- blad nr 12
- 23-6-2012
- auteur S. Ridder
- Mijn leerling & ik
Heleen & Kiek
Kiek weet het nog. “Heleen zat in een fantastische groep, het waren allemaal mensen bij wie de motivatie uit hun oren spoot, allen met een uitgesteld verlangen, die nu eindelijk hun dromen waarheid konden maken. Ik voelde me net Sinterklaas die cadeautjes uitdeelt, zo gretig waren ze in de lessen.” Heleen vertelt dat er voor haar een wereld open ging in Maastricht. “Ik speelde daarvoor wel mee in het amateurtoneel, maar daar kon ik mijn ei niet helemaal in kwijt. Die wens om meer te doen met spel en toneel bleef in mij sudderen. Ik verlangde naar lichtheid, soepelheid. Nu, bijna twintig jaar later, kan ik wel zeggen dat Kiek die mij toen gebracht heeft.”
Het keerpunt weet Heleen exact te noemen. “Ik liep stage op een school voor moeilijk lerende kinderen waar ik remedial teaching gaf. Het was hard werken, dat is wat ik me vooral herinner. En toen kwam Kiek kijken. ‘Heleen, waar is de lol?’, riep ze uit. Op dat moment opende ik mijn ogen, werd ik wakker. Die vijf woorden hebben zo’n impact gehad. Daarna ging ik los. Ik gaf mezelf de rol van scout die voor Steven Spielberg acteurs moest vinden. Zo kon ik zelf ook gaan spelen en kwam het plezier terug. En dat had natuurlijk ook zijn uitwerking in mijn begeleiding en in het spel van de kinderen.” Kiek is blij verrast dit verhaal te horen. “Ik wist niet dat het zo’n belangrijk punt voor haar was, maar ik had al wel gezien dat juist die lichte kant van het theater, de humor, de kracht is van Heleen.” Heleen lacht. “Ja, omdat je het zelf ook zo belangrijk vindt. Je bent nu 65 en je gaat stoppen met je docentschap, maar je hebt er nog steeds lol in hè?”
Kiek: “Ja, ik heb een prachtig beroep. Het fijne van lesgeven is dat je iedere les iets anders mag verzinnen. En van alles kun je een les maken, je moet het alleen wel smakelijk brengen want mensen zijn net kinderen. Ze willen verrast worden. Zo heb ik eens een koffer met veertig knuffels meegenomen. Moet je eens zien wat dat losmaakt.”
Heleen werkt nu als dramatherapeut en combineert zorg, onderwijs en theater binnen haar functie. Kiek: “Dat past perfect bij haar. Want ze is ook heel zorgzaam en sociaal bewogen. Ze helpt graag mensen, en kan dat nu doen op haar eigen manier.” Heleen vertelt: “Voor de toneelschool was ik verpleegkundige. Ik kon mijn zorgzame kant kwijt, maar ik miste de lichtheid, het plezier. In deze functie kan dat wel. Mijn overtuiging is dat plezier de ingang is om weer tot bloei te komen. En iedereen, ook de meest depressieve patiënt, heeft ergens een kern van vreugde. Soms ver verstopt, maar ik ga graag voorbij de stoornis. Om dat sprankje plezier op te zoeken gebruik ik humor en spel, want daarin zit zoveel kracht. Humor is echt mijn stokpaardje en dat heeft onder Kiek haar vleugels vorm gekregen. Hier ben ik haar heel dankbaar voor.”
Bedelstaf
Kiek luistert vol bewondering naar Heleen. “Ik vind het mooi dat Heleen buiten de kaders durft te denken. In therapieland wemelt het van de protocollen, maar Heleen zoekt – binnen de lijnen - mooi haar eigen weg.”
“Dankzij Kiek”, kaatst Heleen het compliment terug. “Van Kiek heb ik geleerd om in mogelijkheden te denken, om te denken wat haalbaar is en om tegelijkertijd niet te groots te denken. Een voorbeeld: zij wilde van mij geen Anne-Wil Blankers maken. Zij wilde liever de kwaliteiten die ik heb, naar voren brengen. En daar heb ik nu nog profijt van, want het geeft mij kracht te weten wie ik ben en wat ik kan.”
Kiek vult graag aan. “Leren begint bij begrijpen wat goed gaat. Dat moet je opzoeken in jezelf en als docent zoek je dat bij je leerling. Als je op dat punt verbinding kunt maken, dan zet je een heel mooi leerproces in gang.” Heleen gebruikt dezelfde visie in haar werk. “Ik heb helemaal niet de illusie dat ik mensen met dramatherapie kan genezen, maar met spel en theater kun je ze een ander deel van zichzelf laten ontdekken. Net zoals ik dat zelf heb ontdekt.”
Het verhaal krijgt nog een mooi staartje als Heleen vertelt dat haar vader haar onlangs vertelde dat hij nu wel inziet dat theater heel belangrijk is voor zijn dochter. “Ik mocht eerst niet naar de toneelschool, ik moest maar studeren voor een ‘echt’ beroep.” Kiek: “Ouders willen hun kinderen behoeden voor de bedelstaf. Maar ik heb het tientallen keren gezien: Als die passie voor toneel er is, komt ‘ie toch wel bovendrijven. Naast me staat een prachtig voorbeeld.”