• blad nr 15
  • 6-10-2012
  • auteur B. Hoogenboom 
  • Kleine column

 

Uit de kast

De afgelopen zomer heb ik onder meer benut om me voor te bereiden op mijn taken als portefeuillehouder voortgezet onderwijs. Natuurlijk stond de recente geschiedenis nog op mijn netvlies: ik was de afgelopen twee jaar actiecoördinator van de AOb en dus heb ik veel te maken gehad met het vo. Die bagage gaat ongetwijfeld van pas komen, al ga ik ervan uit dat we de komende tijd met het ministerie en de werkgevers een andere koers kunnen varen.
De VO-raad is niet anders dan de andere werkgeversorganisaties in het onderwijs als het gaat om lumpsumfinanciering: willen ze graag zo houden. Dat diezelfde autonomie het ministerie van Onderwijs een excuus verschaft de andere kant op te kijken als de financiële ruimte beperkt blijkt vanwege bijvoorbeeld hogere energieprijzen, wordt klagend geaccepteerd. Een dergelijke klacht over de nullijn hebben we gemist; daar laten de werkgeversorganisaties zich teveel zien als uitvoeringsdienst van het ministerie. Angst voor een aanval op hun autonomie? Dat de VO-raad met de minister een akkoord sluit over zaken als scholing, zonder daarin de leraren te betrekken, is ronduit verbazingwekkend.
Ondanks het bovenstaande wil ik best aannemen dat bestuurders in het vo in de eerste plaats zo goed mogelijk onderwijs willen aanbieden. De AOb helpt ze daarbij, eind september presenteerden we een wetsvoorstel dat docenten hun professionele ruimte teruggeeft.
Sectoroverstijgend kun je gerust stellen dat er veel is misgegaan. Steeds meer gingen bestuurders, ouders en scholieren de koers van het onderwijs bepalen. Daartoe kregen ze meer macht van politici. De rol van de leraar werd daarmee ingeperkt. Desondanks roepen alle betrokkenen steeds dat goed onderwijs valt of staat met goede docenten. Dat vinden wij ook en zeggen nog iets daarbij: Stel ze ook in staat hun bijdrage te leveren! Zoals het nu gaat, blijft die visie onder druk staan.
Willen we meer enthousiasme? Laat leraren dan in overleg met hun mededocenten de lesprogramma’s optuigen! Gun ze de mogelijkheid hun vakkennis aan te scherpen op de punten waar ze dat zelf nodig achten. Een niet te vullen vacature bij Frans? Kijk wie daarvoor bevoegd is en wil, bepaal niet wie er moet. Soms duurt het dan langer, maar je krijgt er mensen met hart voor de zaak mee terug.
Goed bestuur is van grote waarde voor ons onderwijs, maar goede bestuurders weten ook dat zij er zijn om docenten zo goed mogelijk hun werk te laten doen. Leraren zijn hoogopgeleiden die de complexiteit van hun vak als geen ander kennen. Erken dat: bestuurders gaan over de randvoorwaarden, ouders gaan over de opvoeding, leraren gaan over de les. Als we die drie partijen op basis van gelijkwaardigheid het onderwijs laten optuigen, kan er zo veel meer. Dus dames en heren bestuurders, pak die handschoen op. Kom uit de kast en we maken er samen wat moois van.

Ben Hoogenboom, lid dagelijks bestuur

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.