• blad nr 17
  • 3-11-2012
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Een doodlopende boulevard

Een naadloze aansluiting tussen het lokale vmbo en mbo, met betere prestaties en minder schooluitval. Met dat doel gingen de voorbereidingen voor de Scholingsboulevard in Enschede tien jaar geleden van start. Nu, vier jaar na de oplevering, gaat de Scholingsboulevard aan zijn eigen ambities en overmatige investeringen ten onder.

Als eind dit jaar het doek valt voor de Enschedese Scholingsboulevard, zullen de decorstukken blijven herinneren aan het drama. Drie architectonische visitekaartjes die in de volksmond de ‘ufo’s’ zijn gaan heten, waarin een naadloze aansluiting tussen het lokale vmbo en mbo gestalte moest krijgen. Een koosnaam die eigenlijk al weinig goeds beloofde.
Raadsleden wapperen nu met rapporten van KPMG en Ernst & Young waarin het financiële debacle opgetekend staat. De gemeenteraad voelt zich voor het blok gezet: bijspringen met 5 miljoen euro om de Scholingsboulevard de komende maanden ordentelijk te ontmantelen, of een verlies nemen in een waarschijnlijk faillissement en aanschuiven tussen de andere schuldeisers. De roep om meer grip, controle en toezicht klinkt uit dezelfde raadszaal waar jaren terug het openbaar voortgezet onderwijs op afstand werd geplaatst.
In de Scholingsboulevard participeren naast de gemeente drie scholen: het Stedelijk Lyceum (openbaar, verzelfstandigd), het Bonhoeffer College (bijzonder, onderdeel van het grote schoolbestuur stichting Carmelcollege) en het Roc van Twente. Al in 2002 ondertekenden ze een intentieverklaring over het opzetten van een onderwijsconcept dat een brug zou slaan tussen het vmbo en mbo. Een onderwijsprogramma waarin de opleiders niet elk aan een oever staan af te wachten, maar de handen ineenslaan voor ‘doorlopende leerlijnen’ die de schooluitval moesten terugdringen. En, o ja, dan had je ook een nieuw schoolgebouw nodig. Of beter gezegd: een boulevard.

Molensteen
De hele aanloop heeft langer geduurd dan dat de Scholingsboulevard in bedrijf zal zijn geweest. Pas toen de eerste leerlingen de nieuwbouw binnenstapten na de zomervakantie in 2008, bleek hoeveel werk er aan de winkel was. Gedoe met roosters, lesuitval, rommelige afstemming over praktische en arbeidsvoorwaardelijke zaken tussen drie schoolbesturen in twee onderwijssectoren die allemaal hun eigen kijk hadden op zoiets als taakbeleid. En dan was er nog dat verschil tussen een architectonische visie en de pedagogische praktijk.
AOb-Rayonbestuurder Albert Krist liet zich er begin 2009 met een aantal vakbondscollega’s rondleiden. Wat ze zagen, wekte verbazing. “Architectonisch was het heel aardig, maar men was vergeten dat er leerlingen in moesten. Grote, open ruimtes waar bijvoorbeeld het vak verzorging werd gegeven. Heel felle kleuren in onderwijsruimtes voor leerlingen die vrij primair reageren. Je kon op je klompen aanvoelen dat het zo niet ging werken.”
Er werd in totaal voor miljoenen verspijkerd en verbeterd, maar door de struikelende start begon de Scholingsboulevard al op achterstand. Boze ouders verenigden zich. De prognoses van leerlingenaantallen binnen de boulevard werden ingehaald door de werkelijkheid. Negatieve beeldvorming, meer doorverwijzingen naar de havo, of andere redenen: het leerlingaantal van 1700 bleef ver achter bij de overeengekomen 2500.
Aan de andere kant van de streep hangen overmatige investeringen de bedrijfsvoering als een molensteen om de nek. Voor de Scholingsboulevard is zo’n 61 miljoen euro geďnvesteerd in huisvesting, machines, installaties en inventarissen, en dat is zo’n 15 miljoen boven de geldende (bouw)normen. Aan die extra ‘luxe’ hangt ook een prijskaartje: de investeringen zijn simpelweg niet terug te verdienen, concludeerde KPMG afgelopen mei.
Een flinke complicatie vormt de zwakke financiële huishouding van het Stedelijk Lyceum, dat jaren opeen verliezen boekte en nog jaren met een negatief eigen vermogen te kampen heeft. In 2011 noteerde de openbare scholengemeenschap eindelijk een plusje in de exploitatie, maar tegelijkertijd moest ze een afgesproken aanvulling van Scholingsboulevard-tekorten schuldig blijven.
De financiële situatie van het Lyceum zal zich de komende jaren waarschijnlijk verbeteren, concludeerde Ernst & Young onlangs in een rapport opgesteld in opdracht van de gemeenteraad. Maar de solvabiliteit, een maatstaf voor de mate waarin een school aan haar schulden kan voldoen, zal naar verwachting pas rond 2020 boven de ondergrens uitkomen.
De juridische en financiële coöperatie-constructie is ook al geen simpele; KPMG kwam dit voorjaar na vijf maanden met een 64 pagina’s tellend rapport om de boel te ontwarren en in verschillende toekomstscenario’s vooruit te kijken. En hoewel het niet in de opdracht zat, wilden de onderzoekers nog wel even kwijt dat ‘de bestuurlijke, organisatorische en financiële inrichting van de Scholingsboulevard in de afgelopen jaren onvoldoende heeft gefunctioneerd’.
Van de betrokken bestuurders van het eerste uur zitten er weinig meer op hun post. Eric Helder, ruim een decennium wethouder in Enschede, vertrok begin 2010 naar Den Haag. Voormalig HSL-voorman Hans Reiber, lange tijd boegbeeld van de scholengemeenschap, was toen al weg. Reiber trad volgens Kamer van Koophandel-gegevens op 26 oktober 2009 uit functie. Hij bleef op de loonlijst tot en met augustus vorig jaar en staat over 2010 en 2011 met een bezoldiging van 141 duizend euro in de boeken. Alleen Romain Rijk, sinds 2006 bestuursvoorzitter van het Carmelcollege, zit nog op zijn post.
En dat geldt ook voor een flink deel van het onderwijzend en ondersteunend personeel, medewerkers die ooit mee moesten in de vaart van de Scholingsboulevard, en die nu de ontmanteling meemaken.

Donder en geweld
Mooie doelstellingen over een vloeiende aansluiting tussen vmbo en mbo die op een financieel fiasco uitlopen, het doet denken aan de didactische idealen achter de ontbonden Amarantis Onderwijsgroep. Heeft het concept zijn failliet bewezen? Nee, zegt rayonbestuurder Krist, er zijn ook plaatsen waar het wel werkt.
“De Scholingsboulevard had best kunnen slagen. Als het allemaal kleiner was begonnen, een overzichtelijke proef bij een paar opleidingen op een kleinere schaal. Dan had het ook een succes kunnen worden. Maar het moest allemaal met donder en geweld, hoogdravend en groots. Als het dan misgaat, gaat het ook goed mis.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.