• blad nr 12
  • 23-6-2012
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Bollebozen op het vwo 

Het beste uit de besten halen

De slimste leerlingen van Nederland presteren minder goed dan de slimsten in andere landen. Reden voor het ministerie extra geld uit te trekken voor maatwerk aan de top. Wat doen scholen al? Kan het gemiddelde eindexamencijfer aan de top echt omhoog? “We zitten al op een 7,9.”

Tekst Andrea Holwerda

Ingedikte, prikkelende lessen waar leerlingen bijvoorbeeld zelf de grammaticaregel in de tekst moeten ontdekken. Vakoverstijgende projecten in samenwerking met onder andere het museum. Plusprojecten waarvoor leerlingen zelf het onderwerp bedenken. Masterclasses (van nanotechnologie tot het ontwikkelen van een eigen 3D-product), extra vakken als Cambridge Engels en wiskunde D en alvast colleges volgen op de universiteit.
Dit wordt allemaal aangeboden om de 130 plusleerlingen op de locatie Van der Waalslaan van het Bonhoeffer College in Enschede zoveel mogelijk uit te dagen. De school begon ruim zes jaar geleden met het samenstellen van een programma op maat voor meer- en hoogbegaafde leerlingen. “We zagen in de brugklas steeds vaker leerlingen waarvoor het vwo eigenlijk te makkelijk was. Die we meer wilden bieden”, vertelt docent en brugklasmentor Marcel van Adrichem. “Om te voorkomen dat ze zich gaan vervelen. Gaan onderpresteren. Met tegenzin naar school gaan”, vullen docenten en pluscoördinatoren Stéphanie Metz en Rita de Jong aan.
En dus werd er een plusklas in het leven geroepen, een groep docenten getraind in het anders en compacter aanbieden van de stof en het begeleiden van deze leerlingen, en werd er gewerkt aan het samenstellen van een uitdagend lesprogramma. Dankzij die inzet mag de school zich al vanaf 2006 een begaafdheidsprofielschool noemen.
Toch was er tot voor kort het gevoel dat er nog iets ontbrak in het plusprogramma, stelt Van Adrichem. “Iets technisch maar met een duidelijke link naar de maatschappij.” En dus werd er onlangs in samenwerking met de universiteit en Stichting Leerplanontwikkeling een heel nieuw onderbouwvak ontwikkeld: life & science.
In drie jaar leren leerlingen ontwerpen, onderzoeken, oordelen en samenwerken. “Er moet bijvoorbeeld met lego een robot worden gebouwd die nuttig kan zijn in het dagelijks leven. Onderzocht of sensoren de trillingen bij parkinsonpatiënten kunnen verminderen.” Ook wordt er nagedacht over de gevaren van techniek: wie is verantwoordelijk als een robot tijdens het opereren op hol slaat?
De lessen worden, met ondersteuning van Van Adrichem, gegeven door masterstudenten van de universiteit. “En de bedoeling is dat de leerlingen dan na drie jaar goed voorbereid zijn op het maken van een profielwerkstuk en op de universiteit.”

Motivatie
De komende tijd moeten meer scholen het voorbeeld van het Bonhoeffer College volgen. In het bestuursakkoord dat de minister eind vorig jaar met de VO-raad sloot is het bieden van passend onderwijs aan begaafde leerlingen namelijk een van de speerpunten. Dit naar aanleiding van internationale onderzoeken als Pisa waaruit blijkt dat Nederland het goed doet dankzij de prestaties van de zwakkere en gemiddelde leerlingen. Terwijl de besten van Nederland het juist minder goed doen dan de besten in andere landen.
Om scholen te ondersteunen ook het maximale uit de slimsten te halen, uit de (in potentie) 20 procent beste vwo-leerlingen, wordt daarvoor de komende vier jaar extra geld uitgetrokken. Te beginnen met 8 miljoen, 66 euro per 4, 5 en 6 vwo-leerling dit jaar.
Doel is dat meer scholen maatwerk gaan bieden en leerlingen extra uitdagen door ze te stimuleren in meer vakken examen te doen. Doel is ook dat door de extra motivatie het gemiddelde eindexamencijfer van de 20 procent best presterende vwo-leerlingen van iedere school met 0,2 punt stijgt. En dat er uiteindelijk in 2015 meer scholen zijn met een uitgesproken profiel gericht op excellentie: van begaafdheidsprofielscholen (nu 30 waarvan 10 aspirant), technasia (nu 75) tot scholen met tweetalig onderwijs (nu 107 tweetalige vwo-afdelingen).
“Eindelijk”, zegt Dick van Hennik, oud-rector van scholengemeenschap Dalton Voorbrug en voorzitter van de Vereniging Begaafdheidsprofielscholen, over de aandacht voor de top. “Het zou heel goed zijn als meer scholen, meer docenten deze groep leerlingen weten uit te dagen.”

