• blad nr 20
  • 15-12-2012
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

Flipping the classroom in voortgezet onderwijs 

Klassikale uitleg? Op YouTube ermee

Leerlingen volgen klassikale uitleg thuis, via een filmpje op internet. En hun huiswerk maken ze op school. Dat is het principe van de Amerikaanse trend flipping the classroom, die ook in Nederland voet aan de grond krijgt. “Je kunt zo veel meer aandacht besteden aan individuele leerlingen.” Vier docenten vertellen.

“Vandaag staat de stad Athene centraal. We beginnen met paragraaf 2.1: Wetenschap en politiek in een Griekse stadstaat.” Joost van Oort, docent geschiedenis op het Sint-Joriscollege in Eindhoven, begint aan een nieuwe les.
Alleen staat Van Oort niet voor de klas, maar zit hij thuis aan de keukentafel. Hij spreekt tegen zijn laptop, die zijn stem opneemt terwijl Van Oort op het scherm een powerpoint-presentatie over Athene laat zien. Het filmpje dat zo ontstaat, zet Van Oort straks op zijn eigen YouTube-kanaal. Zodat zijn leerlingen deze ‘klassikale les’ gewoon thuis kunnen bekijken.
Van Oort is een van de eerste leraren in Nederland die het principe van flipping the classroom heeft omarmd. Het idee achter deze trend, die is overgewaaid vanuit Amerika, is simpel. Wat de leerlingen vroeger op school deden – luisteren naar klassikale uitleg - doen ze nu thuis. En wat de leerlingen vroeger thuis deden – huiswerk – doen ze nu op school.
Dat moet je als docent heel veel tijd opleveren, dacht Van Oort aanvankelijk. Want je hoeft voortaan maar één keer je klassikale uitleg op internet te zetten, waarna vele klassen er vele jaren gebruik van kunnen maken. De tijd die je zo overhoudt, kan Van Oort goed elders gebruiken in het volle programma van de bovenbouw van havo-vwo. “Dus ben ik wat met het idee van flipping the classroom gaan aanrommelen.”

Goede software
Veel tijdwinst leverde hem dat echter niet op, in eerste instantie. Integendeel: het maken van die video’s kostte in het begin veel tijd. Dat is ook de ervaring van Dolf Breederveld, docent natuurkunde in de bovenbouw havo-vwo van het Farel College in Amersfoort. “Ik heb de fout gemaakt om in het begin te veel films te maken. Dat is heel intensief, dan ben je meer een filmproducent dan een docent.”
Als je als docent eenmaal wat ervaring hebt opgedaan met het opnemen van de films, gaat het echter makkelijker en sneller. Zeker als je er goede software voor hebt. Zo maakt Frans Droog, docent mens en natuur, biologie en wiskunde aan het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek, gebruik van de iPad-applicatie Educreations. Hij tekent wiskundige formules op zijn iPad en voorziet die tegelijkertijd van uitleg – net zoals hij normaal in de klas zou doen. “Dat filmpje wordt naar de site van Educreations gestuurd en leerlingen kunnen die films dan via internet bekijken. Heel makkelijk.”
En als zo’n film uiteindelijk op internet staat, kan hij in principe jarenlang worden hergebruikt voor veel verschillende klassen. Op de lange termijn scheelt het ‘flippen’ van de klas dus inderdaad veel tijd aan klassikale uitleg. Maar dat is niet het enige voordeel, vinden de betrokken docenten. Sterker nog: hier begint het pas mee.

Eigen tempo
“De leerlingen kunnen de uitleg nu in hun eigen tempo bekijken”, zegt Droog van het Wolfert Lyceum. “Bij het vak wiskunde zitten leerlingen vaak niet allemaal op hetzelfde niveau: snelle leerlingen zijn al verder in de stof, terwijl de langzaamste leerlingen er soms nog niet aan toe zijn. Een filmpje kan iedereen in zijn eigen tempo bekijken: de snelle leerlingen spoelen door, de langzame leerlingen kijken twee keer.”
Dat is ook de ervaring van Breederveld van het Farel College. “Ik heb in de les vaak het gevoel dat ik maar 70 procent van de leerlingen bereik. Voor de rest gaat het te langzaam of te snel. Dan is zo’n filmpje een mooie oplossing.” Maar zo’n film vereist volgens hem wel dat je als docent weet waar de knelpunten in de stof zitten. “In de klas merk je het gelijk als leerlingen je uitleg niet snappen. Nu moet je dat maar afwachten.”
Grote vraag is natuurlijk hoe je als docent controleert of de leerlingen de films inderdaad thuis bekeken en begrepen hebben. Die controle is wel nodig, vindt Breederveld van het Farel College. “In het begin kijken de leerlingen wel naar de films, want dat is nieuw en leuk. Later zie je dat ze er onderuit proberen te komen.”
Dat levert interessante wisselwerkingen op. Breederveld: “Eerst konden de leerlingen na het bekijken van de films een toetsje maken, dat ik op internet had gezet. Maar toen kreeg ik het gezeur dat ‘het internet het thuis even niet deed’.”
Om wat druk op de ketel te zetten meldde Breederveld dat hij de leerlingen gewoon keihard zou gaan beoordelen op die online-toetsen. “Maar toen begonnen ze de antwoorden te verspreiden via Facebook en Twitter. Dan had zo’n filmpje in totaal tien views gekregen, terwijl dertig leerlingen op de toets allemaal een acht haalden.” Het - voorlopig - einde van het liedje is dat Breederveld zijn leerlingen aantekeningen van de films laat maken, zodat hij die aantekeningen in de les kan controleren.

