• blad nr 21
  • 1-12-2001
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

Rapport Nyfer: minstens 6,5 miljard extra voor onderwijs 

Overheid moet investeren ondanks recessie

"De grondwet zegt niet: leerlingen moeten naar school als er toevallig een leraar beschikbaar is. Nee, de grondwet zegt dat leerlingen naar school moeten. Dan mogen ze daar rekenen op goed onderwijs." Eduard Bomhoff liet er bij presentatie van het rapport Voor een dubbeltje op de eerste rang - onderwijs tussen ambities en verwachtingen geen twijfel over bestaan: de overheid investeert te weinig in de kwaliteit. Er moet om te beginnen 6,5 miljard gulden bij. De Nyfer-directeur kreeg tijdens de presentatie veel bijval van collega-economen.

"De ruim zes miljard gulden die Bomhoff voor het onderwijs vraagt zijn zelfs veel te bescheiden", vond Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en voormalig secretaris-generaal Economische Zaken, tijdens de presentatie van het rapport. "Het sluipende rottingsproces in het onderwijs door jaren van bezuinigingen, vraagt om een veel grotere inhaalslag. Anders wordt de kwaliteit van de kennisvoorraad aangetast."
De politiek maakt volgens Van Wijnbergen verkeerde keuzes. "Partijen hebben aan de kiezers nooit gezegd: goed onderwijs is duur. Wat wilt u? Lastenverlichting of goed onderwijs. Ik denk dat mensen voor onderwijs kiezen, maar politici hebben het lef niet om die vraag aan kiezers voor te leggen."
Nederland kan zich volgens het rapport dat het economisch onderzoeksinstituut Nyfer in opdracht van dertien onderwijsorganisaties maakte, investeringen in een belangrijke sector als het onderwijs prima permitteren. De economische positie is goed en de staatsschuld succesvol gesaneerd. 'De macro-economische redenen om uitgaven aan onderwijs of zorg ondergeschikt te maken aan zeer strakke budgettaire spelregels zijn vervallen', constateert het rapport. 'Te lang al is het onderwijsbeleid erop gericht geweest voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten. Straks zitten we met een euro op de laatste rij.'
Wil Nederland qua uitgavenniveau voor basis- en voortgezet onderwijs op hetzelfde niveau komen als de ons omringende landen, dan is een verhoging van 20 procent nodig. Dat komt neer op 6,5 miljard gulden, bovenop de extra middelen die minister Hermans al heeft toegezegd. Nyfer vindt dat een redelijk bedrag, als gekeken wordt welke ambities en verwachtingen overheid en ouders van het onderwijs hebben.
"De directe lijn tussen ambities en geld ontbreekt bij het overheidsbeleid", merkte Walter Dresscher, vice-voorzitter van de AOb, tijdens de presentatie op. Hij nam het rapport in ontvangst namens de dertien besturenorganisaties, vakbonden en organisaties van schoolleiders. "We zien dat bij grootschalige vernieuwingsoperaties waar experimenten wel worden gefinancierd, maar de uiteindelijke invoering opeens budgettair neutraal moet plaatsvinden." Als gevolg daarvan is sprake van een 'collectieve overspanning van de sector', aldus Henk Strietman van de Besturenraad.
Het economenpanel, dat het rapport van Nyfer beoordeelde, onderstreepte voortdurend het belang van investeren in onderwijs ook al is er een recessie. Juist investeringen in basis- en voortgezet onderwijs hebben nut omdat ze de economische groei bevorderen. Maar er is ook een maatschappelijk rendement, omdat een hoger opleidingsniveau leidt tot minder criminaliteit, lagere werkloosheid en minder gezondheidsproblemen. Sweder van Wijnbergen vond dat onderwijsinvesteringen niet afhankelijk mogen zijn van de conjunctuur. "Geld voor onderwijs is langetermijnwerk. Investeringen moet je niet afhankelijk laten zijn van een recessie. Dat is kortetermijndenken." Gezien de winstwaarschuwingen van het Centraal Plan Bureau (CPB) was het opvallend dat Casper van Ewijk, CPB-onderdirecteur, het met Van Wijnbergen mee eens is. De krimp moet volgens hem niet meteen leiden tot het uitstellen van investeringen. "Het rendement daarvan, want dat is er, zal namelijk pas over tien, twintig jaar blijken. De claims voor het onderwijs vind ik sympathiek, maar moeten nog wel met meer argumenten omkleed worden."

