• blad nr 19
  • 1-12-2012
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

Juf is poep en pies zat

Scholen kunnen nog niet zindelijke leerlingen weigeren. Liever maken ze afspraken met ouders. Leerkrachten kunnen immers niet hun klas vol kleuters alleen laten om een leerling te verschonen. Ouders worden verzocht zelf hun kind van een poepluier te verlossen.

Tekst Andrea Holwerda

Het is niet zo dat ze in hun vier kleuterklassen de laatste jaren meer onzindelijke leerlingen hebben. “Het is iets dat voorkomt bij leerlingen die instromen. Het ene jaar meer dan het andere: vorig jaar bij drie leerlingen, dit jaar tot nu toe bij één. En daar moet je dan wat op verzinnen. We zullen nooit zeggen dat die leerling dan niet welkom is”, stelt directeur Toon Kuipers van basisschool de Klimboom in Best.
Wel merkt de Klimboom dat ouders tegenwoordig minder ruimte hebben om er samen met hen aan te werken. En dus stelde de school twee jaar geleden het protocol ‘Zindelijk zijn bij het starten op de basisschool’ in. “Om duidelijk te maken dat als het nog niet gelukt is, we beiden ons steentje bij moeten dragen. Dat we er begrip voor hebben, ouders niet terechtwijzen, maar dat het tegelijkertijd niet alleen het probleem van de school is, zodra ouders hun kind op school afleveren.”
Zo moet er altijd iemand, liefst een ouder, voor school bereikbaar zijn om het kind te komen verschonen. Kuipers: “Mijn leerkrachten kunnen daarvoor niet meerdere keren per dag hun klas achterlaten.” Daarnaast wordt er in overleg met bijvoorbeeld de schoolarts een plan gemaakt om het kind zindelijk te krijgen. “Zo wordt er vaak een trainingsschema opgesteld met vaste tijdstippen waarop we het kind, op school en thuis, naar de wc sturen.”
Sinds de invoering van het protocol heeft Kuipers geen vragen meer over de aanpak gehad.

:Poeppoli
Kinderen zijn tegenwoordig later zindelijk. Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde leeftijd waarop kinderen zindelijk zijn in zo’n vijftig jaar verschoven is van tweeënhalf naar drie jaar. “We beginnen onder andere door het drukke leven van nu later met trainen, maar het lukt vervolgens in verhouding sneller, waardoor het niet heel veel opgeschoven is”, zegt Margot Ernst-Kruis, kinderarts op de plas- en poeppoli van het Amersfoortse Meander Medisch Centrum.
Of basisscholen hierdoor vaker met nog niet zindelijke leerlingen te maken krijgen, is niet duidelijk, stelt Ernst-Kruis. “Daar is nog geen onderzoek naar gedaan.”
Uit een kleine rondgang blijkt dat het bij de meeste scholen net als bij de Klimboom voorkomt dat kinderen nog niet zindelijk zijn en het aantal leerlingen ook bij hen van jaar tot jaar wisselt – van geen tot soms drie, vier leerlingen - en niet zozeer nu oploopt. Tegelijkertijd stellen leerkrachten die al heel wat jaren meelopen dat het vroeger echt een uitzondering was als een leerling nog niet zindelijk was.
Schoolarts Saskia Rijnbende-Geraerts van de GG&GD Utrecht zegt er de laatste jaren niet opvallend meer vragen over te krijgen. Ook verwijst ze niet meer leerlingen naar een kinderarts. Collega’s hebben volgens haar dezelfde indruk, al is er ook wel het idee dat het meer leeft. “We zijn als schoolartsen ook lang niet altijd betrokken. Vaak probeert een leerkracht het eerst zelf samen met de ouders op te lossen of een kindje loopt bijvoorbeeld al bij een kinderarts die rechtstreeks met de school communiceert.”
Kinderarts Ernst-Kruis denkt dat uiteindelijk een combinatie van factoren ervoor zorgt dat het meer een onderwerp is voor scholen. “Vroeger hielden ouders een kind nog meer thuis als het nog niet gelukt was. Daarnaast worden kinderen tegenwoordig zo geprikkeld dat de wc hun aandacht niet meer heeft en ze terugvallen.”

:Weigeren
Scholen kunnen nog niet zindelijke leerlingen weigeren, maar hierover staat niets in de wet, zo stelt een woordvoerder van het ministerie. “Het is in elk geval geen taak voor de school om ervoor te zorgen dat een kind zindelijk wordt. Ouders of verzorgers hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. In de praktijk zien we dat wanneer een kind nog niet zindelijk is, de meeste scholen dit bespreken met de ouders of verzorgers om samen een oplossing te zoeken.” Diezelfde ervaring hebben artsen Rijnbende-Geraerts en Ernst-Kruis.
Duidelijk afspraken maken is daarbij heel belangrijk, zeggen scholen. Zo stellen leerkrachten niet meerdere keren per dag hun klas vol kleuters achter te kunnen laten om een leerling te verschonen, ook omdat ze lang niet altijd een stagiair of klassenassistent hebben die even kan opletten. “Wij spreken daarom met ouders een tijdstip af waarop ze ‘s morgens en ‘s middag komen om met hun kind naar het toilet gaan, ze te verschonen”, zegt kleuterjuf Marion Tenniglo van de Enschedese Wethouder A.F. van der Heijdenschool.
Op andere scholen worden ouders standaard gebeld in het geval van een poepbroek. “Wij hebben hier ook niet de voorzieningen om de kinderen goed schoon te maken”, stelt groep 1/2 leerkracht Pauline van Enkhuijzen van de Trampoline in Brunssum. Het opbellen van ouders is als het vaak gebeurt natuurlijk vervelend, zegt juf Renee Kik van de Tweestromenschool in Heerewaarden. Om discussie te voorkomen hebben de Trampoline en de Tweestromenschool deze afspraak in hun schoolgids gezet.

:Plannetje maken
Tegelijkertijd maken scholen samen met ouders vaak een plannetje om de leerling zindelijk te krijgen. Meestal gaat het dan om het werken met een toiletschema met vaste tijden waarop een leerling op school en thuis naar de wc wordt gestuurd. “Dat maak ik dan gewoon zelf”, zegt kleutermeester Ron Tuinenburg van de Utrechtse basisschool Tuindorp. Andere leerkrachten doen dit ook wel in samenwerking met hun ib’er of de schoolarts.
Het kan ook zijn dat er meer achter het niet zindelijk zijn van een kind zit, er extra hulp moet worden ingeroepen of dat er iets medisch aan de hand is. “Zo had ik een keer een leerling die meerdere keren per week in de broek poepte”, stelt Van Enkhuijzen. “Eerst heb ik het samen met de ouders geprobeerd op te lossen met op vaste tijden naar de wc sturen en belonen als het goed ging, maar dat hielp niet.” De leerling werd daarop doorgestuurd en kreeg van de poeppoli het advies om rustig de tijd te nemen voor het poepen. “De leerling zat dus vervolgens op vaste tijden met een wekkertje en een boekje op de wc. Na enige weken werden de poepbroeken minder. Na een paar maanden was het helemaal opgelost.”
Tuinenburg stuurt onzindelijke leerlingen als dat nog niet is gebeurd eigenlijk altijd eerst door naar een arts voordat hij samen met de ouders aan de slag gaat. “Als er dan echt iets medisch is, wordt het daar opgepakt en worden we op hoogte gehouden hoe het gaat.”

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.