• blad nr 17
  • 3-11-2012
  • auteur A. Moerman 
  • de Vereniging

 

Toekomst van de universitaire lerarenopleidingen

Eerstegraders, ze weten zo weinig. Tegelijkertijd zijn er te weinig van. ‘Vroeger was het allemaal beter’, lijkt het werkveld wel eens te verzuchten. Net afgestudeerde eerstegraads leraren vinden volgens de Nationale Studentenenquête zelf ook dat hun academische gehalte te wensen overlaat. Hoe verder?

Als het aan het ministerie ligt is het kort door de bocht helder: de instroom voor de eerstegraads opleiding vergemakkelijken en hopen dat het met de kwaliteit goed komt. “De instroom bevorderen is goed. De opleiding zou verbreed moeten worden. Een student communicatie bijvoorbeeld kan heel goed toegelaten worden bij de eenjarige master voor leraar Nederlands”, zegt Rob van Otterdijk. “Maar wel graag meer opleidingstijd om de kwaliteit op te krikken.”
Van Otterdijk is op 15 november een van de sprekers op het AOb-symposium ‘De toekomst van de universitaire lerarenopleidingen’. Hij was tot vorig jaar lerarenopleider (maatschappijleer, aardrijkskunde en geschiedenis) aan de Fontys Hogescholen. Nu doet hij dat aan Tilburg University. “Er bestaat geen academische studie maatschappijleer. Het zijn studenten uit de sociale wetenschappen die leraar maatschappijleer willen worden. De aandacht tijdens die lerarenopleiding ligt op de didactische vaardigheden en de stage. Inhoudelijk worden ze geacht zichzelf bij te spijkeren. Dat lukt dus niet altijd”, vat Van Otterdijk zijn eigen ervaring bondig samen.
Het probleem is duidelijk, er melden zich te weinig mensen aan terwijl door pensionering de uitstroom groeiende is. Ter illustratie: van de leraren in de categorie 55-plus is ongeveer de helft eerstegraads bevoegd. Bij de 35-minners is dat slechts iets meer dan 35 procent. Van Otterdijk relativeert de tekorten. Misschien zijn ze er in de Randstad en in de exacte vakken. “Maar mijn studenten die op zoek zijn naar een baan, vragen zich momenteel toch vrij sterk af waar die tekorten dan wel zijn”, meldt Van Otterdijk.
Hij vermoedt een discrepantie tussen de cijfers en de werkelijkheid. Bovendien zijn die cijfers afhankelijk van veel variabelen. Bezuinigingen of grotere klassen bijvoorbeeld. Van Otterdijk: “In het basisonderwijs dreigde jaren terug ook een tekort aan mensen. En nu ineens zitten we met een overschot aan onderwijzers als gevolg van de bezuinigingen.”
Dat leraren slechter presteren is moeilijk te bewijzen, maar met de kwaliteit van de opleidingen is duidelijk wel iets aan de hand. Bezuinigingen en voortdurende reorganisaties eisen hun tol, meent Van Otterdijk. “De nadruk ligt bij de universitaire opleiding - door de beperkte tijd van één jaar - op de didactiek en minder op de vakinhoud. De oplossing is dus meer aandacht voor de inhoud en dat kost extra tijd. Nu zitten studenten in dat jaar in een soort van pressure cooker. Terwijl je bij een academische opleiding ook tijd moet inbouwen voor reflectie.”
Naast vergroten van de toestroom en verhogen van de kwaliteit, signaleert Van Otterdijk misschien nog wel een belangrijker aspect dat ten grondslag ligt aan de tekortkomingen in aantallen en kwaliteit. “Het niet al te beste imago van het beroep is misschien wel bepalender voor de problemen waarover we het op dat symposium gaan hebben, dan de kwaliteit van de opleidingen en de studenten. Als het imago goed is, stromen studenten vanzelf weer toe.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.