• blad nr 17
  • 3-11-2012
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Knabbelen aan de lumpsum

Vollere klassen zijn het rechtstreekse gevolg van de sluipende bezuinigingen. Een oproep in het vorige Onderwijsblad leverde tientallen reacties op. Ja, er is extra geld vrijgemaakt voor hogere salarissen en taal en rekenen, maar de overheid knabbelt ook aan de lumpsum. Scholen komen tekort.

Van 2011 naar 2012 stegen de uitgaven per leerling nog, zo laten de staatjes in de laatste onderwijsbegroting zien. In het basisonderwijs van 5.100 naar 5.300 euro per leerling, in het voortgezet onderwijs van 7.539 naar 7.707. Meer geld, terwijl de scholen klagen over krapte op hun begroting. Er wordt gesneden in de kosten, mensen die met pensioen gaan worden niet vervangen, de klassen worden groter. Hoe kan dat toch, als er geld bij komt?
De afgelopen jaren zijn er miljoenen uitgetrokken om de salarissen in het onderwijs te verbeteren en de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep te vergroten. Via bestuursakkoorden investeert het ministerie in extra aandacht voor taal en rekenen. Extra geld voor extra uitgaven. Maar ondanks de babbels over de extraatjes, wordt op allerlei manieren ook geknabbeld aan de financiering van scholen. Met verstrekkende gevolgen.
In het vorige Onderwijsblad brachten we in kaart wat we weten over sluipende bezuinigingen. Een oproep aan leden en scholen, maakte veel los over de gevolgen daarvan.
Zo werd ons een artikel toegestuurd uit het tijdschrift Schoolbestuur, waarin de directeur Theo Verheijen van basisschool Sint Jozef naar aanleiding van het door de AOb gesignaleerde, voorrekende hoe de stichting waar de school onder valt steeds minder geld binnenkrijgt. Sinds de invoering van de lumpsum in 2006 krijgen de scholen van de Stichting Katholiek Onderwijs Vierlingsbeek (SKOV) voor de basisformatie 8,6 procent minder dan toen het formatiebudgetsysteem nog gold. Knelpunten van de lumpsum somt hij moeiteloos op.
De belangrijkste: er wordt voor de personeelsformatie gewerkt met landelijke gemiddelden, terwijl bij SKOV veel meer – duurdere - ouderen zijn, die dus ook meer dan gemiddeld gebruik maken van de bapo. Maar Verheijen noemt meer zaken die de inkomsten verlagen. Zo gaat het ministerie uit van starters van 25 jaar, terwijl leraren van 25 bij de scholen in Vierlingsbeek op die leeftijd al een paar jaar aan de slag zijn en dus hoger ingeschaald zijn dan het startsalaris van schaal LA1. En de scholen hebben last van de achterblijvende indexering van kosten voor energie, onderhoud en leermiddelen. Toch houdt de stichting met succes vol om ‘positief en dapper’ goed onderwijs te geven en spreekt daar waar mogelijk het eigen vermogen aan. Maar uiteindelijk concludeert Verheijen: ‘De stille bezuiniging is oorverdovend.’

