• blad nr 17
  • 3-11-2012
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

Versmelting van onderwijs en kinderopvang 

Leren, spelen én ontspannen op school

Als onderwijs en kinderopvang al een gebouw delen, kunnen ze net zo goed ook inhoudelijk samenwerken. Vanuit die gedachte versmolt de onderbouw van de Everdingenschool in Bilthoven met de voor- en buitenschoolse opvang. Op dit zogeheten integraal kindcentrum staan leerkrachten en pedagogisch medewerkers samen op de groep waar kinderen leren, spelen én ontspannen. Tot ze om vijf uur weer naar huis gaan.

Tekst Mandy Pijl

De vijfjarige Karlijn laat haar met verf besmeurde vingers zien. “Kijk, ik schilder de letter M”, vertelt ze. “Met vingerverf.” Ze kijkt naar de letter op het papier van het klasgenootje dat naast haar zit, en draait haar eigen blad om. “Het is de W”, corrigeert ze zichzelf, terwijl ze de laatste vegen aanbrengt. Als ze haar spullen heeft opgeruimd, gaat ze naar de vissenkom, de geluidsdichte, glazen ruimte aan de andere kant van het lokaal, waar ze zich aansluit bij een dansles.
Aan de tafel met de schilderwerkjes oefent een andere kleuter Engels op de iPad. Verderop naast een kast vlakbij de kapstokken spelen twee meisjes en een kleuter met blokken. Ze doen vadertje en moedertje, legt een van de meisjes uit. De meisjes blijken peuters te zijn van het kinderdagverblijf uit het aangrenzende lokaal. Dat lokaal is leeg, de jonge kinderen hebben zich gemengd met de groepen 1 tot en met 3. “Ik ben van groep 2 en ik ben vader”, zegt de jongen, en hij gaat weer verder met het spel.
Hoeveel integrale kindcentra er exact zijn, is niet bekend, maar op meerdere plekken gaan scholen en kinderopvang inhoudelijk intensiever samenwerken. Zoals bij balansleren, een experiment van Wereldkidz (voorheen Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland) en kinderopvangorganisatie KMN Kind & Co, dat onderwijs- en opvangtijd integreert. Tussen half negen en vijf krijgen kinderen een dagarrangement aangeboden waarbij alles in dienst staat van hun ontwikkeling.
Twee leerkrachten die een duobaan delen staan op maandag, dinsdag en donderdag met pedagogisch medewerkers op de groep. Het zijn de typische opvangdagen voor veel parttime werkende ouders van wie de kinderen naar de buitenschoolse opvang gaan. De woensdag en de vrijdag, in veel gezinnen de dagen waarop een van de ouders vrij is om met de kinderen te zijn, zijn de leerlingen om één uur uit en is middagopvang op aanvraag mogelijk. Omdat ouders in feite reguliere opvanguren afnemen, in dit geval verweven met onderwijs, betalen ouders voor balansleren de prijs van opvang.

Strikt
De Bilthovense Everdingenschool ging zo’n anderhalf jaar geleden met balansleren van start in de onderbouw, en het is de bedoeling dat de leerlingen tot en met groep 8 in deze setting van onderwijs en opvang blijven. Peuters, kleuters, zesjarigen die hun eerste woordjes leren: het speelt en leert er samen in het ruim opgezette lokaal. Leerkracht Sandra van der Jagt verzorgt het onderwijs en twee pedagogisch medewerkers – een voor de basisschoolkinderen, de ander heeft primair de peuters onder haar hoede - de opvang.
“We zijn dit experiment gestart, omdat we vinden dat een arrangement als dit kinderen zoveel meer kan bieden”, zegt directeur Mirte van den Berg. “In het reguliere onderwijs zit er stoom en kokend water op het programma. Tussen half negen en drie moet het allemaal gebeuren. Hier bij balansleren kan de pedagogisch medewerker zeggen: We doen even niks. Voor een buitenstaander lijkt het op het eerste gezicht misschien erg ongestructureerd dat onderwijs en opvang door elkaar lopen. Maar achter de schermen maken we een duidelijk onderscheid tussen onderwijstijd en opvangtijd. Aan die onderwijstijd houden we ons strikt. We hanteren de kerndoelen en met behulp van het leerlingvolgsysteem van Cito volgen we de onderwijsresultaten. We doen niet minder, maar juist meer.”
Dat meer zit hem in het aanbieden van meer informele leermomenten, legt leerkracht Van der Jagt uit. “Er zijn geen overgangen meer. Alles wat ik de leerlingen aanbied, komt gedurende de dag terug. Ik geef instructie, en daarmee gaan ze aan de slag. Tijdens het project ‘huis’ besprak ik met de kinderen hoe huizen eruitzien en hoe het zou zijn als elke muur een andere lengte had. Toen ze later die dag met de pedagogisch medewerker het bos in gingen om hutten te bouwen, concludeerden ze met elkaar dat ze stokken die niet even lang waren niet konden gebruiken, omdat de muren anders niet bleven staan.”
Dat een dergelijke, verregaande samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang de toekomst heeft, daar twijfelt Van den Berg niet aan. “De manier waarop we hier bezig zijn, en zo doen ze dat in Scandinavië al veel langer, is logischer dan het systeem waarin kinderen in blokken leren. In het reguliere onderwijs zit je in groep 2 en als je wilt leren lezen moet je wachten tot je in groep 3 zit. Hier halen we die schotten weg en zeggen: Als kinderen iets kunnen, hoef je het ze dus niet meer te leren.”

