• blad nr 12
  • 23-6-2012
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

Betrokkenheid in het voortgezet onderwijs 

Ouders steunen elkaar als collega’s

Het is volgens ouderorganisatie Lobo hét middel om de ouderbetrokkenheid in het voortgezet onderwijs te verhogen: ouders met elkaar laten praten over de vragen die ze over de school van hun kinderen hebben. Op zes scholen draait het mentorproject Ouders voor Ouders. “Met alle nieuwe inzichten voelen ouders zich zelfverzekerder naar hun kind.”

Tekst Mandy Pijl

Op middelbare scholen is er vaak weinig verbinding tussen de ouders. Dat zegt Anneke van Dijk, beleidsmedewerker van ouderorganisatie Lobo. “Na de basisschool komen kinderen meer op afstand van hun ouders te staan. De school staat ver weg en veel kinderen dulden de bemoeienis van hun ouders met school steeds minder.” Het gevolg: ouders zijn minder betrokken bij de school van hun kind en hebben onderling nauwelijks contact.
En dat moet volgens Lobo anders. “Als ouders meer bij school betrokken zijn, dan schieten de kinderen daar wat mee op. Het komt hun welbevinden en prestaties ten goede. Veel ouders zijn zich daarvan bewust en worstelen daarmee, zonder dat ze dat van elkaar weten. Door nieuwe ouders te koppelen aan ouders van kinderen uit het derde jaar van dezelfde school, mentorouders, kunnen ze ideeën uitwisselen over hoe ze hun kinderen kunnen bijstaan.”
Op zo’n zes scholen met elk een wisselend aantal deelnemers – van één ouderkoppel tot zo’n tien – komen ouders eens in de zes weken bij elkaar om te praten over alles wat hen bezighoudt dat met school te maken heeft. “Van: Hoe ga ik om met een schoolfeest dat buiten school wordt gehouden, tot: Ga ik naar tafeltjesavond als het goed gaat met mijn kind?”
Het zijn vragen die ouders makkelijker aan andere ouders voorleggen dan aan een mentor of leerkracht. “Ouders zijn meer collega’s van elkaar. Ze zitten met dezelfde vragen, herkennen die van elkaar, terwijl een mentor met andere taken belast is. Soms zijn ouders ook bang dat als ze bepaalde zaken op school bespreken, dat dat negatieve gevolgen heeft voor hun kinderen.”
Ouders voor Ouders ging dit schooljaar van start. “We hoopten dat het de leerprestaties van kinderen ten goede zou komen, maar daar kunnen we na zo’n korte periode helemaal niks over zeggen. Ik weet wel dat ouders het als positief ervaren. De te begeleiden ouders zijn beter geïnformeerd en voelen zich met alle tips en nieuwe inzichten zelfverzekerder naar hun kind. En de mentorouders noemen het een verrijking van hun persoonlijke ontwikkeling”, zegt Van Dijk. “Er wordt een beroep op hun sociale vaardigheden gedaan en het is prettig als dat een succeservaring is.”
Dankzij een bijdrage van het Oranjefonds en het VSB Fonds kon Lobo mentorouders op de betreffende scholen trainen in onder meer gespreksvaardigheden. Aan die financiering, en daardoor de mogelijkheid om Lobo die trainingen kosteloos te laten verzorgen, komt na dit schooljaar een einde. Scholen die ouderbetrokkenheid op deze manier vorm willen geven, kunnen voor informatie nog wel bij Lobo terecht.

{noot}
Meer informatie op www.lobo.nl/oudersvoorouders

{portret 1, met foto twee blonde dames}
Sfeer en cultuur

Op de praktijkschool ‘t Genseler in Hengelo, de middelbare school van hun dochters, ontmoeten Hatice Korucu (rechts) en mentorouder Brigit Weber (links) elkaar.