Smeerolie
Tijdens de presentatie haalde Nyfer-directeur Bomhoff fel uit naar het Paarse kabinet en minister Zalm van Financiën. Het zuinige beleid leidt wel tot reductie van de staatsschuld, maar heeft maatschappelijk grote gevolgen. "Met de staatsschuld kan je tegenvallers gladstrijken, maar Paars heeft de omvang van de staatsschuld tot uitgangspunt van het beleid gemaakt. Daardoor is er nu geen buffer meer in de quartaire sector. En dus worden er kinderen naar huis gestuurd, staan er patiënten op wachtlijsten en is er geen celruimte voor boeven. De marges op scholen zijn door dat beleid heel krap geworden. Wil het onderwijs goed kunnen functioneren, dan zouden er eigelijk drie tot vier procent meer leraren moeten zijn dan het aantal banen, om wisselingen en ziekte op te vangen. Alle smeerolie, alle buffers zijn weg en dat gaat ten koste van de kinderen."
Als de financiële achterstand van het onderwijs is weggewerkt, vindt Nyfer dat de uitgaven van onderwijs om te beginnen gelijk op moeten lopen met de welvaartsgroei. Als het aantal leerlingen toeneemt, moet er nog meer voor onderwijs uitgetrokken worden. Als de samenleving verwacht dat schoolgebouwen in dezelfde mate luxer worden als huizen en kantoorgebouwen, dan pleit dat ook voor extra uitgaven.
'Een beleid om de reputatieschade te herstellen en het onderwijs weer te positioneren als een aantrekkelijke sector om in te werken, zal een flink aantal jaren moeten worden volgehouden', stelt Nyfer in het rapport.
Maar waar moet het geld dan vandaan komen? Bomhoff en Van Wijnbergen zijn daar duidelijk over: het zal of uit de staatsschuld betaald moeten worden of uit hogere belastingen, danwel het uitblijven van lastenverlaging. Bas Jacobs, econoom aan de Universiteit van Amsterdam, voelde meer voor verschuiving van budgetten. "Er is ruimte om van deelnemers in het hoger onderwijs hogere eigen bijdragen te vragen. Met dat geld kan je dan de financiering van basis- en voortgezet onderwijs verbeteren."
En als die gevraagde 6,5 miljard dan als 'manna uit de hemel komt', heeft Bomhoff ook nog een prioriteitenlijstje. Investeringen in gebouwen, een algemene salarisverhoging en het beter belonen van mensen op achterstandsscholen. Hij verwees daarbij naar het systeem dat in Israël wordt gebruikt. Achterstandsscholen die met hun leerlingen de beste vooruitgang boeken, krijgen daar een bonus voor het hele team. Ook andere economen zien wel wat in dat toernooi-model.
Hoewel zo'n differentiatie van de arbeidsvoorwaarden niet erg populair is bij de onderwijsbonden, gaf AOb vice-voorzitter Walter Dresscher daar toch een beetje ruimte voor. "Je moet er, vanuit solidariteit en rechtvaardigheid, mee oppassen. Maar wat ik de minister verwijt, is een gebrek aan gevoel voor de noodsituatie waarin het onderwijs terechtkomt. Hij erkent dat er wat probleempjes zijn, maar voegt er altijd aan toe dat 'de zaak loopt als een dolle!' De AOb is bereid om waar het de noden aangaat de hand in eigen boezem te steken en na te gaan welke bijdrage wij kunnen leveren."
Bomhoff pleit wel voor 'marktprikkels' om vernieuwingen in het onderwijs te stimuleren, bijvoorbeeld door het uitbesteden van projecten aan ondernemers. Hij voelt echter niets voor het benutten van ouderbijdragen in het basis- en voortgezet onderwijs. "Hermans denkt daar veel te makkelijk over. Als we die kant op gaan, belanden we in de situatie, zoals in Engeland, waar goed onderwijs is voor wie het kan betalen en openbaar, gesubsidieerd onderwijs voor de rest. Zo breng je het principe in gevaar dat iedereen de kans moet hebben om een serieuze start te maken in deze maatschappij. Dan begint onderwijs weer te lijken op de school uit de achttiende eeuw: wie het kon betalen, huurde een huisonderwijzer."


Het Nyfer-rapport Voor een dubbeltje op de eerste rang - onderwijs tussen ambities en verwachtingen is voor AOb-leden tegen kostprijs te bestellen bij de afdeling Ledenservice. Maak ƒ 10,- (niet-leden ƒ 15,-) over op giro 190389 ten name van AOb, Utrecht onder vermelding van 'Nyfer'.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.