Triggeren
Uit een rondgang blijkt dat veel scholen al wel oog hebben voor leerlingen die meer kunnen. Zij proberen verveling te voorkomen door lessen in te dikken en verrijkingsopdrachten aan te bieden.
Veel scholen stellen dat na jaren vooral aandacht voor de zwakkere leerlingen er wel eens wat meer aandacht mag zijn voor de sterke leerlingen – zonder de zwakkere te vergeten. Dat presteren mag, normaler wordt. En, zeggen ze stuk voor stuk, met dit extra geld wordt het iets makkelijker om er (meer) op in te zetten, ga je nog eens kritisch kijken naar wat je al doet en wat je nog meer kunt doen.
“We willen een aantal dingen gaan versterken”, vertelt rector Louise Beernink van het Gymnasium Apeldoorn. “We hebben de top in huis, maar dat maakt het niet gemakkelijker. Vaak wordt dat wel gedacht, maar bij ons zit juist veel verschil tussen de leerlingen: we hebben havo-leerlingen die er keihard voor moeten werken, maar ook zeer begaafde leerlingen die juist meer uitdaging nodig hebben. We hebben al veel geïnvesteerd in het goed differentiëren in de les, maar willen die top toch nog meer uit de comfortzone halen, triggeren zodat ze niet achterover gaan leunen en een zesje halen. We denken daarom over het invoeren van een plusklas.”
Het zal moeilijk worden de beste leerlingen ook betere eindexamencijfers te laten behalen, stelt Beernink. “We zitten al op een 7,9.” Dat er steeds meer decentraal geselecteerd wordt, werkt ook niet mee. “Leerlingen die moeten loten gaan keihard voor die 8, hoeven ze dat niet, dan is dat natuurlijk minder belangrijk. Maar we willen dat ze hoe dan ook het onderste uit de kan halen, daar blijven we aan werken.”
Zo wordt er onder andere gekeken naar meer samenwerken met universiteiten. Beernink: “Een extra drempel daarbij is dat er geen universiteit bij ons in de buurt zit. Maar ik denk bijvoorbeeld na over mogelijkheden als het volgen van lessen via skype.”

Verengelsing
“De extra middelen geven ons wat meer lucht”, stelt directeur Huub Hansen van het Sint-Janscollege in Hoensbroek. “We willen het tweetalig onderwijs ook in de bovenbouw doorvoeren, zodat de leerlingen een goede basis hebben als ze straks naar de universiteit gaan. Hiervoor moet met de bovenbouwsecties een lesprogramma worden samengesteld en docenten moeten worden getraind in het geven van hun vak in het Engels. Het is niet alleen een verengelsing. Ik was al flink aan het rekenen hoe dit met de formatie te doen.”
Ook het differentiëren in de les heeft zijn aandacht. “Het is ontzettend moeilijk om je vak te geven aan leerlingen die al vier hoofdstukken verder zijn, terwijl je ook oog houdt voor de zwakkere leerling. We gaan er aan werken hier beter in te worden. Met training, intervisie. We hebben bij de top te lang gedacht: die komen er wel. Terwijl je leerlingen die voor een 9 of 10 gaan net zo goed aandacht moet geven als leerlingen die met moeite een 5,5 halen.”
Daarnaast is het ook de bedoeling wat geld te gebruiken om leerlingen die extra vakken willen volgen iets meer ondersteuning te bieden. “Als een leerling nu zegt: Ik wil twee, drie extra vakken volgen, dan schrik je. Dat is roostertechnisch niet te doen. Dan moet het veelal zelfstandig en doet dus maar een beperkt aantal leerlingen dit. Terwijl we denken dat meer leerlingen het kunnen als er gewoon een aantal lessen zijn om ze op weg te helpen, advies te geven. Dat doen sommige docenten al vrijwillig, maar we kunnen ze daar dan een paar uur voor gaan geven.”

De boel opschudden
De Hoogeveense regionale scholengemeenschap Wolfsbos wil de komende tijd de boel wat ‘opschudden’. “Nog eens kritisch kijken naar de ingedikte lesstof”, zegt sectordirecteur onderwijs Marcel Verheijen. “Nieuwe docenten de mogelijkheid geven daar ook een training voor te volgen.”
Daarnaast zet Wolfsbos ook in op het uitwisselen van kennis en ervaring met andere scholen. “Wij hebben inmiddels redelijk wat ervaring opgedaan in het compact maken van de lesstof en zouden graag van andere scholen horen hoe zij de echte onderpresteerders herkennen.”
Verder blijven ze talent uit groep 8 alvast uitdagen met masterclasses en wordt er nagedacht over het imago van de topleerlingen, stelt Verheijen. “We willen het normaler maken binnen de school. Onder andere door te gaan werken met testimonials bij het examen over wat een leerling er allemaal bij heeft gedaan. Van extra vakken tot lid zijn van de leerlingenraad.”
Ook het Insula College in Dordrecht wil de (hoog)begaafde leerlingen echt een plek geven binnen de school. Locatiedirecteur Marien Smits: “Van ze de mogelijkheid bieden een uitdagend pakket met extra vakken te kiezen, tot ze aanmoedigen bijvoorbeeld eens een aantal dagen mee te draaien op de universiteit. Zowel mentoren als docenten zetten zich in de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden. Ze te motiveren al hun talenten te gebruiken en goed te presteren. We werken kortom in de richting van een begaafheidsprofielschool en daarbij komt de extra steun natuurlijk van pas.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.