• blad nr 19
  • 1-12-2012
  • auteur S. Ridder 
  • Redactioneel

 

Krimp: Zwaard van Damocles of katalysator voor vernieuwing?

Geboortecijfers, opgeleverde nieuwbouw en instroom in een gemeente. Het zijn belangrijke indicatoren voor groeicijfers. En voor de zo gevreesde krimpprognoses. De noordelijke provincies krimpen, net als Zeeland en Limburg. In sommige regio’s, ook elders in Nederland, hangen de krimpcijfers als het zwaard van Damocles boven scholen. Wat doe je? Drie directeuren geven een inkijkje. Gemeenschappelijk oordeel: betrek de ouders.

{portretje 1 met foto Karel Zwaneveld}
‘Als je niet ingrijpt stromen leerlingen weg’

Dick Henderikse, directeur Stichting Openbaar Onderwijs Marenland:
“De krimpprognoses voor de regio noordoost Groningen kloppen al jaren. We kunnen dus niet ontkennen dat we de komende jaren ook nog met forse krimp te maken zullen hebben. En de daling van het aantal leerlingen op onze scholen is nou juist de grootste bedreiging voor de kwaliteit van het onderwijs. Dit valt niet meer bij te sturen zonder scholen te sluiten, samen te voegen of te fuseren, zodat er weer scholen ontstaan met een gezonde schoolgrootte die goede voorzieningen bieden voor de groep van nul tot twaalf jaar. Alleen dan behoud je kwaliteit en behoud je je leerlingen. Als je niet ingrijpt, stroomt een steeds grotere groep leerlingen naar scholen in de grote dorpen of de stad Groningen. Dit vliegwieleffect moeten we voor zijn. De ontwikkelingen zijn in volle gang, er gaan in onze stichting bijvoorbeeld sinds 1 augustus een christelijke en een openbare school samen verder. In andere gebieden zal het wat langer duren voordat we een oplossing hebben. Je kunt nou eenmaal niet alles tegelijk.
Wat we van dit proces leren, is dat je in een vroeg stadium in een heel brede kring mensen moet informeren, dat je in overleg met alle belanghebbenden moet inventariseren welke belangen er leven. Een school sluiten, raakt namelijk een hele gemeenschap: ouders moeten mobieler worden, de uitbater van een dorpshuis annex gymzaal is een deel van zijn inkomsten kwijt, de plaatselijke hobbyclub kan in de avonduren niet meer op school terecht, de supermarkt is een deel van de omzet kwijt omdat ouders op weg naar een verder gelegen school hun boodschappen doen. Je moet dus met deze mensen om de tafel. Een ander leeraspect is heldere communicatie. Wat voor ons heel vanzelfsprekend is, is voor veel betrokkenen ondoorzichtig. Wat is de zeggenschap van een schooldirecteur, welke rol speelt een overkoepelend schoolbestuur en wat is de bevoegdheid van een gemeentelijk bestuur? Als je daar helderheid in kan scheppen, scheelt het enorm veel vragen en boosheid. Anders krijgen mensen het gevoel dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd.
In een van de gebieden waar we het plan hadden om van vier kleinere scholen naar één grote school te gaan, heeft een groep ouders een werkgroep gevormd die wil voorkomen dat de scholen worden opgeheven. Laat ik allereerst zeggen dat ik veel bewondering heb voor de inzet van deze ouders. Met hun uitgebreide rapport en acties zeggen ze niet alleen dat ze ‘tegen’ zijn, ze bieden ook een onderbouwd alternatief. De oorspronkelijke plannen zijn van tafel, en er is op dit moment constructief overleg met de werkgroep. De gemeente, het schoolbestuur en de werkgroep maken samen plannen, dat moet leiden tot een goede oplossing.”

foto: Karel Zwaneveld

{portretje 2, met foto Joost Grol
‘Hoe kunnen we ons onderscheiden, dat was de vraag’

