• blad nr 14
  • 22-9-2012
  • auteur N. van Dam 
  • Redactioneel

 

Bèta-docenten promoveren op didactisch onderzoek

‘De juf is heel erg expert’, zeiden de leerlingen over hun docente die bezig was aan haar proefschrift. Maar ze noemden de lerares biologie ook aardig en tegelijk heel kritisch, erg geïnteresseerd en altijd bereid iets moeilijks nog eens uit te leggen, maar dan op een andere manier.

Dr. Anouke Bakx van de Technische Universiteit Eindhoven en lector van de Fontys Hogeschool, evalueerde het Dudoc-project, waarin bèta-docenten promoveren op didactisch universitair onderzoek. Zij sprak daarvoor niet alleen met de promovendi, promotoren en andere betrokkenen aan de universiteit maar ook met hun collega’s, schoolleiding en hun leerlingen. Haar oordeel luidt dat alleen de betere docenten kiezen voor een promotie: “Zij zijn bijzonder getalenteerd, kunnen goed communiceren en goed organiseren en hebben veel hart voor het onderwijs.” Na afloop zijn ze nog beter, vindt zij: “Niet alleen didactisch, ook beleidsmatig. Een van hen zei nu met andere ogen naar het handelen van de schoolleiding te kijken.” Een andere promovendus verklaarde bewuster te zijn gaan nadenken over de aanpak in de klas en vaker te kiezen voor individuele benadering van de leerlingen. Al relativeerde zij dit ook weer meteen: ‘Dat valt misschien niet helemaal aan het proefschrift toe te schrijven. Het kan ook de gewone ontwikkeling van een beginnende docent zijn.’

Twee banen
Het project werd betaald door het ministerie van OCW en het Platform Bèta Techniek. In 2007 en 2008 begonnen 22 docent-onderzoekers, die voor drie dagen per week vrijgesteld waren van hun lestaak. Zij kregen scholing in onder meer ontwerponderzoek en in academisch schrijven in het Engels. Dit voorjaar zijn er al twee van hen gepromoveerd, later dit jaar en volgend jaar volgen er nog twaalf. Zeven promovendi stopten voortijdig. Bakx: “Een derde uitval is best veel, maar het is ook heel erg zwaar om voortdurend tussen twee banen te moeten schakelen, die soms ook nog op grote afstand van elkaar liggen, zoals de school in Nijmegen en de universiteit in Groningen.”
Toch was de werkdruk volgens Bakx nooit de hoofdreden om te stoppen, hoogstens een bijkomende. “Eerder was het zo dat zij de waarde van het onderzoekswerk gingen relativeren en zich afvroegen wat hun klas hier nu voor voordelen bij had.”
Sommigen lukte het wel, terwijl zij en passant ook nog een kind kregen. Zo iemand is Talitha Visser, docent scheikunde en nlt (natuur, leven en technologie) op het Noordik in Almelo. Zij kreeg twee jaar geleden een dochter en verwacht eind dit jaar haar tweede kind. “Om te voorkomen dat mijn vliezen breken tijdens de promotie is de datum wat naar voren gehaald.” Eind oktober verdedigt zij aan de Universiteit Twente het proefschrift ‘Leren van docenten bij het invoeren en verzorgen van een nlt-module’. In haar school is zij degene die het nieuwe vak nlt heeft ingevoerd en opgezet.
Visser zegt dat zij gaande het onderzoek steeds handiger werd in het organiseren van al haar werk. “Je leert langzaam om jezelf te beschermen en gewoon ‘nee’ te zeggen tegen extra taken. En ik gaf eerst les aan drie soorten klassen havo en vwo, nu nog maar aan twee, doordat ik er een parallelklas bij heb. Wel geef ik nog twee verschillende vakken, nlt en scheikunde, want die afwisseling vind ik een meerwaarde.”

