• blad nr 11
  • 9-6-2012
  • auteur Y. van de Meent 
  • Redactioneel

Leerlingen in drie jaar door de opleiding jagen  

Mbo wordt ingekort en ingedikt

Mbo-studenten moeten meer geprikkeld en uitgedaagd worden. Daarom worden de opleidingen korter en gaat het aantal lesuren omhoog. Maar extra geld om nieuwe docenten aan te stellen is er niet. Docenten vrezen dat er bezuinigd wordt op individuele begeleiding van studenten, stagebezoek en voorbereidingstijd. “We komen in een rare spagaat terecht. De kwaliteit van het onderwijs moet omhoog, maar je krijgt geen tijd om daaraan te werken.”

De invoering van het competentiegerichte onderwijs is pas twee jaar geleden afgerond. Mbo-opleidingen zijn nog druk bezig met het wegwerken van alle kinderziektes en tekortkomingen van deze veel bekritiseerde onderwijsaanpak. Toch staat het mbo alweer aan de vooravond van de volgende ingrijpende herprogrammering. Dit keer moet het onderwijs pittiger en uitdagender worden. Vanaf augustus 2014 moeten de nieuwe compacte programma’s van start gaan.
Hoewel de voorbereidingen al in volle gang zijn, hebben de meeste docenten nog niet door wat er allemaal boven hun hoofd hangt. “Dat de vierjarige mbo-opleidingen een jaar korter worden, weten de meeste collega’s wel”, vertelt Patrick Woudstra, docent burgerschap bij het Graafschap College en lid van de ondernemingsraad. “Maar dat er sprake is van een flinke toename van het aantal lesuren, dringt nog niet zo door. Terwijl dat ingrijpende consequenties heeft voor alle docenten. Meer uren draaien, met hetzelfde aantal mensen, daar komt het op neer.”
Demissionair minister Marja van Bijsterveldt wil dat mbo-studenten meer tijd op school doorbrengen, want ze worden nu niet voldoende uitgedaagd. Een kwart van de studenten vindt dat ze op hun opleiding te weinig leren, blijkt uit tevredenheidsonderzoek uitgevoerd door de mbo-studentenorganisatie Job. De uitval is relatief hoog, vooral in het eerste leerjaar. Geen wonder, een op de vijf mbo-opleidingen programmeert volgens de Onderwijsinspectie onvoldoende uren.
Het mbo verliest bovendien terrein aan de havo. In 1999 ging 10 procent van de mavo-leerlingen naar de havo; in 2007 koos 20 procent van de vmbo-tl’ers voor die overstap plus 7 procent van de leerlingen uit de gemengde leerweg. Logisch, want voor leerlingen die willen doorstromen naar het hbo is de havo-route een stuk sneller dan de weg via het mbo. De beroepsgerichte leerweg vmbo-mbo-hbo duurt twaalf jaar, terwijl vmbo’ers die via de havo doorstromen naar het hbo in tien jaar hun bachelordiploma kunnen hebben.
Om het mbo aantrekkelijker te maken, worden de opleidingen korter, maar intensiever. De niveau-4 opleidingen die nu meestal vier jaar duren worden driejarig. Het aantal uren dat opleidingen minimaal moeten programmeren gaat omhoog van 850 naar gemiddeld 1000 klokuren per leerjaar. Bovendien verandert de verhouding tussen onderwijs op school en beroepspraktijkvorming. Nu mag maximaal 60 procent van de onderwijstijd aan leren in de praktijk worden besteed. In de nieuwe, kortere programma’s moet 60 tot 70 procent van de onderwijstijd bestaan uit ‘begeleide onderwijsuren’.