Brigit: “Op een speeddate zijn Hatice en ik aan elkaar gekoppeld. Het klikte meteen, wat onze gesprekken ten goede kwam. Allebei hadden we direct het gevoel dat we vrij en veilig konden praten. In het begin hadden we het veel over school. Over het systeem, de structuur, het huisbezoek door de mentor. Wat wil hij weten? Waar let hij op? Natuurlijk had Hatice die vragen ook aan de mentor kunnen stellen, maar sommige vragen stel je nou eenmaal makkelijker aan een andere ouder. Door onze gesprekken ben ik me er extra van bewust hoe verloren je op een nieuwe school kunt voelen en hoe fijn het is als je daar met iemand over kunt praten. Doordat we altijd op school afspreken en ik daar dan een ruimte voor moet regelen, ben ik zelf intussen nog meer betrokken geraakt bij school en proef ik de sfeer en cultuur waar mijn dochter dagelijks mee te maken heeft.”
Hatice: “De overgang van mijn dochter Irem naar de basisschool vond ik net zo spannend als zij. Ze kwam in een nieuwe klas waar ze niemand kende, op een school waar ze volwassen gaat worden. Ik snap dan ook niet dat de betrokkenheid van veel ouders na de basisschool stopt. Juist dit is een belangrijke leeftijd om te weten wat je kinderen doen. Als ik zie dat sommige kinderen roken, hoor dat ze drinken, dan hou ik mijn hart vast. Ook daar praten Brigit en ik over. Ik vind het een hele geruststelling om van haar te horen dat haar dochter inmiddels zo zelfstandig is dat ze op stage kan. Dat helpt me om te zien dat ook Irem verandert. Op de basisschool was ze een dromerig kind. Nu is ze een tiener zoals elke tiener, en dat zeg ik haar ook. Van die complimentjes groeit ze.”

{portret 2, met foto grijze dame en dikke dame}
Tafeltjesavond

Thuis bij mentorouder Alda van Rooyen (links) vraagt Susanne Bernadina (rechts) hoe zij denkt over het reilen en zeilen op het Aloysius College in Den Haag.

Alda: “Kinderen vinden het vaak prima dat hun ouders nauwelijks contact hebben met school, maar ik weet dat het sommige ouders benauwt. Ze willen weten op welke school hun kinderen zitten, de sfeer proeven en daarover met andere ouders praten. Ik vind dat de school dan ook een belangrijke meerwaarde biedt met dit project, ook al hadden maar weinig brugklasouders belangstelling om eraan mee te doen. Je kind kan het wel niet nodig vinden dat je naar tafeltjesavond gaat omdat er geen problemen zijn. Maar hoe denken andere ouders daar eigenlijk over? Wat tafeltjesavond betreft: ik vind dat je altijd moet gaan, en ook daar hebben Susanne en ik het over gehad. Om uit de sfeer van school te zijn en ongedwongen te kunnen praten, doen we dat bij mij thuis en niet op school. Persoonlijk, maar wel professioneel. Ik zorg ervoor dat mijn kinderen nooit zomaar binnenlopen.”
Susanne: “Ik hou van het contact met mensen. Ook daarom was ik op de basisschool actief in de ouderraad, hielp met sinterklaas, kerst en Pasen. Mijn dochter Shakeyna genoot daarvan. Trots was ze als ik hielp, dat kon ik echt aan haar merken. Achteraf denk ik dat ze ook daardoor met plezier naar school ging. De overstap naar de middelbare school vond ik teleurstellend. Het rapport wordt hier zomaar meegegeven en alleen als er problemen zijn krijg je de mentor te spreken. Van Alda weet ik dat dat niet anders is, dat het gewoon zo gaat, en het is fijn dat van een andere ouder te horen. Vaak hebben we het ook over hoe het met Shakeyna gaat, dat ze soms met een grote mond thuiskomt en na school de stad in gaat. Alda leert me dat het belangrijk is om veel met Shakeyna te praten, en om dat te doen als een vriendin, niet als moeder. Ik merk inderdaad dat dat werkt, dat ze losser wordt. De angst dat ik boos word, heeft ze niet meer.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.