• blad nr 15
  • 6-10-2012
  • auteur T. van Haperen 
  • Opinie

 

Kartelafspraken bij toelating havo

Sinds de invoering van het vmbo (1999) is de doorstroming naar de havo een rommeltje. Journalist Pieter Hilhorst maakte daar in 2010 een televisieprogramma over. Kamervragen volgden. De VO-raad reageerde in 2012 met een code vmbo-havo. Die moet de toelating transparant en eenduidig maken. Sindsdien is alles erger.

In de lente vertelt een collega me over zijn zoon. Die is vastgelopen in het beroepsonderwijs, wil naar de havo, heeft een diploma vmbo theoretische leerweg - zeg maar mavo - en is in zijn woonplaats Eindhoven op geen enkele school welkom. Hij gaat het bij ons proberen. Misschien komt hij wel bij mijn dochter in de klas, hoor ik mezelf zeggen. Een paar dagen later ontvang ik per post een tweeregelig briefje. Mijn dochter is afgewezen voor havo omdat ze niet voldoet aan de toelatingseisen. Ze is dan vijftien jaar, moet nog een aantal schoolexamens en een centraal schriftelijk examen maken. Wat is dit?
Doorstroming naar havo is sinds de invoering van het vmbo een kwestie. Het vmbo leidt op voor het beroepsonderwijs. Maar de theoretische leerweg is de oude mavo, heet ook steeds vaker weer zo, en geeft toegang tot de havo.
Het onderwijs op de heterogene vierde klas van de havo verloopt echter moeizaam. Volgens het laatste jaarverslag van de inspectie zijn de lessen nergens zo ineffectief als daar. Daarom zoeken scholen met aanvullende toelatingseisen naar controle op de leerlingeninstroom.
Journalist Pieter Hilhorst verbaast zich hierover en maakt een televisieprogramma. Hij constateert dat ruim 10 procent van de mavoleerlingen niet wordt toegelaten, terwijl in de Wet op het voortgezet onderwijs toch echt staat dat het vmbo ook opleidt voor havo. Inderdaad vreemd, zegt de onderwijsadvocaat Katinka Slump op camera. Maar niks aan te doen. Scholen mogen leerlingen weigeren. Vanwege de vrijheid van onderwijs.
Toch heeft Hilhorst een punt. Aanvullende toelatingseisen zijn wel degelijk ongebruikelijk. De overheid garandeert de kwaliteit van een diploma middels een centraal schriftelijk examen en toezicht van de inspectie. Vanwege die kwaliteitsgarantie mogen havo/vwo-leerlingen zonder belemmering doorstromen naar het hoger onderwijs. Een uitgangspunt met grote gevolgen. Een voorbeeld. Onderzoek leert dat selecteren van aankomende leraren op geschiktheid voor het beroep, goed is voor de kwaliteit van onderwijs. Maar een assessment of een gemiddeld eindcijfer als aanvullende eis voor toelating tot de lerarenopleiding, is verboden. En wat voor volwassenen in het hoger onderwijs geldt, zou zeker voor grillige pubers moeten gelden; die zijn namelijk nog volop in ontwikkeling.
De werkelijkheid is gekker dan Hilhorst laat zien. Want een school mag dan nieuwe aanmeldingen weigeren, voor verwijdering ontbreekt elke juridische basis. Toch gebeurt het. Een kind dat met het mavodiploma het recht op doorstroming verwerft, wordt bij niet voldoen aan de aanvullende toelatingseisen van school gestuurd. Een typisch geval van eigen richting.

