financier, grijpt Van Bijsterveldt in en wordt Wintels benoemd als interim-bestuursvoorzitter.

Overzichtelijke schaal
Amarantis is inmiddels opgesplitst in vijf levensvatbare scholen, maar dat heeft 240 medewerkers hun baan gekost. Dat had niet gehoeven als het bestuur de problemen niet voor zich uit had geschoven en het toezicht scherper was geweest, concludeert de commissie. Ze doet daarom een hele reeks aanbevelingen om het bestuur en toezicht in het onderwijs te verbeteren: van het invoeren van een bestuurderseed, een verplichte basisopleiding voor raden van toezicht, integraal toezicht bij de Onderwijsinspectie tot en met meer mogelijkheden om in te grijpen voor de minister.
Maar de commissie werpt ook de vraag op of de autonomie van schoolbesturen en de schaalvergroting in het onderwijs niet te ver zijn doorgeschoten. Terecht, vindt Marcel Wintels, want goed toezicht houden is bij een grote, onoverzichtelijke en complexe organisatie als Amarantis eigenlijk niet te doen. “We moeten in het onderwijs terug naar een overzichtelijke schaal. Naar organisaties die iedereen kan overzien, zodat gewone mensen met gezond verstand weerwerk kunnen bieden aan falende bestuurders.”

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.