• blad nr 21
  • 1-12-2001
  • auteur . Overige 
  • Column

 

Van de Camp

De Tweede Kamer behandelt deze week de begroting van OC&W voor 2002. De laatste begroting van het toch wel opmerkelijke duo Hermans/Adelmund. De heer van der Ploeg komt natuurlijk ook, maar die bemoeit zich gelukkig niet met het onderwijs. Hermans dreigt een beetje een tragische minister te worden: nooit is het een minister van Onderwijs gelukt zoveel extra geld in het onderwijs te investeren. En al is er op deze cijfers het nodige af te dingen - men leze de kritiek van professor Bomhoff -, de nominale bedragen zijn fenomenaal. Maar wat zien we op de werkvloer? Tevredenheid en voldoening nemen evenredig af naarmate er meer geld bij komt! Dat komt door het frustrerende lerarentekort, de ronduit slechte staat van een groot aantal schoolgebouwen, de soms sterk verouderde leermiddelen. Dit nog los van de maatschappelijke ontwikkelingen: steeds kritischer ouders die de school als een Albert Heijn beschouwen waar je schoolsucces kunt kopen en kinderen die, vaak buiten hun eigen schuld, met stapels problemen en probleempjes de scholen bevolken.
Paars II lijkt het kabinet te worden van de gemiste kansen. Te hoge verwachtingen gewekt die door allerlei oorzaken niet konden worden waargemaakt. Duidelijk wordt tevens dat de sturingsfilosofie van Hermans ook niet deugt. Een alleen maar terugtredende overheid en meer marktwerking is een concept uit de jaren tachtig en negentig. Deze nieuwe eeuw vraagt om een selectieve overheid: daar terugtreden waar het kan (en dat kan bij vele onzinnige details), maar daar optreden of toetreden tot het speelveld waar dat nodig is. Het lerarentekort, de materiële bekostiging van het primair onderwijs, de veilige school, antidiscriminatie in de school - allemaal speelvelden waar een rijksoverheid nodig is.
De discussie die thans in de Tweede Kamer wordt gevoerd over de Wet op het onderwijstoezicht laat eveneens zien dat de sturingsfilosofie niet consistent is. De minister wil wel terugtreden, maar de inspectie lijkt daar dubbelsterk voor terug te komen. Daarbij doet zich nog een gek fenomeen voor: de minister is in mondelinge toelichtingen over toekomstige taak en functie van de inspectie veel inschikkelijker dan in zijn wetstekst of in de memorie van toelichting. Hij zegt gewoon niet wat er staat! In velerlei opzicht is minister Hermans een ongrijpbare minister. Vriendelijk en voorkomend, iedereen krijgt meer dan volop ruimte, maar soms lijkt het of de echte, diepergravende discussies uit de weg worden gegaan. Dat was onder minister Ritzen wel anders, die gooide zoveel ballen in de lucht dat iedereen in verwarring achterbleef!
Zo ook de vergelijking tussen mevrouw Netelenbos en mevrouw Adelmund. Deze staatssecretaris is altijd een beetje veel Alice in Wonderland gebleven: zeer belangstellend en betrokken, maar beleidsmatig heeft ze volgens mij nooit echt greep gekregen op haar portefeuille. Jammer, want het funderend onderwijs is nu juist de echte basis voor Nederland kennisland.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.