In groepjes
Docent Van Oort van het Sint-Joriscollege heeft nog niet geëxperimenteerd met online-toetsen. “Ik vraag gewoon in de klas wie de film heeft gezien. En ik stel een paar verwerkingsvragen. Heel simpel eigenlijk. Maar ik ken mijn leerlingen zo onderhand ook wel.”
Leraar Droog van het Wolfert Lyceum controleert helemaal niet of zijn leerlingen de film met de ‘klassikale’ uitleg wel gezien hebben. “Ze hoeven niet te kijken. Maar dan missen ze dus wel de instructie. En als ik dan in de les vragen over de stof krijg, staan de mensen die wél gekeken hebben vooraan in de rij. Als ik merk dat een leerling de film niet gezien heeft, is mijn reactie: Ga dat eerst maar eens doen dan.”
Als leerlingen de klassikale uitleg thuis op internet kijken, is er in de les ruimte voor andere zaken. Voor heel veel andere zaken. Breederveld van het Farel College experimenteert nog met het invullen van die nieuwe ruimte. “In het begin maakten de leerlingen de hele les opgaven, waarbij ik als docent rondliep en zo nodig vragen beantwoordde. Nu geef ik af en toe ook quizjes tussendoor, die leerlingen in de les met hun smartphones kunnen maken. En de leerlingen werken nu ook steeds meer in groepjes, waarbij ze elkaar met de stof kunnen helpen.”
“Ik kan in de klas nu veel meer aandacht besteden aan individuele leerlingen”, vindt Droog van het Wolfert Lyceum. “Ik kan meer differentiëren. En als de leerlingen hun weektaak af hebben, mogen ze in de les zelf filmpjes opnemen waarin ze delen van de stof weer aan andere leerlingen uitleggen.”

De baas
Voor Van Oort van het Sint-Joriscollege was de les zonder klassikale uitleg nog even wennen. “Het is leuk dat je nu meer tijd hebt, maar hoe ga je die invullen? Dáár gaat het om.” Van Oort is zelf bezig om lesmateriaal te ontwikkelen waarmee leerlingen steeds meer hun eigen pad kunnen samenstellen, bijvoorbeeld door keuzes te maken uit verrijkingsmateriaal. “Ik probeer de leerling de baas te laten worden over het eigen leren. In 6-vwo laat ik heel veel los, daar ontstaan groepjes leerlingen die met elkaar aan het werk zijn. En daar loop ik dan tussendoor om te coachen en te sturen.”
Veel docenten die met flipping the classroom experimenteren, werken in de bovenbouw van havo en vwo. “Waarschijnlijk omdat de leerlingen daar wat meer verantwoordelijkheid kunnen dragen”, denkt Droog van het Wolfert Lyceum. Want leerlingen moeten natuurlijk wel de zelfdiscipline kunnen opbrengen om thuis de films met instructie te gaan bekijken. Zelf ‘flipt’ Droog echter vooral in de onderbouw, en daar werkt het ook. “Maar dat kan komen doordat wij een daltonschool zijn, waar leerlingen sowieso al wat meer verantwoordelijkheid krijgen.”
Het principe van flipping the classroom kan goed werken bij vakken als geschiedenis en wiskunde. Maar hoe zit het met bijvoorbeeld de talen? Het kan in alle klassen werken waar klassikale instructie wordt gegeven, denkt Breederveld van het Farel College. “Een collega Frans is aan het experimenteren met een filmpje over een grammatica-onderwerp. Dat ziet er al heel leuk uit.”
“Als je klassikale uitleg geeft, bij welk vak dan ook, kun je ook een filmpje van die uitleg maken”, vindt Jelmer Evers van het Utrechtse UniC College. Zo werkt een collega van hem aan een uitleg over grammatica.
Droog van het Wolfert Lyceum gaf kort geleden een workshop over flipping the classroom, onder andere aan twee collega’s van het vak beeldende vorming. “Zij hebben met een camera een instructiefilmpje gemaakt over solderen, stap voor stap. Als er nu een leerling wil gaan solderen, kan die gewoon dat filmpje bekijken, terwijl de docent andere leerlingen verder helpt.”

Modern sausje
Het grootste misverstand over flipping the classroom, vinden de vier docenten, is dat alles draait om het filmpje. Natuurlijk is zo’n filmpje op internet het eerste dat in het oog springt. “Maar het is de eerste stap”, vindt Van Oort van het Sint-Joriscollege. “Het gaat er om wat je met de rest van je tijd doet.” De winst, vindt Droog van het Wolfert Lyceum, is dat je je lestijd in de klas nu veel effectiever kunt gebruiken, door meer aandacht te besteden aan individuele leerlingen.
“De video’s zijn bijzaak”, zegt ook Evers van het UniC College. “Waar het echt om gaat, is minder klassikale les en meer differentiatie.” En dat is, zo merkt Evers fijntjes op, natuurlijk helemaal niet nieuw. “Minder docentgestuurd onderwijs, meer verantwoordelijkheid voor de leerlingen. Flipping the classroom ligt dicht tegen dalton- en montessori-onderwijs aan. Het is oude pedagogiek met een modern sausje. Maar de schaal waarop het nu aan het gebeuren is en alle ict-mogelijkheden die er bij mogelijk zijn, dat is wel nieuw.”

{kadertje}

Flipping the classroom-week op Twitter

Meer weten over flipping the classroom? In contact komen met collega’s die hiermee bezig zijn? Volg de AOb op Twitter: @AObtweets. Vanaf 15 december hele week flipping the classroom-week, #FTC.

Dit bericht delen:

© 2020 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.