• blad nr 19
  • 1-12-2012
  • auteur . Overige 
  • Juridische rubriek

 

Betaling bij re-integratie

Juf Sarah is al ruim een jaar arbeidsongeschikt. Zij en haar teamleider zijn het niet eens over de re-integratie. Eerst woedend, en vervolgens verdrietig, krijg ik haar aan de telefoon.

Nadat juffrouw Sarah is uitgeraasd, wordt mij duidelijk dat er sprake is van een conflict. Van juf Sarah wordt verwacht dat zij, in het kader van haar re-integratie, als receptioniste aan de slag gaat. Haar teamleider wil haar ook het salaris van een receptioniste geven. Met name deze salariskwestie is onbespreekbaar voor juf Sarah.
Nu mij duidelijk is waarom juffrouw Sarah zo boos en verdrietig is, vraag ik voorzichtig of zij regelmatig de arbo-arts bezoekt en wat die adviseert. Welnu, juist de arbo-arts heeft haar geadviseerd eerst een tijd als receptioniste te gaan werken om geleidelijk aan weer te wennen aan de drukte op school en omgang met collega’s.
Uiteindelijk vindt juf Sarah dat zelf ook een goed idee. Maar toen zij met dit plan naar haar teamleider ging, kreeg zij direct te horen dat zij dan ook als receptioniste uitbetaald zou worden. Juf Sarahs enthousiasme voor het plan ebde direct weg.
Gelukkig is het conflict redelijk eenvoudig op te lossen. Ik bel de teamleider. Deze blijkt niet geheel op de hoogte van de regelgeving. Ik leg de teamleider uit wat de re-integratieverplichtingen over en weer inhouden, maar ook welke gevolgen een langdurige arbeidsongeschiktheid wel of niet kan hebben voor het salaris. Vervolgens bevestig ik mijn uitleg op verzoek van de teamleider ook schriftelijk. Daarbij geef ik het advies mijn uitleg ook voor te leggen aan de werkgeversorganisatie waar de instelling bij aangesloten is.
Kort daarna belt de adviseur van de werkgeversorganisatie mij op. Deze is het met mij eens dat het conflict tussen juf Sarah en haar teamleider toch geen reden mag zijn om een arbeidsrelatie te beschadigen.
Juf Sarah ontvangt nu, conform regelgeving, 70 procent van haar salaris over de ziekte-uren en 100 procent over de uren waarin zij werkzaamheden als receptioniste verricht.

In deze situatie, maar ook in andere gevallen, kan het raadzaam zijn dat zowel werkgever als werknemer zich tijdig laten adviseren. Niet als motie van wantrouwen naar elkaar, maar juist vanuit een professioneel oogpunt. Beide partijen zijn immers gebaat bij een snelle en zo volledig mogelijke re-integratie.

Anton Bodegraven, juridische dienst AOb

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.