- blad nr 12
- 23-6-2012
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
CPB gelooft nog steeds in prestatiebeloning
Wel schat het planbureau het effect van prestatiebeloning kleiner in dan bij de vorige verkiezingen. Toen werd er rekening mee gehouden dat leerlingen gemiddeld 0,7 punt hoger zouden scoren, nu heeft het CPB dat naar beneden bijgesteld en denkt het dat prestatiebeloning gemiddeld 0,4 punt hoger op de Cito-toets oplevert.
Voor die conclusie krijgt het CPB er in een opiniestuk van langs van hoogleraar economie Lex Borghans. Hij verbaast zich er op economie.nl en volkskrant.nl over dat het CPB zonder deugdelijk onderzoek en bewijs zulke uitkomsten voorspelt. Daarvoor zijn eerst experimenten nodig, aldus Borghans die lid was van de wetenschappelijke begeleidingscommissie van de inmiddels afgeblazen experimenten prestatiebeloning. ‘Als puntje bij paaltje komt doet het CPB dus ook liever alsof het al weet wat de effecten van onderwijsbeleid zijn dan dat het redeneert vanuit de feitelijke onzekerheid’, schrijft hij. Met datzelfde argument hekelt Borghans de AOb, die volgens hem als ‘fanatiek tegenstander’ eenzijdig nadruk legde op de mislukte experimenten in de Verenigde Staten, zonder dat in Nederland experimenten zijn gedaan.
Opmerkelijk is wel dat het CPB in de toelichting bij de puntentoekenning voor prestatiebeloning in verkiezingsprogramma’s een reeks kritische Amerikaanse studies aanhaalt die de AOb al eerder noemde. Daaruit blijkt volgens het planbureau dat bij grootschalige experimenten ‘geen of geen significante effecten’ zijn gevonden voor de werking van prestatiebeloning in het onderwijs. In New York wordt dat geweten aan een te complexe manier waarop de extra bonus werd bepaald