Flexibel
Hoogleraar spraak- en taalstoornissen Sieneke Goorhuis-Brouwer van de Rijksuniversiteit Groningen plaatst kanttekeningen bij het weghalen van die scheidslijnen. “Kinderen moet je in deze fase niet leren lezen en schrijven, ook niet als ze interesse hebben in letters. Het gevaar is dat met name zwakke leerlingen faalangstig worden omdat ze niet kunnen meekomen in de ratrace. Kleuters moeten spelen, daar leren ze ongelooflijk veel van. Neem je ze dat af, dan neem je ze ook de ontwikkeling in hun persoonsvorming af.”
Van den Berg weerlegt die kritiek. “Natuurlijk moeten kinderen ook spelen. Juist dat is de meerwaarde van het integreren van onderwijs en opvang. Ik vind het bovendien een van de winstpunten dat kinderen na een activiteit lekker kunnen uitrusten, dat ze op de bank kunnen kruipen, desnoods met een dekentje erbij. Afwisseling van leren en ontspannen geeft een balans.”
Leerkracht Van der Jagt verdeelt haar lesgevende tijd tussen half negen en vijf en ook zij is daarmee in balans, zegt ze. “Ik heb voldoende tijd voor voorbereidingen, nakijkwerk en observaties, doordat ik er niet alleen voor sta. Zo nemen de pedagogisch medewerkers het pauzemoment voor hun rekening, terwijl ik andere dingen kan doen. Daarbij is het makkelijk en fijn om samen over leerlingen te overleggen. Wat ik observeer, kan ik bij mijn collega’s navragen. En samen een programma samenstellen met daarin voldoende formele en informele verwerkingsmomenten, vind ik ideaal.”
Zo’n intensieve samenwerking vereist vooral flexibiliteit, aldus Van den Berg. “Het vraagt een cultuuraanpassing, je willen verdiepen in elkaars werk en samen een nieuwe werkwijze ontwikkelen. Dit is een team. Ik weet wat hier gebeurt en waarom, de leerkracht weet dat, maar ook de pedagogisch medewerkers. Ook zij beheersen de onderwijstaal, weten bijvoorbeeld dat je met rekenen spreekt van erbij en niet van plus. Het vergt wel een manier van werken buiten wat je misschien gewend bent en niet een manier vanuit de gedachte: Zo doen we het. Zo doen we het samen, dat is de manier. Je hebt ieder misschien andere verantwoordelijkheden, maar samen ben je een team.”

{kader}
Baarnse variant biedt leerlingen workshops

Ook op het Centrum voor ontmoeting en onderwijs de Uitkijck, zoals de brede school in Baarn heet, wilde men een intensievere samenwerking tussen onderwijs en opvang. Gekozen werd voor een andere vorm dan in Bilthoven, de Uitkijckacademie. “We hebben gekeken naar wat haalbaar is wat betreft onder meer het personeel. Bovendien wilden we het formele en informele leren aan elkaar koppelen, zonder dat het ouders iets zou kosten. Als je drie kinderen hebt, moet geld niet bepalen of je kinderen kunnen meedoen”, zegt schooldirecteur Linda de Wagt.
Tijdens de Uitkijckacademie, vooralsnog zo’n drie keer per schooljaar gedurende drie weken, staan twee leerdoelen en twee pedagogische doelen centraal. Medewerkers van de school en medewerkers van de buitenschoolse opvang en de peuterspeelzaal bieden samen een groepsdoorbrekend programma waarop leerlingen zich kunnen inschrijven. Zo konden ze tijdens de Kinderboekenweek deelnemen aan een workshop poëzie en lessen waarin ze leerden een papieren of een digitaal prentenboek te maken. “Ze ontmoeten er andere kinderen met dezelfde interesses.” Bovendien: “Onze school is een prachtige afspiegeling van de maatschappij. We hebben misschien een schrijver, een architect en een astronaut in huis, maar ook elektriciens, en die leerlingen komen minder goed uit de verf als je alleen op leren aanstuurt. In workshops kun je die kinderen prikkelen met activiteiten waarin lesstof tot leven komt. Neem een rekenblok over meten en wegen, heel droge stof. Voor kinderen die een appeltaart bakken, krijgt die stof letterlijk inhoud. Overigens zullen ze het niet zo ervaren dat ze de hele dag aan het leren zijn. Wat ze tijdens de Uitkijckacademie doen, doen ze op basis van eigen interesse en talent. Daar word je nooit moe van.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.