• blad nr 12
  • 23-6-2012
  • auteur W. de Lange, de 
  • Column

 

Kees

Hij heeft een ouderwetse naam, zware dyslexie en iets dat lijkt op autisme. Kees werkt hard. Hij leidt niet af en wordt niet afgeleid. Kees praat nooit. “Ja, juf”, fluistert hij, als ik op de klassenlijst bij ‘Kees’ ben gekomen en meer kom ik in de vijftig minuten daarna van Kees niet meer te weten.
Van zijn klasgenoten des te meer, want het is geen makkelijke klas waar hij in zit. Het is een klas met veel lawaaierige leerlingen en een paar dwaallichten die zich bijna nooit weten te concentreren. Er wordt gescholden; er wordt gepest; onderliggende jongens doen storend stoer om iets hoger in de pikorde te komen; bovenliggende jongens trappen en vitten naar beneden. Sommigen zijn altijd tekortgedaan, woedend als zij terecht worden gewezen, nijdig als een ander een compliment krijgt, opgewonden als er wat te klikken valt.
Kees bleef lange tijd buiten schot. Maar de laatste twee maanden werd er steeds vaker ook naar hem uitgehaald. “O, en hij hoeft zeker géén spreekbeurt te houden, hè? Waarom worden sommige kinderen hier altijd voorgetrokken”, begon Joao op een zekere dag te sarren. Kees boog zich rood aangelopen diep over zijn tafeltje.
“Kees heeft me geduwd, juf! En daar doen jullie niks aan, natuurlijk! Ik ging voor hem staan en vroeg waarom hij nooit iets zei. Hij zei niks. Ik bleef lekker staan. Geen antwoord geven is onbeschoft, toch? Toen duwde hij me weg. Krijgt Kees ooit straf? Nee, natuurlijk!”, klaagde Craig bij een volgende gelegenheid. Uitleg over Kees’ kwaal leek niet veel uit te halen. We zaten met de handen in het haar.
Toen kwam de quiz over de Eerste Wereldoorlog, een hulpmiddeltje voor de klas om zich op de eerstvolgende toets voor te bereiden. Er hing iets in de lucht, want het ging goed. Er werd eerlijk gespeeld en weinig geschreeuwd. Toen kwam Kees aan de beurt. Datzelfde ‘iets’ dat in de lucht hing, zei me dat ik deze keer meer van Kees moest vragen dan één woord of een jaartal. “Kees, we hebben het net gehad over de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog. Wat was eigenlijk de aanleiding?” Het werd stil. Heel stil. Joao draaide zijn ontevreden gezicht al in Kees’ richting, klaar om iets naars te zeggen. Maar Milley – een groot, luidruchtig en moederlijk meisje - tilde bezwerend haar hand op. Joao zweeg. De stilte werd dieper en welwillender. “Terroristen vermoordden die Oostenrijkse prins in Sarajevo…” zei Kees, duidelijk hoorbaar. De hele klas klapte voor hem, ook Joao, ook Craig.
Het was een buitengewoon moment. Ik wist even niets beters dan te doen alsof het een gewoon moment was en ging door met het spel. Er werden goede en foute antwoorden gegeven, bonus- en strafpunten uitgedeeld en Kees kwam weer aan de beurt. Nu gaf ik hem een vraag die hij wel kort kon afdoen. “1917”, zei Kees. Goed geantwoord. “Boks!!”, riep Milley. Kees draaide zich stralend naar haar om en stak zijn hand naar haar uit. Ik heb hier niets aan verzonnen of verfraaid. De mens is goed.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.