- blad nr 12
- 23-6-2012
- auteur A. Kersten
- Redactioneel
Haringhappen helpt bij de Cito-toets
Dat wilde de Partij voor de Dieren weten van demissionair minister Marja van Bijsterveldt. De partij las berichten over de ‘haringsmaaklessen’ die van 7 mei tot aan de zomervakantie plaatsvinden op basisscholen. Het Visbureau ziet er wel brood in, want steeds minder kinderen krijgen de haring van huis uit mee. Of het moet van opa en oma zijn, want de haringhapper schijnt te vergrijzen.
Het campagnemateriaal bestaat in de eerste plaats uit haring, die in de klas geproefd wordt. Daarnaast is er ook een ‘interactieve film’ waarin verslaggever Cielke Sijben (bekend van het tv-programma Zapp) het verhaal achter de haring uit de doeken doet. Maar eerst komt ze op met “een lekker broodje haring” waar ze “eens lekker van gaat genieten”. Halverwege laat ze het zich wederom smaken. En omdat haring ook goed is tegen ‘zwembandjes’, lust Cielke er tegen het einde nog wel eentje. Ook fijn om te weten: Omegavetzuren helpen je bij de Cito-toets. Zegt Cielke.
De film staat op de campagnewebsite Haringhap.nl, die ook z’n best doet om de visboer over de streep te trekken. ‘Klantenbinding door kinderen die hun ouders enthousiast maken: twee vliegen in één klap!’ en ‘U creëert een nieuwe generatie haringhappers’.
Volgens de minister is er geen man overboord. ‘In de kerndoelen primair onderwijs is opgenomen dat scholen aandacht dienen te besteden aan natuur, milieu en duurzaamheidsaspecten. Scholen bepalen zelf op welke manier zij hier in hun lessen vorm en inhoud aan geven. Scholen kunnen deze aspecten dus ook betrekken bij de “haringsmaaklessen”, al dan niet in combinatie met ander lesmateriaal en/of de reguliere methode’, schrijft ze aan de Tweede Kamer.
Die film beschouwt Van Bijsterveldt als aandacht voor duurzame vangst. Ook al laat Cielke de visstand in de Noordzee verder voor wat hij is. Wat dat betreft heeft de minister ook ‘heuglijk nieuws’, schrijft ze. ‘Het haringbestand in de Noordzee is sinds zijn nijpende toestand enkele jaren geleden weer ruimschoots binnen biologisch veilige grenzen.’