• blad nr 15
  • 6-10-2012
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Kracht en vriendschap

“Of de mentor van Marko mee kan doen aan een groepsgesprek over steun aan het gezin”, zeg ik met de hand op de hoorn tegen collega Jansen. Ik weet even niet meer hoe het heet. Een Kracht en Vriendschap-conferentie, of zoiets. Of: Sterk door Kracht. “Het is maandagmiddag om twee uur, in Aalsmeer. Ze beginnen bij mij omdat ik vorig jaar zijn mentor was en nog steeds een beetje zijn praatpaal. Maar jij bent natuurlijk nu zijn mentor.”
Als Jansen niet toevallig tijdens het telefoongesprek was langsgekomen, had ik beter nagedacht en al geweten wat ik van het verzoek vond. Nu rommelde er van alles door mijn hoofd. Een zeker onvermogen om ‘nee’ te zeggen. De wil iets voor kleine Marko te doen. Twijfel of zulke conferenties daarbij helpen. Twijfel of een docent bij zo’n gesprek hoort. Nieuwsgierigheid. Ergernis dat ik op maandagmiddag onmogelijk én les kan geven én om twee uur in Aalsmeer kan zijn. En dat alles maal twee, want de meeste bezwaren gelden zowel voor collega Jansen als voor mij. Maar misschien kan hij wel op maandag?
Ik kijk op naar Jansen en zie het: de vraag slaat als een tang op een varken. Ik zeg door de hoorn dat we terug zullen bellen. Jansen ziet grauw.
Sommige docenten, de gezegenden, kennen het gevoel niet. Ik wel. Het gevoel dat je lesuur na lesuur met je rug tegen de muur staat. Jansen is ervarener dan ik, een betere docent. Maar zijn strijd is een stuk zwaarder.
“Bobby schreeuwde dat een flikker hem niet moet vertellen wat hij moet doen”, zegt Jansen kalm. “Ik ben niet helemaal in staat om mee te denken over de hulpverlening voor Marko.”
Als ouders en omstanders luchtigjes docenten indelen in goede en slechte docenten hebben ze daar allemaal geen idee van, van de frontsoldaten-kant van de zaak. Van de weken waarin je op vrijdagmiddag al weet dat het weekeinde niet lang genoeg zal duren om weer te leren slapen. En dat overkomt niet per definitie alleen de docenten die VVD-Kamerlid Ton Elias slecht vindt.
Jansen is nuchter, geestig, beheerst. Ik bewonder de dikte en soliditeit van zijn kouwe kleren. Hij heeft zichzelf ook deze keer in de hand weten te houden. Maar de heksenjacht - het incident met Bobby kwam niet uit de lucht vallen - had hem bijna ingehaald. Oude wonden gaan weer open en moeten opnieuw helen, samen met de nieuwe.
Meteen na het telefoongesprek en de mededeling van Jansen moet ik de les in. Het is vrijdag, het laatste uur. Giovanni heeft geen zin in zijn opdracht Duits. Hij blijft ginnegappen. Tussendoor zeurt hij dat hij de opdracht niet begrijpt, terwijl ik weet dat hij die moeiteloos aan kan. Opeens barst ik uit en draag de opdracht keihard voor, zin voor zin. “Praat ik Spaans”, schreeuw ik. “Wat is hier in hemelsnaam moeilijk aan? Niks? Ga dan aan de slag, potdomme!” Eerst verbaasd, dan grijnzend kijkt Giovanni me aan: “Zo! U heeft een slecht humeur! Lucht het een beetje op, juf?”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.