- blad nr 12
- 23-6-2012
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Bestuurder Ton Rolvink neemt afscheid
Principes zijn principes
Eigenlijk heeft hij niet veel zin om over zijn vertrek te praten. Dan is het zo definitief en hij is niet goed in afscheid nemen, zal vertrekkend vicevoorzitter en penningmeester Ton Rolvink later in het gesprek zeggen. “Het werk gaat voorlopig ook gewoon door”, merkt hij op, terwijl hij de forse stapels papier op zijn bureau voor het gesprek opzijschuift. Rolvink is sinds zijn prille start in het onderwijs tot nu, op zijn 64de, actief voor de AOb en zijn voorlopers.
AOb-voorzitter Walter Dresscher typeert hem als “een man uit één stuk, betrouwbaar en deskundig. Met een grote betrokkenheid bij de menselijke kant van de zaak. Hij heeft belangrijke bijdragen geleverd aan het financieel beheer, het arbeidsvoorwaardenbeleid en de pensioenen. En niet te vergeten: als gangmaker bij feesten en partijen.”
Hein van Asseldonk, cao-onderhandelaar van werkgeverszijde tussen 2006 en 2008 en momenteel vicevoorzitter college van bestuur bij Lucas Onderwijs in Den Haag: “Ik ervaar Ton als gedreven, maar ook geslepen. Bevlogen, maar ook nuchter en vriendelijk, en tegelijkertijd een vasthoudend onderhandelaar. Daarbij speelt hij heel bekwaam dat hij niet in staat is zich in de positie van zijn opponent te begeven: die moet zijn eigen boontjes maar doppen en heeft als voornaamste taak bijdragen aan de trofee waarmee Ton terug naar huis kan. Snoeihard waren soms de confrontaties aan de onderhandelingstafel. Maar dan kostte het Ton geen enkele moeite om binnen vijf minuten na het overleg op vriendschappelijke toon de persoonlijke omstandigheden die daartoe aanleiding gaven met je te bespreken.”
Rolvink merkt droog op: “In die typeringen herken ik me wel.”
Basketbal
Zegt de datum 8 februari 1992 je iets? Verbaasde, peinzende blik, stilte. Oerwoudgeluiden... “Oh wacht, ik was de eerste scheidsrechter in Nederland die een wedstrijd (in de eredivisie basketbal red.) stillegde wegens oerwoudgeluiden vanaf de tribune. Zowel de bond als ik persoonlijk zijn en waren tegen discriminatie, dan moet je oprecht blijven. Principes zijn principes en die moet je nooit verloochenen.”
Op dat moment werkte je al bij de bond. Wanneer ben je in het onderwijs begonnen?
“In het laatste jaar van de pedagogische academie in Utrecht vroeg een van mijn docenten of ik al een baan had. Toen kon ik via zijn zwager in september 1971 beginnen op de lagere technische school (lts) in Tiel als docent algemeen vormende vakken, Nederlands, aardrijkskunde, geschiedenis. Een jaar later ben ik lid geworden van de Abop, een van de voorlopers van de AOb. Ik zat onder meer in de Bondsraad, was secretaris van het lbo-bestuur, voorzitter van de vakgroep Avo, bestuurslid van de afdeling Tiel en onbezoldigd lid van het hoofdbestuur.”
In 1989 stelde je je kandidaat als ‘bezoldigd bestuurder’. Was dat een spannend moment aangezien je een half jaar eerder ook verkiesbaar was en niet gekozen werd?
“Spannend was het niet echt, mijn leven hing er niet van af. Als arbeidsvoorwaardenonderhandelaar was ik al drie, vier dagen vrijgemaakt van werk op school. Ik kon bijna natuurlijk doorschuiven, aangezien de bestuurder op dit terrein vertrok. Bovendien kon ik altijd terug naar school, waar mensen me richting directie probeerden te krijgen. Ik was op mijn top als basketbalscheidsrechter en de drang om internationaal te gaan fluiten was er. Wel heb ik er even over nagedacht omdat ik het contact met de kinderen op school altijd prachtig vond. Later heb ik dat gemist als er veel gedoe en gezeur was tijdens onderhandelingen.”
Je zei destijds ‘meer een compromiszoeker te zijn dan iemand die voor zijn eigen toko gaat’. Typeert dat jou?
“Ik streef naar het hoogst haalbare, maar nooit ten koste van alles. Dan krijg je een pyrrusoverwinning, die je op termijn moet terugbetalen. Daarom ben ik altijd voor het compromis gegaan, want je moet weer met elkaar verder. Het moeilijkste van onderhandelen is jezelf ervan te overtuigen dat je alle groepen zo goed mogelijk bediend hebt. De laatste jaren merk je dat mensen vooral bezig zijn met wat er voor hen in zit. Toen we iets extra’s voor het ondersteunend personeel deden, kreeg ik te horen: Waarom niet voor iedereen.”
En, waarom wilde je juist voor het oop iets meer doen?
“Misschien komt het doordat ik zelf uit een arbeidersgezin kom. Mijn moeder was schoonmaker op een school in Utrecht. Ik zag de onevenwichtigheid in de werkzaamheden en de vergoeding die ertegenover stond.
Soms bedachten we ook trucs, bijvoorbeeld om de klassenassistenten van schaal 3 naar 4 te krijgen. In het overleg met ambtenaren kregen we het niet voor elkaar, ze zouden toch alleen maar luiers verschonen. We zijn naar toenmalig minister Jo Ritzen gegaan met de boodschap dat hij wel eens wat terug mocht doen voor de zoveelste cao die we afsloten. Hij heeft toen zijn ambtenaren opdracht gegeven te zorgen dat schaal 4 er kwam.”
In het overlegcircuit is volgens medebestuurslid Martin Knoop een gevleugelde uitspraak: ‘Ton moet het snappen’.
“Sommige onderhandelaars komen met allerlei ingewikkelde formules om geld te verdelen. ‘Stoppen, Ton moet het snappen’, roep ik in dat geval, want dan snappen heel veel mensen het. Ik wil iets goed begrijpen, anders doe ik het niet.”
Knoop zei ook dat je degelijk financieel beleid hebt gevoerd als penningmeester van de AOb. Wat voor bond laat je achter in vergelijking met 1989?
“Een financieel kerngezonde AOb. Een bond die jongeren aanspreekt. En een bond met een gezicht dat zegt: We laten niet alles toe. Een keer gaat u over de schreef en dat pikken we niet. Passend onderwijs is daarvan een voorbeeld.”
Wat is je wens voor de AOb voor de toekomst?
“Dat de organisatiegraad verder toeneemt. Vaak hoor je van jongeren: Waarom zou ik lid worden, alles is toch al geregeld? Door verslechteringen is de voedingsbodem er om hen te overtuigen lid te worden. Zorg dat je op de werkvloer aanspreekbaar en zichtbaar bent, daar ligt de kracht van de organisatie.”
Vanaf september stop je met werken, wat zijn je toekomstplannen?
“Tegen die tijd ga ik op mijn gemak keuzes maken, maar ik ga echt niet achter de geraniums zitten. Bestuurswerk blijf ik wel doen. Bij de wielerprofronde van Tiel, en ik blijf actief in het basketbal. Misschien ga ik overdag jeugdtrainingen doen.” Na een kort stilte grinnikend: “En ik ga mijn vier kleinkinderen pesten.”