• blad nr 21
  • 1-12-2001
  • auteur M. Zuidweg 
  • Redactioneel

Lesgeven valt zij-instromers tegen 

We kunnen tegen een stootje

Scholengroep Cambium in Zaltbommel verwelkomde dit schooljaar maar liefst zes zij-instromers. Ze zijn enthousiast en brengen een schat aan praktijkervaring mee. Het contact met collega's is goed. Alleen het lesgeven valt behoorlijk tegen. "Het was beter geweest als we van tevoren meer lessen hadden bijgewoond. Dan weet je tenminste wat je kunt verwachten."

Haar leerlingen weten niet dat ze een zij-instromer is. Ilze van Slooten (31) zal het ze ook nooit vertellen. "Ben je gek? Dan melken ze me uit. Dan doen ze niets meer in de klas. Dat was ook het advies van de directie, om er niets over te zeggen." Van Slooten geeft sinds begin oktober drama op het vmbo van Scholengroep Cambium in Zaltbommel. Na de middelbare school twijfelde ze tussen de pabo en de opleiding creatieve therapie, maar het werd het laatste. Ze werkte vier jaar als creatieve therapeut. De afgelopen jaren was ze ook fulltime-moeder en verdiende bij als balletlerares. "Maar het onderwijs bleef altijd kriebelen", zegt ze. Toen ze deze zomer een advertentie zag waarin het Cambium een docent drama vroeg, twijfelde ze geen moment. De combinatie onderwijs en drama vindt ze ideaal.
Van Slooten is een van de in totaal zes zij-instromers die Scholengroep Cambium dit schooljaar heeft binnengehaald. Dat is veel, vergeleken bij andere scholen. "Het onderwijs heeft erg aan de zij-instromers moeten wennen", zegt Chantal Beljaars, coördinator bij Word leraar, een van de twee organisaties die bemiddelen tussen scholen en zij-instromers. "Er zijn er bij die zeggen: 'we willen geen onbevoegden voor de klas'. Maar ten eerste gebeurde dat altijd al en ten tweede krijgen deze mensen gewoon een opleiding." Beljaars signaleert wel dat de houding van scholen tegenover zij-instromers aan het veranderen is. "Ik heb het idee dat het nu echt begint te lopen."
Plaatsvervangend directeur Wim van der Veer van Scholengroep Cambium begrijpt niet dat sommige scholen hun personeelstekort liever wegwerken met tijdelijke krachten. "Als ik een goede collega kan binnenhalen voor tien jaar, dan doe ik dat natuurlijk. Onze school heeft niets aan kortetermijnoplossingen. We zijn een school die flink aan het groeien is. We hebben veel vacatures en ik verwacht dat dat de komende jaren zo blijft." De praktijkervaring van zij-instromers geeft ze een meerwaarde, vindt Van der Veer. Neem William Breukelmans (43), sinds dit schooljaar docent huishoudkunde op het vmbo van Scholengroep Cambium. Breukelmans kan bogen op een lange ervaring in de horeca. Een paar jaar was hij zelfs eigenaar van een restaurant. "Ik ben een echte Bourgondiër. Vind het ook leuk om anderen iets te leren over eten en drinken. En ik merk dat de leerlingen het leuk vinden om onderwijs te krijgen van iemand uit het vak."
Scholengroep Cambium heeft samen met Word leraar een speciaal traject opgezet voor zij-instromers. De bemiddelingsorganisatie selecteerde ruim een dozijn kandidaten voor de school. Zij kregen een korte introductie in Zaltbommel. Directeur en leraren vertelden de nieuwkomers over het docentschap en alle kandidaten konden een dag meelopen met een ervaren leraar. Niet alle kandidaten zijn uiteindelijk in Zaltbommel terechtgekomen. Volgens Van der Veer hoeft dat ook niet. "Er zijn er ook bij die op naburige scholen zijn gaan werken. Of uiteindelijk niet voor het onderwijs hebben gekozen. Prima toch. Wij hebben zes bekwame mensen binnengehaald, dat vind ik een mooie score."

