• blad nr 17
  • 3-11-2012
  • auteur . Overige 
  • Juridische rubriek

 

Houd rekening met termijnen

Op maandagochtend tref ik in mijn postvak een nieuw dossier aan van mevrouw Heinswijk. Zij vraagt of de inhoud van een brief van haar werkgever wel klopt. Het gaat om een besluit waarin haar werkgever geen verhuiskosten toekent. Het besluit is circa negen weken geleden genomen.

Nog daargelaten of het besluit van haar werkgever al dan niet klopt, moet ik mevrouw Heinswijk helaas teleurstellen. Zij is namelijk werkzaam in het openbaar onderwijs en dit betekent dat op haar aanstelling de Algemene Wet bestuursrecht van toepassing is. Tegen elk besluit van haar werkgever staat de mogelijkheid open om binnen zes weken bezwaar aan te tekenen bij haar bestuur. Wordt verzuimd om binnen deze termijn bezwaar te maken, dan staat het besluit van haar bestuur onherroepelijk vast. Omdat mevrouw Heinswijk geen bezwaar had gemaakt, is het niet meer mogelijk om het besluit terug te draaien.
Had mevrouw Heinswijk wel binnen de termijn van zes weken bezwaar aangetekend dan had zij vervolgens tegen een (negatieve) beslissing op dat bezwaar binnen zes weken beroep kunnen instellen bij de sector bestuursrecht van de rechtbank. Tegen de beslissing van de sector bestuursrecht van de rechtbank staat daarna in beginsel binnen zes weken hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Voor het bijzonder onderwijs (po, vo, bve en hbo) geldt dat werknemers een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst hebben. Werknemers kunnen in dat geval een geschil met de werkgever voorleggen aan de rechtbank. Voor vorderingen geldt in het algemeen een verjaringstermijn van twintig jaar tenzij de wet anders bepaald. Om een voorbeeld te noemen: voor het instellen van een loonvordering geldt een termijn van vijf jaar.
Daarnaast is het voor het bijzonder onderwijs mogelijk om tegen een aantal besluiten van de werkgever binnen zes weken beroep aan te tekenen bij de Commissie van Beroep waarbij de instelling is aangesloten.
Ook geldt in het onderwijs de verweerprocedure voor ontslag, schorsing en disciplinaire maatregelen. De werkgever is verplicht om eerst een voornemenbesluit of schriftelijke kennisgeving te nemen, waarna de werknemer de mogelijkheid krijgt om mondeling, dan wel schriftelijk verweer te voeren. Voor primair en voortgezet onderwijs geldt een verweertermijn van drie weken na verzending van het voornemenbesluit. Na ontvangst van de zienswijze dient de werkgever zo spoedig mogelijk een definitief besluit te nemen.
Voor de bve dient de werknemer binnen veertien dagen na verzending van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever mee te delen dat hij zich wenst te verweren, waarna de werknemer de kans krijgt om binnen 28 dagen na de schriftelijke kennisgeving het verweer mondeling of schriftelijk kenbaar te maken. Vervolgens wordt zo spoedig mogelijk een definitief besluit genomen door de werkgever.
In het hbo kan de werknemer zich binnen drie weken verweren na een schriftelijke kennisgeving met betrekking tot een disciplinaire maatregel of schorsing. Binnen veertien dagen dient vervolgens een definitief besluit genomen te worden. In alle gevallen geldt dat tegen het definitief besluit van de werkgever vervolgens bezwaar of beroep kan worden aangetekend. Raadpleeg uw cao voor meer informatie omtrent de procedures.

Viola Knop, juridische dienst AOb

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.