• blad nr 12
  • 23-6-2012
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Weer een bezuiniging op onderwijs 

Op zoek naar 340 miljoen

‘Minder subsidies’, ‘minder ambtenaren’, ‘minder bureaucratie’. In het Lenteakkoord is afgesproken dat er op onderwijs 340 miljoen bezuinigd wordt, een efficiencyvergroting. Waar die 340 miljoen vandaan moet komen? “Het departement zelf ging akkoord”, zegt de VVD. En dus wacht iedereen nu af.

Het stond al in het Catshuisakkoord toen de PVV er nog bij zat. Een taakstelling, een ander woord voor bezuiniging, van 875 miljoen voor alle departementen. Een fiks, niet ingevuld restbedrag. Komt die bezuiniging er echt? En waar komt het geld dan precies vandaan?
In het Lenteakkoord dat VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie hebben afgesloten, is de paragraaf over de taakstelling ongewijzigd gelaten. Het ministerie van Onderwijs moet van de bezuiniging maar liefst 340 miljoen ophoesten. Toen het nog Kunduz-akkoord heette viel het bedrag onder het kopje ‘vergroting efficiëncy’. Kennelijk is die efficiency bij Onderwijs het slechtst, want Volksgezondheid (ook niet vies van bureaucratie) hoeft maar 41 miljoen te bezuinigen. En dat terwijl onderwijs nu nog zucht onder een bezuinigingstaakstelling van jaarlijks 1,5 procent die in 2018 127,5 miljoen moet opbrengen. Wat was de diepere gedachte achter de 340 miljoen?
De VVD weet in ieder geval dat het ministerie zelf heeft aangegeven, bij de besprekingen rond het akkoord, dat deze taakstelling reëel is. Volgens de VVD-fractiewoordvoerder past dit helemaal bij een kleinere overheid en kan het departement dit ook doorvertalen naar andere uitvoeringsinstanties. “Het gaat uitdrukkelijk niet ten koste van de kwaliteit van het onderwijs.”
Ook CDA-Kamerlid Jack Biskop zegt dat het ministerie dit helemaal zelf gaat uitvinden. “Mij is verteld dat het de bedoeling is dat het departement minder subsidies verstrekt of minder ambtenaren overhoudt. Het is zeker niet de bedoeling dat dit gevonden wordt bij het onderwijs zelf.”
Een beleidsmedewerker van de ChristenUnie ziet hier mogelijkheden voor de eigen pijnpunten die zijn partij ook in het verkiezingsprogramma gaat zetten. “Minder regels en meer vrijheid voor scholen. Volgens ons kan daar veel op bezuinigd worden. Een centrale uniforme toetsing kost 80 miljoen per jaar. Scholen kunnen net zo goed voor een eigen toetsing kiezen. Een incidentenregistratie die vanuit het ministerie wordt bijgehouden? Ik zou zeggen: Laat scholen dat zelf doen.”
Een beleidsmedewerker van D66 weet zeker dat het bedrag voor het ministerie van Onderwijs zo hoog is uitgevallen, omdat het ministerie de meevaller van 100 miljoen, die ontstaat door de leerlingenkrimp, zelf mag houden. Dan blijft er 240 miljoen over. D66-Kamerlid Boris van de Ham denkt dan aan besparing op subsidies en andere posten die niet direct met het proces in de klas te maken hebben.
Dat is ook de lijn waar GroenLinks op zit. Woordvoerder Jurjen van den Bergh heeft het over ‘overhead’ en ‘bureaucratie’. “Dit is nog niet erg uitgewerkt, maar bij ons is het wel altijd zo geweest dat we vinden dat 80 procent van het geld naar de klas moet, dus dat staat voorop. Financiën werkt dit verder uit.”
Het ministerie van Onderwijs zelf weet ook nog niet wat er allemaal achter dit bedrag schuilgaat, volgens een woordvoerder is het het beste om de komende begroting af te wachten. Dat is na de verkiezingen.

{kader}
Linkse coalitie

In de media werd er bij het verschijnen van de eerste concept verkiezingsprogramma’s druk gespeculeerd over de mogelijkheid van een linkse samenwerking. Voor onderwijs lijkt dat in grote lijnen wel mogelijk, hoewel er dan op het punt van de verhoging van de aow-leeftijd nog wel wat gesprekken moeten plaatsvinden. De SP wil tot 2020 geen verandering, terwijl GroenLinks in 2023 de aow-leeftijd wil verhogen naar 67 jaar. De PvdA zit daar tussenin met sprongetjes van een half jaar vanaf 2017; in 2025 komen ze dan uit op 67 jaar. Verder willen PvdA en SP de nullijn van tafel en heeft GroenLinks daarmee ingestemd bij het Lenteakkoord.
De drie partijen willen wel allemaal extra investeren in het onderwijs en dat geld niet zomaar in de schoot van de besturen leggen. De SP wil dat er onderzoek wordt gedaan naar een nieuw bestuursmodel, met als inzet het aan banden leggen van de macht van de besturen. Dit punt speelt ook bij de PvdA, die vindt dat leerlingen, leraren en ouders meer zeggenschap moeten krijgen over hun school. Schaalvergroting en fusies zijn al aan banden gelegd met de fusietoets, maar in de verkiezingsprogramma’s wordt er nog steeds gehamerd op de menselijke maat. GroenLinks wil een nationaal akkoord voor het basis- en beroepsonderwijs plus een vervolg op het Actieplan leerkracht om de carrière van leraren aantrekkelijker te maken. Opvallend genoeg vindt de PvdA dat het geld van de Lerarenbeurs alleen nog besteed mag worden aan scholing voor passend onderwijs. Het CDA zet het huidige kabinetsbeleid gewoon voort, inclusief de terminologie (‘basis op orde, lat omhoog’). De christendemocraten willen een nationaal onderwijsakkoord waarin ‘scholen’ de ruimte krijgen om eigen keuzen te maken. Alleen waar staat ‘scholen’ bedoelt het CDA ‘besturen’. De doorberekening en de echte cijfers van alle mooie plannen worden pas eind augustus verwacht.

{kader 2, misschien een soort lijstje met vinkjes van maken}
Opvallende beleidspuntjes

Norm 1040 uur van tafel. Scholen moeten onderwijstijd zelf bepalen, liefst verlengen. (PvdA, SP, GroenLinks)
Nullijn voor twee jaar. (CDA, GroenLinks)
Collegegeld differentiëren, bijvoorbeeld gratis of lager bij een keuze voor techniek. (PvdA, CDA)
Basisbeurs afschaffen. (GroenLinks, PvdA)
Langstudeerdersboete afschaffen. (PvdA, GroenLinks)
Geen verplichte eindtoets. (SP)
Aow-leeftijd verhogen. (CDA, PvdA, GroenLinks)

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.