Paulien Boenink, onderwijskundig leider basisschool IJzevoorde uit Doetinchem:
“De twintig scholen van stichting Gelderveste in de Achterhoek hebben bijna allemaal te maken met krimp en ook basisschool IJzevoorde stond twee jaar geleden op de lijst van mogelijk te sluiten scholen. Daar wilden we ons niet zomaar bij neerleggen. Net zo min als de ouders, zo bleek uit een enquête die we hielden. Hun schreeuw om behoud van de school kwam ook bij Gelderveste goed door. Een aantal factoren hebben er verder voor gezorgd dat onze school mocht blijven bestaan. We hebben bijvoorbeeld geluk met onze locatie: echt ‘buiten’, maar toch op korte afstand van Doetinchem en dus bereikbaar voor ouders die bewust kiezen voor een buitenschool. En natuurlijk onze positie in de gemeenschap. Onze school zit in het pand waar ook verschillende sport- en hobbyverenigingen huizen. De school opheffen zou een enorme aanslag zijn op de leefbaarheid van het dorp. De kracht van de Achterhoekse noaberschap deed de rest. Onze clusterdirecteur Bert Woolschot heeft ervoor gezorgd dat de koppen bij elkaar werden gestoken. Ouders, verenigingsleven, het team en iedereen die hij er verder maar bij kon betrekken. Hoe kunnen we ons onderscheiden, dat was de centrale vraag. Gebruik makend van de krachten die we al in huis hadden, kwamen we op het concept ‘natuurlijk bewegen’. We hebben al veel ‘natuur’, en ‘bewegen’ maakte het compleet. Wat hebben kinderen nodig? Volgens ons ruimte om te bewegen. Samen met de sportverenigingen en de Gelderse Sportfederatie hebben we een uitgebreid sportprogramma opgezet. En nog belangrijker is dat bewegen ook mag tijdens de lessen en in de pauze. Ja, dat kost soms extra tijd, maar wij zijn ervan overtuigd dat je die tijd terugverdient door betere concentratie.
Vorig jaar zijn we begonnen met een nieuw team met enthousiaste collega’s die ervoor willen gaan, want het ontwikkelen van zo’n concept vergt veel extra tijd. Er zijn ook veel buitenschoolse activiteiten en we werken samen met veel externe partijen. Je moet het willen. En dit team wil het. We lopen over van de plannen, we willen het liefst nog dit schooljaar ons buitenterrein opknappen. Met nieuwe speeltoestellen, een pluktuin, een moestuin, een wilgenhaag en binnenkort wordt ons een snoephaag met allerlei besdragende heesters en struiken aangeboden door Landschapsbeheer Gelderland. Een buitenlokaal moet het compleet maken. Het mooie van het concept is dat ouders veel meer betrokken zijn geraakt. We hoeven nooit meer te leuren met klusjes, ouders zijn partners geworden. En er is meer tevredenheid. Laatst nog vertelde een moeder mij dat haar dochter weer dwarrelt, speelt en huppelt sinds ze bij ons op school is gekomen. ‘Hier wordt ze gezien en uitgedaagd’, zei ze. Een mooi compliment. Net als het feit dat we groeien in leerlingaantal, tegen alle krimpcijfers in.”

foto: Joost Grol

{portretje 3, met foto Rob Niemantsverdriet}
‘Laat je niet leiden door krimpprognoses’

Marleen Koppert, directeur Prins Johan Frisoschool in Herkingen:
“Het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee is officieel een krimpregio, maar onze school is de afgelopen twee jaar gegroeid van 53 naar 63 leerlingen. En daar zijn wij als team best trots op. Kwaliteitsverbetering is het toverwoord. In 2009 kregen we het predicaat ‘zeer zwak’. Natuurlijk is dat een schok, maar het bleek ook een katalysator voor allerlei veranderingen. Het team is zich bewust geworden dat hard werken niet gelijk staat aan kwaliteit leveren. We hebben afscheid moeten nemen van twee collega’s die hier al heel lang werkten en er zijn twee nieuwe mensen aangetrokken. Ik ben in die tijd gestart als directeur. De frisse blik van een paar nieuwe collega’s bleek heel goed werken. De valkuil ‘vroeger werkte dat ook goed’, is gewoon minder prominent aanwezig, er is meer ruimte voor vernieuwing.
We hebben nu een sluitend systeem van meten, weten, analyseren en bijstellen en een belangrijke pijler van ons kwaliteitsbeleid is de inbreng van ouders. We betrekken ouders nadrukkelijk bij het leerproces van hun kinderen, zij kennen hun kind immers het beste. In het begin zeiden ouders nog dat ze niet wisten hoe ze iets konden bijdragen, ze hadden immers geen verstand van ouderwijs. Nee, maar wel van hun kind. Ook kinderen bevragen we hoe we hen kunnen leren leren. De een zegt dat ze meer uitleg wil, de ander wil het zelf uitpuzzelen. Dat zijn toch dingen die in een groepsproces minder snel naar voren komen, maar die wel belangrijk zijn om kinderen aan het roer van hun eigen leerproces te zetten. Ik besef me dat dit in een kleine school makkelijker te realiseren is. Ook denk ik dat we nóg zuiniger zijn op onze leerlingen dan andere scholen misschien zijn. Toen ik op een grotere school werkte, bleef ik meer binnen de kaders, je kon immers niet naar ieders pijpen dansen. Hier ben je je meer bewust dat elke leerling telt, je loopt al snel een stapje harder.
Hoewel Goeree-Overflakkee tot de provincie Zuid-Holland behoort, is de cultuur Zeeuws. Ik verzorg ook nascholingen elders in Nederland en ik merk dat men hier een sterke drive heeft, zich niet neerlegt bij problemen, altijd blijft zoeken naar oplossingen. Ze zullen ook zelden de oorzaak buiten zichzelf leggen met ‘smoezen’ als krimp, of gezinsproblemen of de jeugd van tegenwoordig. Er heerst hier een mentaliteit van strijden om het goede te behouden. Luctor et Emergo – worstel en kom boven - luidt niet voor niets het motto van Zeeland. Hoewel ik meteen moet zeggen dat ik de laatste twee jaar absoluut niet heb ervaren als geworstel. Het is ook een heel mooi proces geweest. Het belangrijkste is dat je je eigen normen blijft stellen en dat betekent ook dat je je niet te veel moet laten leiden door krimpprognoses.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.