- blad nr 15
- 6-10-2012
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Het jongensprobleem bestaat niet
1. De vervrouwelijking gaat gestaag door
In de jaren tachtig telden de basisscholen nog 40 procent mannen voor de klas. In 2007 was 15,5 procent van de leraren basisonderwijs man, nu is dat nog maar 13,8 van alle groepsleerkrachten. Het aantal scholen waar alleen maar vrouwen voor de klas staan, is de afgelopen vijf jaar flink gegroeid, van 562 naar 820. Soms is er dan nog wel een meneer directeur en een heel enkele man is conciërge, maar zijn alle groepsleerkrachten vrouw.
{grafics}
Het aantal scholen waar alleen juffen voor de klas staan groeit
2007 562
2008 611
2009 617
2010 674
2011 820 +46%
Percentage vrouwelijke groepsleerkrachten groeit gestaag
2007 84,5%
2008 85,1%
2009 85,5%
2010 85,8%
2011 86,2%
2. Vrouwen in onderwijs financieel beter af dan mannen
Verschillende politieke partijen hadden het prominent in hun verkiezingsprogramma staan: meer mannen voor de klas. Dat klinkt mooi, bij CDA, GroenLinks en PvdA, maar de analyse ontbreekt. Waarom kiezen zo weinig jongens voor de lerarenopleiding basisonderwijs? Het antwoord is heel simpel: geld. Economen weten allang waarom werken in het basisonderwijs door jongens onaantrekkelijk wordt gevonden. Buiten het onderwijs verdienen ze namelijk veel beter, terwijl vrouwen juist in het onderwijs gunstiger af zijn. Onderzoek van SEO van de Universiteit van Amsterdam laat zien dat vrouwen in het onderwijs (en de publieke sector) niet gestraft worden voor deeltijdwerken. Hun salaris is bij hetzelfde hbo-opleidingsniveau gemiddeld beter dan dat van vrouwen die deeltijd werken buiten het onderwijs. Voor mannen is het omgekeerd. Met een hbo-diploma op zak betalen bedrijven mannen gemiddeld veel beter, zowel deeltijders als fulltimers. Economen hebben daarom wel eens een fulltime-bonus voor leraren bepleit. Maar wanneer de politieke partijen willen dat er meer mannen voor de klas komen, moeten ze toch echt naar de salarissen gaan kijken.
Wie nog hoop heeft dat de crisis zorgt voor meer mannen op de opleidingen, komt bedrogen uit. In de Verenigde Staten, waar de werkloosheid groter is en de crisis eerder heeft ingezet, zien ze tegen alle verwachtingen in niet meer jongens op de lerarenopleidingen.
{grafic}
Salarisverschil onderwijs ten opzichte van de markt
Vrouwen deeltijd onderwijs betaalt 3% beter
Vrouwen fulltime onderwijs betaalt net zo goed als de markt
Mannen deeltijd onderwijs betaalt 8% slechter
Mannen fulltime onderwijs betaalt 24% slechter
3. Steeds minder jongens halen de pabo
Het aantal jongens dat naar de pabo gaat schommelt al jaren rond de 1.400. Dat is zo’n 15 procent van het totaal. De laatste jaren haalt iets minder dan de helft de eindstreep. Natuurlijk stoppen tijdens de pabo ook meisjes, maar van de meisjes haalt nog steeds ruim 70 procent een papiertje. Zijn er bij het eerste jaar nog vijftien jongens op de honderd pabostudenten, bij de diploma-uitreiking staan er nog maar tien jongens naast negentig meisjes te feesten. De komende jaren zullen daarom nog meer meiden instromen dan voorheen. En dat terwijl jaar in, jaar uit van alles wordt ondernomen om de pabo aantrekkelijker te maken voor jongens, zoals het programma ‘paboys’. Het wil dus gewoon niet lukken. Jongens haken af omdat ze verplichte stages in kleuterklassen niet waarderen en het hoge knutselgehalte ze irriteert. Wil de pabo mannen lokken? Dan moet het programma toch radicaler worden aangepakt.
{grafic}
Steeds minder jongens op de pabo halen de eindstreep
gestart afgestudeerd
2003-2004 1428 2006-2007 839 59%
2004-2005 1460 2007-2008 789 54%
2005-2006 1310 2008-2009 681 52%
2006-2007 1441 2009-2010 705 49%
2007-2008 1209 2010-2011 588 49%
4. Voor de kwaliteit van het onderwijs maakt de feminisering niet uit
Het doet het leuk in de media, maar ‘het jongensprobleem’ bestaat niet. De verjuffing van de school zou slecht zijn voor de tere jongensziel. En soms wordt er verwezen naar het feit dat steeds meer meisjes havo-vwo doen en jongens achterblijven. Maar dat is simpelweg het gevolg van het gegeven dat meisjes hun onderwijsachterstand razendsnel hebben ingelopen. Er zijn geen aanwijzingen dat jongens nu vaker uitvallen dan vroeger. Dat deden ze al en doen ze nog steeds. Onderzoek uit binnen- en buitenland laat zien dat de onderwijskwaliteit niet lijdt onder de verjuffing. Het meeste onderzoek komt uit Nederland en Vlaanderen, omdat daar de vervrouwelijking het hardst gaat*.
{noot}
*)Zie onderzoek van: Marjolein Rietveld van Windesheim Flevoland; Greetje Timmerman en Mineke van Essen van de Rijksuniversiteit Groningen; Jessy Siongers van de Vrije Universiteit Brussel; en Anton Derks en Hans Vermeersch van Vrije Universiteit Brussel.