• blad nr 19
  • 1-12-2012
  • auteur W. Dresscher 
  • Opinie

 

Sinterklaas slaat onderwijspersoneel over

Sinterklaas slaat onderwijspersoneel over

In het onderwijs danst het personeel de polonaise als de loonstrook binnenkomt. Dat is het beeld dat een Eindhovense scholenstichting half november geeft in de Volkskrant. Maar Sinterklaas slaat het onderwijspersoneel al jaren over. Als het aan AOb-voorzitter Walter Dresscher ligt, rolt uit onderhandelingen met werkgevers en overheid iets wat echt zorgt voor een bescheiden feestje in de personeelskamers.

Tekst Walter Dresscher Beeld Typetank

Jan Peter Balkenende begon in 2010 met bezuinigen op salarissen voor overheid en onderwijs: de nullijn. Het kabinet-Rutte I verlengde dat gewoon. De Kunduz-coalitie deed daar nog een schepje bovenop en verlengde de maatregel ook voor 2013. Rutte II houdt dat in stand. Dat betekent dat leraren, conciërges en locatiedirecteuren vier jaar lang wel hun kosten zien stijgen, maar geen loonsverhoging krijgen.
De AOb heeft de koopkrachteffecten steeds laten doorrekenen. Onderwijspersoneel zal er in vier jaar tijd zeker 8 procent op achteruitgaan. Dat is al fors meer dan de koopkrachtdaling door de plannen met de ziektekosten die de afgelopen weken het kabinet-Rutte onder druk zette.
Onderwijspersoneel loopt al jaren fors achter op de salarissen in de marktsector. Dit was voor Ronald Plasterk in 2008, toen hij Onderwijsminister was, reden om extra te investeren in de salarissen met het Convenant Leerkracht. Het effect van die maatregel is met vier jaar nullijn alweer volkomen verdampt, iets dat de PvdA zich zou mogen aantrekken. Jongeren zien die salarisdaling ook. Normaal is een lerarenopleiding in crisistijd populair, nu zakt de aanmelding met zo’n 10 procent.
In het Volkskrant-artikel ageert de geïnterviewde schoolbestuurder overigens vooral tegen de vermeende royale secundaire arbeidsvoorwaarden. De arbeidsduurverkorting (adv), de bevordering arbeidsparticipatie onderwijspersoneel (bapo), de ontslagbescherming. Maatregelen die in de praktijk echter niet verschillen ten opzichte van de marktsector. Als het in het onderwijs feest is, geldt dat ook voor personeel in kantoren en bedrijven. Maatregelen die bovendien in goed overleg met de werkgevers tot stand zijn gekomen.
Neem de ontslagbescherming: het is een fabeltje dat schoolbesturen niet van slecht functionerende leraren af kunnen komen. Wanneer een directie haar werk goed doet, met de betrokken leraar praat, een dossier aanlegt en kansen biedt, en wanneer die gesprekken niet tot verbeteringen leiden, is een gedwongen ontslag mogelijk. Onze advocaten komen echter te vaak zaken tegen waarin functioneringsgesprekken nooit zijn gevoerd en dossiers ontbreken. Rechters kunnen vervolgens niet anders dan constateren dat de werkgever van het personeelsbeleid een rommeltje maakt als hij de hoogte van de ontslagvergoeding opmaakt.
Uit internationale vergelijkingen weten we dat de arbeidsproductiviteit van de Nederlandse leraren een van de hoogste in de wereld is: ze hebben de meeste kinderen in hun klas en geven de meeste uren les. Dat mag worden beloond. De onderwijsbonden zijn best bereid om in de Stichting van het Onderwijs (zeg maar de Sociaal-Economische Raad voor het onderwijs) met werkgevers en overheid te praten over de arbeidsvoorwaarden van het onderwijspersoneel. Over alle arbeidsvoorwaarden: het loon dat nu eenzijdig door de overheid wordt gekort en de secundaire arbeidsvoorwaarden. En als het aan ons ligt, komt daar iets uit wat echt zorgt voor een bescheiden feestje in de personeelskamers.

Walter Dresscher is voorzitter van de AOb

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.