Gemopper
In het voortgezet onderwijs signaleren scholen en leden nog meer problemen dan de voorbeelden uit het vorige Onderwijsblad. Voor 2013 wordt bijvoorbeeld de vergoeding voor de gemiddelde personeelslast met bijna 2 procent verlaagd. Dat is ook zo terug te vinden in de begroting: de eerder genoemde 7.707 euro per leerling gaat terug naar 7.566 in 2013. Zo’n ingreep, zo schrijven de scholen, kan niet zonder gevolgen blijven. ‘Dat betekent minder formatie, dus grotere klassen.’
Duidelijk is dat de financiering van het onderwijs onoverzichtelijk is geworden. Er is geld bijgekomen voor speciale doelen, waar steeds door het ministerie vrolijke persberichten over worden gemaakt. Er is door datzelfde ministerie alleen ook in alle stilte bezuinigd. Het resultaat van die twee ontwikkelingen is echter dat steeds meer scholen rode cijfers schrijven en er duizenden banen verloren gaan, veel meer dan de krimp rechtvaardigt.
Uit alle reacties op www.aob.nl blijkt dat gevolgen van de sluipende bezuinigingen op scholen merkbaar zijn. In het basisonderwijs wordt simpelweg formatie geschrapt en worden de klassen groter. In het voortgezet onderwijs gaat het subtieler, de taakbelasting wordt veranderd waardoor docenten meer lessen per week gaan geven. Op de ene school gaan die extra lesuren af van de tijd voor professionalisering, bij de andere wordt de opslagfactor voor voorbereiding en nakijken verlaagd. Gemopper is er ook: bij veel scholen blijven bij de bezuinigingen management en overhead buiten schot. In beide gevallen zijn de effecten hetzelfde, meer doen met minder mensen, de werkdruk gaat omhoog en het ziekteverzuim neemt toe.

{blokjes}
Gevolgen sluipende bezuinigingen

‘Dit jaar moest er 5 procent bezuinigd worden. Grotere klassen, combinaties van klassen. Frans/natuurkunde 3- en 4-vmbo bij elkaar in de klas. 3- en 4-basisberoepsgericht, kinderen met een rugzakje, bij elkaar. 22 leerlingen met allerlei problemen. Volgend jaar moet er 7 procent bezuinigd worden. Ik houd mijn hart vast.’

‘Zelf merk ik het aan de groepsgrootte op school (doorgaans 20/25, nu eerder richting 30/35) en de knellende situatie die dan ontstaat in het verzorgen van extra hulp richting leerlingen aan de onder- en de bovenkant. In het licht van passend onderwijs, waarin leerlingen met speciale behoeftes meer op de eigen school zouden moeten kunnen blijven zitten, is dit een zorgwekkende ontwikkeling.’

‘Er is een nieuw fenomeen van begeleidingsuren opgesteld, voor dit “lesuur” krijgt de docent geen opslagfactor zoals bij “normale” lessen, maar er wordt wel verwacht dat de docent vanaf de herfstvakantie tot aan mei deze “lessen” geeft en ook graag een cijfer produceert!’

‘Het negatieve gevoel bij de collega’s op de werkvloer wordt extra gevoed door het feit dat het management niet meedoet met de bezuinigingen.’

‘De opslag voor voorbereiding is eenzijdig verminderd onder de noemer: Nergens krijg je meer 50 procent voorbereiding.’

‘Veel te grote klassen! Meestal 32 leerlingen en dat in vrij kleine lokalen. In de klas van 33 leerlingen, moet er één leerling op een stoel in de deuropening zitten. Er wordt dan wel gezegd dat onderzoek uitwijst dat dit geen invloed heeft op leerprestaties van leerlingen (wat ik al zeer in twijfel trek!), maar er wordt niets gezegd over de werkdruk van docenten! Klassen van 32 zijn echt een heel ander verhaal dan klassen van 24/25. In de klas zelf, maar ook qua correctie!’

‘Ik verwacht dat de bond in de nieuwe cao de maximale klassengrootte per schoolsoort vastlegt.’

‘De schoolleiding stelt voor om de opslagfactor van de lesuren te verlagen van 0,8 naar 0.7. De kerntaak van de school (lesgeven) wordt dus slechter betaald. In concreto gaat een collega dus achttien lessen geven in plaats van zeventien voor hetzelfde geld. Dat is geen nullijn, dat is salarisachteruitgang.’

‘Onze school bezuinigt door een beroep op het personeel te doen één lesuur gratis te geven. De gevolgen daarvan voor de werkgelegenheid laten zich raden.’

‘Veel ziekte onder de collega’s, dit moeten de collega’s onderling opvangen. 12 procent ziekteverzuim vanaf de zomervakantie.’

Oproep
Wat zijn de gevolgen van de sluipende bezuinigingen op jouw school? Beschrijf het zo gedetailleerd mogelijk op het formulier op www.aob.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.