• blad nr 19
  • 1-12-2012
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Lerarentekort

Hij belt me op een dinsdagavond. Mijn mobiel nummer heeft hij van mijn schoonzus. Ik ken hem van haar huwelijk. Dat was een goed feest, maar ook even geleden. Sindsdien hebben we elkaar niet gesproken. De nood is dus hoog. Hij wil leraar worden en vertelt het verhaal dat mensen zoals hij altijd vertellen. Geld verdienen in de markt is lastig en onpersoonlijk. Betekenisvol met kinderen werken, in een sector met mogelijkheden, dat is de uitweg. Wat ik daarvan vind? Ik leg hem uit dat een ambacht leren voor een veertiger lastig is. Het kan wel, maar dan moet je bijzonder gemotiveerd zijn. Vergelijk het met voor het eerst gitaarles nemen op die leeftijd. De kans dat je dan nog goed wordt, is klein.
Maar er is toch een lerarentekort? Jawel. Volgens de Volkskrant spant Nederland zelfs de kroon. Dat blijkt uit cijfers van de Europese Unie. In 2009 gaf 30,8 procent van de scholen aan een tekort te hebben aan wiskundeleraren en 21,1 procent kan onvoldoende gekwalificeerd personeel in de talen vinden. Geen land binnen de EU haalt zulke cijfers. En dit zijn enkel de vacatures. Voor het reële tekort, het tekort dat ervoor zorgt dat kinderen minder leren op school, moet je daar de onbevoegden en ongeschikten bijtellen. Volgens de nota Werken in het onderwijs 2012, van het ministerie, blijft het ook nog even krap. Door de vergrijzing loopt het tekort op tot vierduizend leraren in 2015. De Randstad, waar in tegenstelling tot de rest van Nederland de leerlingenaantallen stijgen, wordt het hardst getroffen door de orkaan ‘lerarentekort’.
Op basis van deze statistieken luidt het advies: word leraar. Maar dan de werkelijkheid. De bovenstaande cijfers zijn verouderd. Sinds 2009 is de economie verslechterd. Bestuurders knijpen daarom de schoolbudgetten af. Zittende leraren verwerken meer leerlingen. Het vrijkomen van een baan, waar je een hypotheek mee kan betalen, vergeet het maar. Bovendien, schoolleiders hakken inmiddels vijftien jaar met het bijltje lerarentekort. Daardoor veranderen de wervingsstrategieën. Als er lesuren vrijkomen zet een schoolleider al lang geen advertentie meer, maar roept in de lerarenkamer: Weten jullie nog iemand? En dan is er altijd wel een collega met een uit het regulier arbeidsproces gespuugde oom, die twintig jaar geleden hts heeft gedaan. Wiskunde in de onderbouw moet dan kunnen. En zolang er geen klachten zijn van ouders en leerlingen, mag hij blijven. Zo loopt het arbeidsreserve-infuus vol met amateurs. Hun persoonsgebonden en intuïtieve opvattingen over wat dat is, degelijk onderwijs, druppelen de schoolcultuur in en vergiftigen de cohesie binnen de beroepsgroep.
Kortom, nieuwkomers hebben het moeilijk. Een echte baan is er niet, je moet mensen kennen om binnen te komen en het vak leer je in een werkomgeving waar iedereen maar wat aankloot. Moet ik nu zeggen, begin er niet aan? Nee, hij wil voor de klas, prima. Maar het afbreukrisico is wel enorm. Dat lerarentekort maakt meer kapot dan je lief is.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.