Taboe
De weg die Van Bijsterveldt inslaat, kan op brede steun rekenen. “Er moet natuurlijk iets gebeuren in het mbo”, stelt AOb-bestuurslid Ben Hoogenboom. “Er zijn van alle kanten klachten over het onderwijs. De afgelopen jaren hebben veel roc’s het onderwijs flink geëxtensiveerd. Dat wordt nu teruggedraaid en dat wordt door alle partijen met instemming begroet.”
Ook op het terugbrengen van de studieduur rust geen taboe. Misschien omdat een op de vijf opleidingen al in drie jaar wordt aangeboden en de minister bovendien voor 15 procent van de opleidingen een uitzondering maakt. De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), waarin onderwijs en bedrijfsleven afspreken wat studenten moeten kennen en kunnen aan het eind van hun opleiding, heeft al een lijst opgesteld met opleidingen die vierjarig moeten blijven. 47 van de 263 kwalificaties - van mbo-verpleegkundige tot research instrumentenmaker en ambachtelijk schoenmaker - kunnen volgens SBB echt niet in drie jaar gehaald worden. Maar vier van de vijf opleidingen worden dus wel ingedikt en ingekort.
Studentenorganisatie Job is een groot voorstander van meer lesuren, maar ervaren docenten vragen zich af of studenten de hoge studielast en het hoge studietempo wel aankunnen. Woudstra van het Graafschap College: “Er zijn natuurlijk studenten die zich doodergeren aan alle zelfwerkzaamheiduren en werkgroepjes. Die vragen zelf om meer les. Maar dat is een minderheid. Ik ben bang dat de rest een keer blijft zitten en er toch weer vier jaar over doet.”
Frans van der Vlugt, docent bij Zadkine: “Studenten willen wel sneller door hun opleiding, maar het is de vraag dat ze het ook kunnen. Ik ben bang dat de uitval flink gaat toenemen.”
“Er zijn best mbo-opleidingen die in drie jaar kunnen, vooral in de administratieve hoek”, stelt Toon Rekkers, docent bedrijfseconomie bij het Koning Willem I College. “Maar ik denk dat veel leerlingen vier jaar nodig hebben. 80 procent komt met zestien jaar van het vmbo, die hebben deze tijd nog hard nodig. Ze moeten nog omschakelen naar een zelfstandige manier van leren en ze hebben vaak ook nog achterstanden in te halen. Ze zijn niet voor niets op het vmbo terechtgekomen. Niet omdat ze minder goed kunnen leren dan een havist, maar door de omstandigheden waarin ze opgroeien. Alle leerlingen in drie jaar door het mbo jagen, lijkt me geen goed plan.”

Proppen
Hogescholen zijn ook niet blij met het inkorten van de mbo-opleidingen. Het aantal mbo’ers dat doorstroomt naar het hbo groeit de laatste jaren stevig, maar een op de vijf mbo’ers haakt binnen een jaar weer af. Daarmee zit de uitval 5 procent boven het hbo-gemiddelde. Mbo’ers die het eerste hbo-jaar overleven doen het vervolgens net zo goed (of slecht) als havisten, maar ze komen dus met een achterstand binnen. Dat wordt er niet beter op als de mbo-opleidingen ingekort worden. ‘In drie jaar tijd is immers niet hetzelfde te leren als in vier jaar’, schreef de Hbo-raad in april in een bezorgde brief aan de Tweede Kamer.
De Mbo-raad, die juist voorstander is van het indikken van de opleidingen, wijst er op dat er al maatregelen genomen zijn om het eindniveau van het mbo te verhogen. “Er worden al verplichte examens taal en rekenen ingevoerd, en er worden eisen gesteld aan de beheersing van het Engels”, stelt Marije Hulsbosch, woordvoerder van de Mbo-raad. “En het onderwijs wordt geïntensiveerd, dus er wordt flink gewerkt aan de kwaliteit van het onderwijs.”
Maar dat stelt de hogescholen niet gerust. “Er zijn niveau-4 opleidingen die al driejarig zijn en vroeger duurden alle meao-opleidingen drie jaar. Ik denk dus dat het inkorten van de mbo-opleidingen in bepaalde gevallen best kan. Zeker als het onderwijs geïntensiveerd wordt”, zegt Paul Rüpp, collegevoorzitter van Avans Hogeschool en bestuurslid van de Hbo-raad. “Maar de minister wil 85 procent van de opleidingen inkorten. Daar maak ik me zorgen over.” Intensiever onderwijs is mooi, maar als alle theorie in drie jaar wordt gepropt, bestaat het risico dat er minder tijd overblijft voor de praktijkcomponent, stelt Rüpp. “Die praktijkervaring is nu net iets waarmee de mbo’er zich positief onderscheidt van de havist.”
Het hbo moet de komende jaren zelf ook een kwaliteitsslag maken en krijgt daarom meer mogelijkheden om te selecteren aan de poort. Avans voert net als veel andere hogescholen nu al intakegesprekken met eerstejaars en biedt ‘kwetsbare mbo’ers’, maar ook havisten, bijspijkerprogramma’s aan. “In de toekomst willen we naar een soort toelatingsexamen, want het is ook in het belang van de binnenkomende student te weten dat hij zo’n opleiding aankan.”
Dat mbo’ers ongeacht hun vooropleiding kunnen doorstromen naar iedere willekeurige hbo-opleiding, vindt Rüpp merkwaardig. “Een mbo-verpleegkundige zou dus hbo-werktuigbouw kunnen gaan doen. Ik wil eisen kunnen stellen aan de mbo’ers die bij ons binnenkomen. Niet om ze te weren, maar om ze sneller op de goede plek te hebben. Dat voorkomt uitval en langstudeerboetes.”
Mbo-studenten die niet aan de instroomeisen voldoen, kunnen dan eventueel prep course volgen. “Dat bieden we Chinese studenten die hun Engels moeten bijspijkeren ook aan.”