Nuttig
Twee van de zes zij-instromers geven economie. Tanja Beks (30) en Katja de Groot (32) komen uit het bedrijfsleven. Beks studeerde aan de Heao, waarna ze vier jaar werkte als account-manager bij Abn-amro. De Groot studeerde economie aan de universiteit en werkte jarenlang als ict-consultant. De commerciële wereld hing hen al snel de keel uit. "Ik had geen zin om tot m'n 65ste geld te verdienen om de aandeelhouders van mijn baas tevreden te houden", zegt Beks. "Voor mijn gevoel was ik alleen maar bezig met verkopen. Daar heb ik niet voor gestudeerd. Ik vind het heel belangrijk om mezelf nuttig te voelen. En ik zo voel ik me niet als ik alleen maar aan het verkopen ben." Ze werkte nog een tijdje bij een overheidsinstelling, maar daar voelde ze zich ook niet op haar plaats. "Van de vier dagen zat ik twee dagen uit mijn neus te eten. Dat was me iets te relaxed." Ook De Groot vindt het belangrijk dat ze zich nuttig maakt. Ze gelooft dat ze dat als leraar beter kan dan als consultant. "Onze leerlingen zitten in een belangrijke levensfase, ze moeten de stap naar volwassenheid gaan maken. Ik vind het heel nuttig om daar een bijdrage aan te leveren." Dat ze er in inkomen flink op achteruit zijn gegaan, vinden de twee economen geen punt.
Beks en De Groot zijn, net als de andere zij-instromers van Scholengroep Cambium, te spreken over de sfeer op school en het contact met collega's. "Het is heel prettig te weten dat je op je collega's kunt rekenen. Zeker in je begintijd", zegt Beks. Alleen De Groot heeft een keer een docent gesproken die het hoge loon van sommige zij-instromers aan de kaak stelde. Maar dat nam hij haar niet persoonlijk kwalijk. "Ik kan me ook wel voorstellen dat niet iedereen het eerlijk vindt", zegt De Groot.
De steun van collega's trekt de zij-instromers door moeilijke momenten. En die zijn er genoeg, ontdekten Beks en De Groot na een paar dagen in Zaltbommel. Het lesgeven is ze behoorlijk tegengevallen. "Het is zwaarder dan ik had gedacht. De hoeveelheid energie die een les kost, het orde houden. Je moet continue alert zijn, steeds heel snel reageren", zegt De Groot. Scholengroep Cambium, met ruim 1700 leerlingen, heeft behalve een vmbo, ook een havo en een atheneum. Beks wist aanvankelijk niet dat ze op het vmbo terecht zou komen. Daar stond ze dan opeens. "Ik was totaal overrompeld door het type leerling. Ik ben gaan lesgeven omdat ik kennisoverdracht zo zinvol vind. Ik wilde het graag een uur leuk hebben met die kinderen. Maar je moet meteen streng zijn en heel consequent. Dat vond ik erg moeilijk."
Zowel Beks als De Groot zijn gestopt met lesgeven op het vmbo. Ze werken nu alleen nog op de andere locatie van de school, waar de afdeling havo/vwo zit. Ilze van Slooten geeft nog wel les op het vmbo. "Ik had van tevoren al gedacht dat het heel moeilijk zou zijn. En dat heb ik precies goed ingeschat. In mijn les zijn leerlingen erg druk. Ze komen binnen met het idee: 'oh leuk, drama, we gaan lachen'. Voordat ik er wat theorie in krijg, moet er heel wat gebeuren."