Ontspannen
Visser had nog maar één jaar ervaring als docent voordat zij aan haar promotieonderzoek begon en het is goed gegaan. Maar Bakx zegt na de evaluatie dat vijf jaar ervaring vooraf de kans op succes vergroot. “Beginnende docenten zijn vaak nog zo bezig het vak in de vingers te krijgen. Na een jaar of vijf zijn ze wat meer ontspannen in de klas.”
Visser heeft de smaak van het onderzoek te pakken gekregen. Dit schooljaar blijft ze maar twee dagen lesgeven, de rest van de week werkt ze bij de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen. Haar proefschrift kan zeker bijdragen aan de vernieuwingen van de bètavakken. “En dan niet alleen voor nlt. Eigenlijk zijn alle scholen wel bezig met vakoverstijgend onderwijs. Het model dat ik heb ontwikkeld kun je ook gebruiken voor andere vakoverstijgende modules of projecten.” Bakx: “Alle promotieonderzoeken zijn ontwerpgericht en gaan over vernieuwing van de bètavakken. Het zou zonde zijn bijvoorbeeld al die lessenseries alleen voor de eigen school te houden.”
Dudoc is dit voorjaar als project gestopt. Bakx vindt het jammer dat er geen vervolg is, want als winstpunt ziet ze zeker ook dat aangetoond is dat er meer loopbaanmogelijkheden voor docenten zijn.

Leerlingen leren onderzoeken met de rubric

Ooit droomde Saskia van der Jagt ervan hét medicijn tegen de ouderdomsziekte alzheimer te ontwikkelen. Dat was toen zij medische biologie studeerde. Nu hoopt zij aanstaand voorjaar te promoveren op toepassing van onder meer rubrics, zoals de lijstjes genoemd worden waarmee vwo-leerlingen hun onderzoeksniveau kunnen bepalen en ontwikkelen.

De droom van het alzheimermedicijn verdween rap toen zij ontdekte wat voor leven ze daarvoor zou moeten leiden. “Dat zou betekenen dat ik vijf dagen per week in een laboratorium achter een microscoop zou moeten zitten.” Het onderwijs kwam in haar blikveld doordat zij tijdens een stage bij museum Naturalis in Leiden op de afdeling educatie belandde en merkte dat zij omgang met jongeren plezierig vond, vooral als zij hun iets kon bijbrengen. “Dus toen dacht ik: nog maar een lerarenopleiding er achteraan.”
Zij werkte vier jaar als lerares biologie en onderzoeken en ontwerpen op het Coornhert Gymnasium in Gouda toen zij daarnaast als Dudoc’er begon aan haar onderzoek naar ‘Een vakoverstijgende leerlijn voor leren onderzoeken in de betavakken’. Dit omdat vwo-gediplomeerden aan de universiteit meestal zeer onwennig staan tegenover wetenschappelijk onderzoek en de waarde van begrippen als nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en validiteit niet of nauwelijks kennen. Zowel voor biologie als voor natuurkunde heeft zij daarom onderzoekmodules ontwikkeld, die uitgeprobeerd op leerlingen en weer bijgesteld.