Werkdruk
De bezwaren van de Hbo-raad maken weinig indruk. De trein staat op de rails en dendert door. Een nieuw kabinet zal niet een heel andere richting inslaan, verwacht AOb-bestuurder Hoogenboom. “Het onderwijs zal geïntensiveerd worden en ik vrees dat daardoor de werkdruk van docenten omhooggaat. Roc’s moeten intern geld vrijmaken om die extra onderwijsuren te financieren. Maar dat geld zit vaak vast in gebouwen en andere zaken. Dan komt het erop neer dat docenten meer uren moeten gaan draaien.”
Bij opleidingen die de onderwijstijd de afgelopen jaren tot het wettelijk minimum hebben beperkt, moet het aantal lesuren met 20 tot 25 procent omhoog, heeft docent bedrijfseconomie Rekkers uitgerekend. “Het Koning Willem I College heeft altijd voor het onderwijs gekozen, dus wij hebben al redelijk intensief onderwijs. Maar bij ons neemt het aantal lesuren ook met 10 procent toe.” Dat betekent niet altijd dat docenten meer voor de klas moeten gaan staan. Meer uren maken kan ook door te kiezen voor minder individuele begeleiding van studenten, het aantal stagebezoeken te beperken of te bezuinigen op de voorbereidingstijd.
Dat laatste gebeurt bij het Graafschap College nu al, weet Woudstra. “Er zijn al teams waar de voorbereidingstijd is afgeschaft. Dan wordt er gezegd: Jij geeft dat vak toch al vijftien jaar? Dan hoef je toch niks meer voor te bereiden? Docenten komen dus in een heel rare spagaat terecht. De kwaliteit van het onderwijs moet omhoog, maar je krijgt geen tijd om daaraan te werken. Voor de minister is het aantal lesuren kennelijk belangrijker dan de kwaliteit van de lessen.”
Daar zit inderdaad de crux, vindt Ben Hoogenboom. “We zijn het er allemaal over eens dat de kwaliteit omhoog moet, maar de minister zoekt de oplossing te veel in het voorschrijven van uren. Wij zouden het liever hebben over de invulling van die lesuren. Want als je die extra lessen weer laat opvullen door de instructeurs en assistenten die er in het mbo de laatste jaren zijn aangesteld, schiet het niet op.”

{kader 1}
Een jaar uitstel

Aanvankelijk moesten roc’s vanaf volgend jaar de onderwijsprogramma’s indikken en inkorten. Maar het mbo krijgt een jaar extra. Dat hebben VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie vastgelegd in het Lenteakkoord over de begroting voor 2013, dat het demissionaire kabinet eind mei naar de Tweede Kamer stuurde. Het wetsvoorstel waarin de intensivering van het onderwijs en het verkorten van de mbo-opleidingen wordt geregeld, blijft inhoudelijk ongewijzigd. Maar de invoering wordt een jaar uitgesteld ‘met het oog op een goed invoeringstraject’. Dat betekent dat de verkorte programma’s in augustus 2014 van start gaan. D66, GroenLinks en ChristenUnie, wilden de ingrijpende herprogrammering “er niet doordrukken met een demissionair kabinet aan het roer”, stelt ChristenUnie-fractieleider Arie Slob.

