- blad nr 14
- 22-9-2012
- auteur J. Muijres
- Kleine column
Langstudeerboete
Toch maak ik me ook zorgen. Als vanouds wordt het onderwijs door politiek Den Haag gebruikt om de begroting kloppend te maken. Vier jaar nullijn voor een aanzienlijk deel van het onderwijspersoneel is onaanvaardbaar en ook op andere gebieden staan onderwijsbudgetten onder druk. Bovendien liet de redactie van het Onderwijsblad in het vorige nummer zien dat er nog heel wat valt te verbeteren aan het (financieel) management in onderwijsland. Wat de AOb betreft maakt de Tweede Kamer daar meteen werk van: scholen dreigen om te vallen, dus we hebben domweg geen tijd om te wachten op een nieuw kabinet. Nederland moet een kennissamenleving worden en blijven, dat innovatie hoog in het vaandel voert en geheel terecht bij de internationale onderwijstop wil horen. En dus moet het huis op orde: investeer in onderwijs en oormerk het geld zodat het leeuwendeel van het belastinggeld daadwerkelijk wordt uitgegeven aan goede leraren in kleine klassen.
En dan moeten er ook nog wat maatregelen van tafel. Aan het begin van de verkiezingscampagne was ik bij het lijsttrekkersdebat dat was georganiseerd door het Utrechts Studenten Corps. Honderden studenten en een verbaasde presentator hoorden CDA-lijsttrekker Van Haersma Buma met veel poeha verkondigen dat zijn partij de langstudeerboete ging afschaffen. Voor wie een-leven-lang-leren predikt is zo’n boete natuurlijk een gedrocht. Het is dus volkomen terecht dat de Kamer zich hier dankzij het CDA in meerderheid tegen uitspreekt. Wat volgde was een even amusant als beschamend debat met staatssecretaris van Onderwijs Zijlstra. Het kwam er op neer dat men niet tot overeenstemming kon komen over de financiële dekking. Het draaide er zelfs op uit dat de langstudeerboete blijft bestaan. Dank u wel, meneer Buma!
Met het probleem van de langstudeerboete mag ik me de komende jaren vaker bemoeien: het hbo is net als de bve-sector een van ‘mijn’ vaste dossiers en voor de toekomst is een chique oplossing van de kwestie cruciaal. Daarnaast ben ik heel benieuwd naar de manier waarop collega’s de menselijke maat weten te vinden in vaak enorme instellingen. Dat geldt natuurlijk voor beide sectoren. De komende maanden zal ik regelmatig ‘op de vloer’ te vinden zijn: werkbezoeken houden en achtergrondgesprekken voeren met collega’s die me ongetwijfeld zullen wijzen op de problemen en hopelijk ook op de schoonheid van het werk dat ze doen. Daar zie ik enorm naar uit.
José Muijres, lid dagelijks bestuur