- blad nr 14
- 22-9-2012
- auteur S. Ridder
- hier & daar
In Amerika ging de geldkraan zo open
In Amerika, maar ook in Italië, Engeland en veel Scandinavische landen is ‘samen naar school’ heel gewoon. Silvie: “Kinderen met een fysieke of verstandelijke handicap, adhd’ers, blinde of dove kinderen, hoogbegaafden of kinderen met wat voor beperking of talent dan ook - ze zitten allemaal bij elkaar in de klas, samen met de ‘gewone’ kinderen. Naast zo’n regular class zijn er ook een special classes met leerkrachten voor speciaal onderwijs. Daniël volgde een deel van zijn lessen in zo’n special class, maar hij bleef wel in hetzelfde gebouw.”
Silvie vindt het een gemiste kans dat in Nederland de werelden van gewone kinderen en zorgintensieve kinderen van elkaar gescheiden zijn. “Het is voor alle kinderen heel waardevol om met elkaar onderwijs te volgen. Behalve dat het leermateriaal op meer verschillende manieren wordt aangeboden, is het ook heel goed voor de tolerantie. Het bijzondere wordt gewoon. En hoewel Amerika een ander imago heeft, is er dus juist veel tolerantie ten aanzien van mensen met een beperking. Ik hoop dat we daar in Nederland ook naartoe kunnen.”
Zelfstandig
Een ander groot verschil met Nederland is, zo zegt Silvie, dat de klassen kleiner zijn. “Dat is natuurlijk ook een item in Nederland. En terecht, het maakt voor een docent nogal wat uit of je twintig of dertig kinderen in je klas hebt. Daarbij liepen er in onze Amerikaanse school continu specialisten en assistenten in en uit de klas om de leerkracht te ondersteunen. Dat gebeurt zo natuurlijk dat het helemaal niet storend is. In de klas van onze oudste zaten bijvoorbeeld veel Spaanstalige kinderen, dus daar werd regelmatig een tolk ingevlogen. Voor Daniël was mr. Kidd er, maar hij was er ook voor andere kinderen. Omdat er zoveel assistenten zijn voor verschillende kinderen, krijgen leerlingen geen uitzonderingspositie. Dat is waar men in Nederland zo bang voor is en wat dus niet per se hoeft. Niet voor niets noemen ze zo iemand the shadow. Zo onzichtbaar mogelijk proberen ze zichzelf overbodig te maken opdat het kind zelf zo zelfstandig mogelijk wordt.”
Door het werk van haar man Harro woonde Silvie zes jaar in Amerika. Ze beseft dat ze in die jaren gevormd is door de Amerikaanse schoolcultuur. “In Amerika leeft veel meer het idee dat je eruit moet halen wat erin zit. Kun je het? Dan moet je het ook waarmaken. Er zijn hoge verwachtingen van ieder kind, ook van kinderen met een beperking. Ieder kind wordt opgeleid met de gedachte dat het straks ook iets terug moet geven aan de samenleving. Dat giving back to the community vind ik een aantrekkelijke gedachte. Het maakt dat ieder kind, ieder mens voor vol wordt aangezien en er gewoon bij hoort.”
Daniël heeft een goede start gemaakt in Amerika en daar is Silvie dankbaar voor. “We plukken nu de vruchten van het Amerikaanse veeleisende schoolsysteem. Natuurlijk blijft Daniël een kind dat met zijn gedrag makkelijker buiten de lijnen kleurt dan een ander kind, maar door de drill weet hij goed hoe hij zich hoort te gedragen in een groep. De juffen hier zeggen dat ook. Gelukkig, want ik weet dat er nog genoeg momenten zullen komen dat ze hun handen vol aan hem zullen hebben. Ook qua leerprestaties is er in Amerika hard met hem gewerkt. De ambulant begeleider hier zei dat Daniël op hoog niveau functioneert. Opvallend, want in Amerika was hij een gemiddeld Down-kind.”
Kastje naar de muur
Terug in Nederland valt de bureaucratische rompslomp Silvie erg zwaar. “In Amerika was het heel eenvoudig. In het child center werd Daniël één keer getest, hij kreeg het label ‘cognitieve beperking’ en op basis van dat label ging de geldkraan open. De school kreeg voldoende middelen om alles te regelen, van logopedie tot fysiotherapie en van onderwijskundige ondersteuning tot een leesspecialist. In Nederland heb ik bij wijze van spreken een dagtaak aan het invullen van formulieren voor CIZ, awbz, LGF, het PGB en wat al niet meer. En het lijkt alsof er voor ieder formulier weer een nieuw medisch onderzoek nodig is en met een beetje pech krijgen we vanuit iedere regeling een stukje zorg van een andere specialist. Terwijl Daniël gebaat is bij vaste gezichten. En welk kind niet? Begrijp me niet verkeerd. We zijn warm ontvangen door de montessorischool hier in Breda, en de ambulant begeleider is heel deskundig en enthousiast, maar ik word door alle instanties van het kastje naar de muur gestuurd. Niemand voelt zich verantwoordelijk. Gelukkig heeft Daniël er zelf weinig last van. Hij stapt hier net zo blij bij mij achter op de Nederlandse aanhangfiets als in Amerika in de gele schoolbus.”
{NOOT}
Meer lezen over het schoolleven van Daniël en Silvie? Ga naar www.warmerschrijven.com voor haar columns en het boek 'Blonde haren onder een cowboyhoed', dat Silvie schreef over hun leven in Amerika.