{kader 2}
Snelle shortcut legt het loodje

Studenten die van aanpakken weten en kostbare tijd willen besparen, kunnen de mbo-pro opleiding volgen. In drie jaar halen zij hun mbo-diploma vestigingsmanager groothandel of ondernemer detailhandel, een opleiding die meestal vier jaar vraagt. Maar doorstromers kunnen bovendien in drie jaar het hbo-diploma commerciële economie of small business halen. De mbo-pro route is dus net zo snel als de shortcut via de havo, die steeds meer vmbo-leerlingen nemen.
De mbo-pro route is opgezet door Zadkine en de Hogeschool Rotterdam en lijkt te bewijzen dat het verkorten van mbo-opleidingen de succesvolle doorstroom naar het hbo niet in de weg hoeft te zitten. Ware het niet dat de Hogeschool Rotterdam besloten heeft na vijf jaar de stekker eruit te trekken. Het intensieve traject is voor de meeste mbo’ers te zwaar gebleken, stelt Ronald van der Poel, opleidingsmanager small business. “Per jaar beginnen maar twee of drie studenten aan het versnelde traject, de rest van de doorstromers begint gewoon in het eerste jaar. Het levert dus te weinig op.” Het probleem is dat de mbo-pro studenten al in hun tweede jaar vakken in het hbo volgen. “Tweedejaars zijn hier een dag in de week, derdejaars volgen twee dagen hbo-vakken. Te veel, te lastig, te theoretisch”, concludeert Van der Poel.
Studenten die al aan het traject begonnen zijn, mogen het afmaken. En de Hogeschool Rotterdam blijft zich inzetten voor het verbeteren van de doorstroom mbo-hbo, want het opleidingsniveau in Rotterdam moet omhoog. De hogeschool verwacht daarbij veel van de nieuwe tweejarige hbo-programma’s, die geen bachelordiploma, maar een associate degree (AD) opleveren. “Wij hebben een AD ondernemen, een heel praktisch programma dat veel geschikter is voor mbo’ers”, vindt Van der Poel. “Veel mbo’ers schieten nu tekort. Ze hebben het qua niveau moeilijk in het hbo. En ik denk eerlijk gezegd dat het comprimeren van de mbo-programma’s niet leidt tot een hoger eindniveau. Daarom zijn die AD-programma’s een uitkomst.”

{kader 3}
Cascade van verbetermaatregelen

Het intensiveren van het onderwijs en het verkorten van de opleidingen zijn de meest in het oog springende maatregelen die Marja van Bijsterveldt vorig jaar voorstelde in het Actieplan mbo. Maar er gaat nog veel meer op de schop in het mbo:
- De niveau-1 opleidingen maken plaats voor de nieuwe entreeopleidingen voor jongeren die het vmbo hebben verlaten zonder diploma. De entreeopleidingen komen los te staan van het vmbo. De drempelloze instroom bij de niveau-2 opleidingen verdwijnt.
- Om ervoor te zorgen dat verblijfduur van studenten overeenkomt met de cursusduur, komt er nieuw bekostigingssysteem, het cascadesysteem. Studenten krijgen een gewicht dat afhangt van de tijd die ze al hebben doorgebracht in het mbo. Als ze door hun verblijfsduur heen zijn, daalt het gewicht naar nul en krijgen roc’s geen bekostiging meer.
- Er wordt gewerkt aan een nieuwe kwalificatiestructuur. Er komen minder en bredere kwalificatiedossiers, want er zijn nu te veel kleine specialismen. “We hebben in het mbo bij wijze van spreken een specialisatie voor het leggen van groene dakpannen en eentje voor het leggen van rode dakpannen. Dat wordt één opleiding dakpannen leggen”, legt Marije Hulsbosch van de Mbo-raad uit.
- En ten slotte pakt Van Bijsterveldt het versnipperde onderwijsaanbod aan. Kleine, specialistische opleidingen worden straks niet meer door elk roc’s aangeboden, maar geconcentreerd op een paar plaatsen in het land. Net als populaire studententrekkers met weinig arbeidsmarktperspectief.

{citaatjes}
@C1:‘Meer uren draaien, met hetzelfde aantal mensen, daar komt het op neer’

@C1:‘Studenten willen wel sneller, maar het is de vraag dat ze het ook kunnen’

@C1:‘Jij geeft dat vak toch al vijftien jaar? Dan hoef je toch niks meer voor te bereiden?’

@C1:‘We hebben in het mbo bij wijze van spreken een specialisatie voor het leggen van groene dakpannen en eentje voor het leggen van rode dakpannen. Dat wordt één opleiding dakpannen leggen’

{einde kopij}

{illustraties: rekenrapport grafic en evt voorbeeldopgaven uit ppon onderzoek http://www.cito.nl/nl/onderzoek%20en%20wetenschap/onderzoek/ppon/~/media/cito_nl/Files/Onderzoek%20en%20wetenschap/ppon/cito_ppon_balans_47.ashx

Dit bericht delen:

© 2024 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.