Kookles
Het lijkt ook wel wat veelgevraagd om mensen zonder onderwijservaring in te zetten op het vmbo. Maar Annette Swinkels, begeleidster van de zij-instromers op Scholengroep Cambium, ziet het probleem niet. "Juist in het vmbo heeft iemand met ervaring in de praktijk toegevoegde waarde. Want daar geef je de beroepsgerichte vakken."
En niet alle zij-instromers hebben moeite met de vmbo-leerling. Volgens William Breukelmans doen zijn leerlingen enthousiast mee in zijn lessen. Hij vermoedt dat dat te maken heeft met de inhoud van zijn vak. "Huishoudkunde is iets tastbaars. Ik geef vooral kooklessen. Economie is heel droog en deze leerlingen houden niet van theorie, ze moeten het hebben van de praktijk." Daar komt bij dat Breukelmans een klein jaar als invaller voor de klas heeft gestaan in het speciaal onderwijs. "Ik ben wel wat gewend qua leerlingen."
Maar Beks, De Groot en Van Slooten hebben nooit eerder moeilijk lerende kinderen tegenover zich gehad. Ze hadden daarom vooraf graag meer tips willen hebben. "De voorbereiding had wel beter gekund. Ik had meer informatie willen hebben over hoe je met zo'n groep moet omgaan. En ik had graag een les bijgewoond op het vmbo", zegt De Groot. Beks knikt. "Het was beter geweest als we van tevoren meer lessen bijgewoond hadden. Dan weet je tenminste wat je kunt verwachten." Dramadocente Van Slooten probeert alsnog zoveel mogelijk lessen van ervaren leraren bij te wonen. "Als ik een tussenuur heb, dan ga ik bij een ander kijken."
Geen moment hebben ze overwogen om het onderwijs te verlaten. "Ik heb er juist veel plezier in", zegt Van Slooten. Maar De Groot vraagt zich wel af of alle zij-instromers het zullen redden. "Ik was heel vastbesloten om het onderwijs in te gaan. Dus ik zet wel door." Volgens Beks komt de ervaring die ze heeft opgedaan in het bedrijfsleven nu van pas. "We hebben in het bedrijfsleven geleerd om flexibel te zijn. Dat scheelt denk ik. We kunnen tegen een stootje."
Plaatsvervangend rector Wim van der Veer is zich bewust van de startproblemen van de zij-instromers op zijn school. "Wij hebben hier zeker wat van geleerd. Dit is een groep mensen die bewust kiest voor het onderwijs en om de goede redenen, maar het verwachtingspatroon kan scherper worden gesteld. In het bedrijfsleven werken en tot op zekere hoogte je eigen tijd in kunnen delen, is iets heel anders dan achter elkaar zes lessen van vijftig minuten verzorgen. Ik denk dat mensen meer moeten ervaren wat ons vak inhoudt voor ze eraan beginnen."
De school werkt inmiddels samen met Word leraar aan een volgend traject voor een nieuwe lichting zij-instromers. Dat wordt een intensiever traject dan het huidige, verzekert Van der Veer. "We willen de kandidaten de volgende keer beter voorbereiden op de stap die ze gaan zetten."
De lerarenopleidingen zijn verantwoordelijk voor het assessment, een onderzoek om te beoordelen of een kandidaat geschikt is voor het vak. Maar dat loopt nog niet naar behoren. Iemand mag eigenlijk pas als leraar werken als het assessment is afgerond. Maar het assessment van Beks, die nu tweeënhalve maand in dienst is, is nog helemaal niet klaar. Tot ergernis van haarzelf. "Ik wil mijn baas een geschiktheidsverklaring overhandigen. En met dat assessment kan ik ook samen met de opleiding bekijken welke vakken ik kan overslaan. Ik vind het zonde van mijn tijd om van alles dubbel te doen."
De Groot vindt de eerstegraads lerarenopleiding die ze volgt een welkome afleiding. "Het is echt een verademing. Het programma is vol, maar leuk en ik spreek veel andere leraren. Ik leer veel van de opleiding. Juist dat stukje basis dat ik aan het begin mis, dat krijg ik hier." Beks, die een tweedegraads lerarenopleiding volgt, heeft het minder getroffen. "Een blok aan mijn been, die opleiding. Ik weet niet wat ik ermee moet. We hebben alleen nog maar theorie gehad. Soms denk ik: 'man, hou toch op je met je model'. We willen gewoon weten hoe we die klas in de hand moeten houden."

'Ik voel me op mijn plek'
Robert van Drunen (40) geeft sinds september het vak verzorging op de Scholengroep Cambium. Van Drunen heeft vijftien jaar als verpleegkundige in de gezondheidszorg gewerkt. Hij gaf ook voorlichting aan collega's over de omgang met patiënten en over ziektebeelden. Daarnaast begeleidde hij leerling-verpleegkundigen. "Ik heb altijd al grote behoefte om andere mensen iets bij te brengen", zegt hij.
Van Drunen is niet de enige verpleegkundige die overstapt naar het onderwijs. Bij bemiddelingsorganisatie Word leraar staan relatief veel verpleegkundigen ingeschreven, zegt coördinator Chantal Beljaars. Zelf staat ze er niet van te kijken. "Dat zijn mensen die altijd al graag met mensen hebben gewerkt." Maar er speelt meer, verzekert Van Drunen. Hij verliet de zorg uit onvrede over de gang van zaken in de ziekenhuizen: het gebrek aan doorstroommogelijkheden, de personeelstekorten en de geringe aandacht voor de ontplooiing van werknemers. "Het onderwijs is aantrekkelijk voor verpleegkundigen alleen al vanwege het feit dat je er via het zij-instroomtraject nu relatief makkelijk toegang toe hebt."
De directe omgeving van Van Drunen keek op van zijn overstap naar het onderwijs. "Buren en vrienden reageerden verbaasd: 'wat ga je nú doen?' Maar voor mij is de school en de sfeer hier nu al vertrouwd. Ik voel me op mijn plek." Het leraarschap heeft niet de naam een carrièrejob te zijn, maar Van Drunen ziet volop carrièremogelijkheden. "Je kunt altijd nog als decaan gaan werken of je bezighouden met zoiets als remedial teaching. Ik weet niet of dat iets voor mij is hoor, maar het zijn allemaal mogelijkheden." Hij wil zich blijven ontplooien en dan zit hij beter bij het onderwijs, zegt hij. "In die 15 jaar dat ik in de gezondheidszorg heb gewerkt, heb ik hooguit twintig dagen aan cursussen kunnen doen. Sinds tweeënhalve maand werk ik in het onderwijs en heb ik al tien aanbiedingen gehad om deel te nemen aan conferenties en symposia. Zie daar het verschil."

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.