Pesterijen
Het programma van Hilhorst resulteert in Kamervragen. De VO-raad voorkomt een interventie met een zelf ontworpen toelatingscode. Die draait om één aanvullende toelatingseis; het gemiddeld eindcijfer op de mavo moet minimaal een 6,8 zijn. Een lerarenvergadering kan een leerling met een lagere score aannemen, maar zal dat niet snel doen, vanwege het verwijt rechtsongelijkheid.
Vanaf dit schooljaar werkt de toelatingscode en geeft het mavodiploma andere doorstroomrechten dan een havo- of vwo-diploma. De rol daarin van het gemiddeld eindcijfer is niet alleen ongebruikelijk, maar ook onverstandig. De code werkt bovendien als een kartelafspraak. Het afgewezen kind kan onmogelijk op een andere reguliere havo terecht.
Mijn dochter is afgewezen op haar gemiddeld eindcijfer. Met haar 6,4 schoot ze tekort. En het is waar, een gemiddeld eindcijfer zegt iets over toekomstig schoolsucces. Maar niet alles. Andere factoren, zoals steun van thuis, leeftijd, motivatie en kwaliteit van leraren, spelen eveneens mee. Het is niet voor niks dat in het selectieve Amerikaans hoger onderwijs studenten naast hun scores voor gestandaardiseerde toetsen, een sollicitatieprocedure doorlopen waarin ambitie en attitude worden onderzocht. En toen Nederlandse universiteiten aan de poort wilden selecteren met gemiddelde eindcijfers is dat plan gesneuveld. Ook de gewogen loting voor geneeskunde gaat verdwijnen. Simpelweg omdat het niet werkt. Maar op de havo is kennelijk alles anders.
Een vergissing natuurlijk, want door de eenzijdige nadruk op dat gemiddeld eindcijfer is de jongen die een jaar langer kleutert, op de mavo doubleert, in de examenklas drie middagen op de huiswerkklas leert voor de toets, toelaatbaar. Het kind dat op de mavo vier jaar de puberteit verkent, met weinig inspanning een diploma ophaalt en denkt, ja, havo lijkt me wel iets, dient te vertrekken. En echt: de laatste heeft een grotere kans op succes.
Het ergste is, eenmaal afgewezen is kansloos. Schoolleiders ontwikkelen door de toename van prestatieprikkels risico-aversie. Dat is waar de zoon van mijn collega tegenaan loopt. Hij heeft een uitstekend gemiddeld eindcijfer, maar afvallers van anderen, daar is iets mee, niet doen. Dubieuze nieuwkomers staan voor discrepantie tussen schoolexamen en centraal schriftelijk examen, een stijgend aantal zittenblijvers, dalende scores op de kwaliteitskaart en het busje van het inspectie-interventieteam dat de parkeerplaats opdraait. Niet goed onderwijs, maar manipulatie van de instroom is de manier waarop scholen aan prestatie-eisen voldoen.
De toelatingscode van de VO-raad zet de risico-aversie van schoolleiders om in een nationale strategie; eigen leerlingen mogen het proberen op 4-havo, degene die lager scoort dan een 6,8 moet weg en aanmeldingen van buiten komen er niet in.
Daarmee zijn rechtmatige wensen van ouders en leerlingen definitief vernietigd. Maar dat zal de VO-raad een zorg zijn. Voor hen telt één ding: de Kamervragen zijn weg. Daarmee is de zaak politiek afgedaan. Vooral omdat geen school het anders wil. Nederlandse leraren verwerken veel leerlingen en zijn gebaat bij homogene groepen; de aanvullende toelatingseisen kunnen niet streng genoeg zijn. Kortom, dit is het.
De bittere pil is voor de afnemers. Mijn kind is leerplichtig, blijft nooit zitten, haalt een diploma zonder onvoldoendes en haar beloning is verwijdering van school. En natuurlijk, ik ga in beroep, maar loop vast in bureaucratische pesterijen van het niveau; brief kwijt, oh, gevonden, morgen zitting, komt dat uit? Diefstal van energie dus. En ach, het leven gaat door. Mijn dochter reist dagelijks twee uur om in het volwassenenonderwijs havo te doen. Ze is dankbaar voor deze kans en heeft het naar haar zin. De zoon van mijn collega zit in mijn 4-havoklas. Hij maakt dezelfde reis, maar dan de andere kant op. De onderwijselite weet vast waar dit goed voor is. Ik niet.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.