Kwaliteit evalueren
Met behulp van diverse ‘rubrics’ kunnen leerlingen hun eigen niveau en de kwaliteit van hun onderzoek evalueren. Het voorbeeld bij dit artikel is voor haar onderzoek ontwikkeld, maar komt niet in haar proefschrift. Rubrics die daar wel in staan, zijn nu nog geheim tot haar promotie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De verdediging zal waarschijnlijk dit voorjaar plaatsvinden; deze zomervakantie rondde zij haar proefschrift grotendeels af. Met aftrek van haar zwangerschapsverlof (zij kreeg vorig jaar een dochter) is Van der Jagt dan zo’n vier jaar bezig geweest, hoewel ze tijdens haar verlof voor en na de bevalling aan haar onderzoek kalmpjes kon doorwerken. “Gewoon achter een scherm zitten gaat al gauw.”
Het waren drukke jaren waarin ze twee dagen op school werkte en drie dagen op de universiteit. Haar school is zeer behulpzaam geweest. Vorig schooljaar had zij bijvoorbeeld geen lesgebonden taken, wel begeleidde zij leerlingen bij hun profielwerkstuk. Maar de jaren daarvoor was het zoals zij zegt ‘schipperen’. “Je moet vooral jezelf goed kunnen afschermen. Dus op school zeggen dat je niet op een rapportvergadering komt, omdat die op een onderzoeksdag valt. Op de universiteit moet je ook vaak ‘nee’ zeggen, want die overvraagt ook. Er is altijd wel een razend interessante lezing of bijeenkomst. Ik heb er heel wat laten schieten.”
Promoveren houdt namelijk meer in dan alleen je eigen onderzoek doen. Van der Jagt gaf onder meer college in leren onderzoeken op de lerarenopleiding biologie van de VU. En een promovendus moet ook bijdragen leveren aan congressen en wetenschappelijke artikelen schrijven. Het kostte soms een hele ochtend om haar concept minutieus door te nemen met haar begeleider, voordat ze weer aan een volgende versie kon gaan schrijven. “Alles gaat traag in de wetenschappelijk wereld, die traagheid zal ik niet missen.”

Onderzoeksleider
Van afgunst bij collega’s heeft zij niets gemerkt. “Die snapten ook wel dat het hard werken is aan zo’n artikel, als je voor de 97-ste keer commentaar krijgt. Bovendien hadden in ieder geval al mijn bèta-collega’s ook voordelen van mijn onderzoekswerk, want eigenlijk had ik altijd wel iets interessants te vertellen over het vak.”
Dit schooljaar werkt Van der Jagt weer vier dagen op school. Een deel daarvan gaat zij op school het geleerde in praktijk brengen met wat haar rector noemt ‘een wetenschappelijk bureau’. Zij omschrijft het zelf liever als een groepje docenten dat de onderwijsvernieuwingen van de laatste jaren gaat evalueren. “Ik mag daarin een beetje de onderzoeksleider zijn.” En op de VU en op scholen gaat zij nascholing verzorgen over leren onderzoeken en het profielwerkstuk. “Zo komen de resultaten van mijn promotieonderzoek weer bij de onderwijscollega’s terecht.”

Voorbeeld van een rubric
Hoe ver ben je?
Omcirkel het behaalde niveau
1 is gebaseerd op informatiebronnen uit het dagelijks leven Ik zag in Studio Sport een interview met een wielrenner over de invloed van sporten op zijn hartslag.
2 is gebaseerd op één wetenschappelijke bron In de wetenschapsbijlage van de krant las ik dat Jansen in 2008 het verband tussen sporten en hartslagfrequentie heeft onderzocht.
3 is gebaseerd op verschillende wetenschappelijke bronnen Jansen (2008) gaat in op de relatie tussen sporten en hartslagfrequentie. Hij heeft onderzocht dat… Ook Owen (2004) heeft onderzoek gedaan naar dit verband en haar conclusies zijn…
4 is gebaseerd op informatie uit verschillende wetenschappelijke bronnen die verwerkt zijn tot een wetenschappelijke tekst, waarin het centrale onderzoeksonderwerp duidelijk naar voren komt. Wanneer je de conclusies van Jansen vergelijkt met die van Owen blijkt dat uit het ene onderzoek komt dat door sporten de hartslagfrequentie verlaagd wordt en uit het andere onderzoek dat er geen verband is tussen sporten en de verandering van hartslagfrequentie.
5 is gebaseerd op informatie uit verschillende wetenschappelijke bronnen die verwerkt zijn tot een samenhangende tekst, waardoor het onderzoeksonderwerp vanuit verschillende onderzoeksrichtingen bekeken wordt. Uit het onderzoek van Contador (2005) hebben we afgeleid dat de meetapparatuur uit het onderzoek van Jansen en Owen waarschijnlijk niet tot vergelijkbare resultaten leidt.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.